Wat is er gebeurd met voerman Jan van de Broek , die dood bij de postkar werd aangetroffen ergens op de heide tussen de heerlijkheid Vught en Helvoirt? In het jaar 1768 was de voerman in de postkar onderweg naar Breda en verder naar Turnhout, het klooster Sion en de stad Antwerpen. Met een bijzondere lading.

De kar waarmee Van de Broek op pad was, behoorde toe aan Antonij Wellens, de stadsvoerman van ’s-Hertogenbosch. Tijdens zijn reis moet de voerman zijn verongelukt maar wellicht is hij een natuurlijke dood gestorven. Dat een overval vrijwel zeker is uitgesloten, blijkt uit het feit dat de onfortuinlijke postbezorger samen met zijn waardevolle vracht is aangetroffen, waaronder een gesloten karkistje. De sleutel hiervan zat nog in de broekzak van de overleden Jan van de Broek.
En het karkistje is niet het enige dat op de kar was geladen. Vijf kantjes vol telt de inventaris en daaruit blijkt dat van de Broek op pad was met onder meer verschillende pakjes “met graauw papier”, blikken dozen, verzegelde pakjes en een hele stapel brieven. Bovenal nog eens meerdere pakken met geld—variërend van 20 tot 600 (!) gulden. Soms ook vertaald naar “31 gulden Brabants” of “70 gulden Hollands” geld. Alles bij elkaar opgeteld een waar geldtransport.
Verreweg de meeste pakjes zijn geadresseerd aan mensen te Antwerpen; van koopman tot mademoiselle pensionaire aux dames a Anvers of de arts Koekelberg, wonend te Antwerpen. Hopelijk had hij tegen die tijd een groot deel van zijn lading al kunnen bezorgen, want de brieven en pakjes vinden we op de postkar naast meer praktische zaken als een “rode neusdoek, stropdasje, een blikken toebaksdoos, een tinteltonnetje” ook... een tonnetje haring.
Bron: Oud rechterlijk archief van Vught en Cromvoirt 5123-147


