In het klooster van Sint Agatha wordt sinds het midden van de 19e eeuw de heilige Odilia op bijzondere wijze vereerd. Zij is de ordepatrones van de Kruisheren, dus Odilia stond altijd al in hoog aanzien. Bijzonder werd het, toen in 1843 paus Gregorius XVI het klooster een Odilia-aflaat toekende.

Dat betekende dat mensen die op bedevaart naar Sint Agatha gingen, voortaan hun zonden (ten dele) kregen “kwijtgescholden”.
Deze aflaat was overigens niet de enige reden voor de pelgrims om naar Sint Agatha te komen. De Heilige Odilia, martelares, wordt ook aangeroepen als patrones tegen oogziekten. Als symbool voor haar heilzame voorspraak werd gewijd water, Odiliawater, gebruikt. Daarmee konden ooglijders hun ogen deppen ter leniging van de kwaal.
Jaarlijks werd op de zondag na 18 juli de Odiliaprocessie gehouden, waarbij ook het Odiliawater werd gewijd. In 1859 schonken inwoners van Sint Agatha het klooster een houten Odiliabeeld, dat er nog steeds staat. De Odiliaverering bloeide tot na de Tweede Wereldoorlog.

Ook het Odiliawater werd nog in 1958 “over de hele wereld verzonden”. Op haar feestdag werd vóór en na de mis een speciaal gebed voor haar uitgesproken. Maar vanaf de jaren zestig is deze traditie langzaam verdwenen, al vereren de Kruisheren zelf nog steeds hun patrones.
