Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Draaiboek voor militaire hulp bij watersnood in 1938 herzien

Draaiboek voor militaire hulp bij watersnood in 1938 herzien

F. van den Heuvel

1 februari 2021

Bijgewerkt op 2 februari 2021

’s-Hertogenbosch en omgeving werden in het verleden vaak getroffen door overstromingen. De oudst bekende overstroming was die in 1445. Het water steeg zo hoog in de straten dat de Bosschenaren met een bootje naar de Sint-Jan moesten varen en zowel de Sint-Jan als de huizen onder water stonden.

In de periode tot 1740 kampte ’s-Hertogenbosch en omgeving minimaal zestig keer met grote en kleine overstromingen en van 1740 tot en met 1995 nog eens 81 keer. Hoewel niet iedere periode van hoog water meteen als ramp betiteld kan worden, leidden de frequent voorkomende overstromingen wel tot het ontwikkelen van scenario’s voor hulpverlening. Zeker vanaf de Franse tijd (1795-1813) maar vooral in het Koninkrijk der Nederlanden (vanaf 1813) ontstond er een samenwerking tussen overheidsorganisaties, waaronder het leger, en particuliere instellingen. Zij legden hiervoor steeds vaker afspraken vooraf vast. Uiteraard dienden deze ‘draaiboeken’ van tijd tot tijd te worden beoordeeld op actualiteit en zo nodig te worden herzien. Zo ook in 1938.   

Garnizoenscommandant luitenant-kolonel H.C. van der Bijl, bevelhebber van de 3e militaire afdeling [*], nam toen het initiatief om de regeling voor het verlenen van militaire bijstand bij watersnood te herzien. De aanleiding hiervoor was de vestiging van nieuwe garnizoenen in het werkgebied van de 3e militaire afdeling. Maastricht, Roermond, Venlo, Grave, ’s-Hertogenbosch, Bergen op Zoom en Middelburg werden daarmee aangewezen als centra van hulpverlening. Het werkgebied van ’s-Hertogenbosch was uitgestrekt en omvatte het Maasgebied vanaf de westgrens van de gemeenten Heeswijk, Geffen en Lithoijen tot de grens tussen de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland tot aan de gemeenten Hoge en Lage Zwaluwe. De binnenwaartse begrenzing van bovengenoemde gebieden werd gevormd door de Maas, het kaneel Wessem - Nederweert, de Zuid-Willemsvaart en de spoorweg ’s-Hertogenbosch – Lage Zwaluwe.

Werkgebied voor militaire bijstand bij watersnood vanuit garnizoen ’s-Hertogenbosch (bron: 1 oktober 1938, Lt-kol.  H.C. van der Bijl aan de garnizoenscommandanten in de 3de militaire afdeling, BHIC, 117 Garnizoenscommando’s in Noord-Brabant 1845 – 1974, inv. nr. 137)
Werkgebied voor militaire bijstand bij watersnood vanuit garnizoen ’s-Hertogenbosch (bron: 1 oktober 1938, Lt-kol.  H.C. van der Bijl aan de garnizoenscommandanten in de 3de militaire afdeling, BHIC, 117 Garnizoenscommando’s in Noord-Brabant 1845 – 1974, inv. nr. 137 (opent in een nieuw tabblad))

Van der Bijl stelde een plan op waarin de Isabellakazerne en het Fort Crèvecoeur ingezet konden worden voor het onderbrengen van hulpdetachementen en/of vluchtelingen. De Isabellakazerne kende een opvangcapaciteit voor 400 personen en Fort Crèvecoeur kon 200 personen herbergen. Deze werden groepsgewijze ondergebracht in een mannen-, een vrouwen- en een zuigelingenafdeling. De beschikbare ruimtes zullen verre van luxe zijn geweest. In de Isabellekazerne konden 50 mensen in het gymlokaal terecht, 200 in de exercitieloods en 150 in de motorrijwielloods.

Fort Crèvecoeur beschikte in het hoofdgebouw over een opvangcapaciteit voor 50 personen, verdeeld over een zolder, vier kamers voor kinderen of zieken, twee kamers met een eetzaal, een keuken met drinkwater, een toilet en een zoldertje voor meegebrachte goederen. Het Tuighuis kon op zolder 50 personen herbergen en de zolder van het kantinegebouw nog eens honderd. Voor het waren vier toiletten beschikbaar. Verder diende een politiekamer en een loods nog voor het opbergen van meegebrachte goederen.

Afbeelding 2 Portret majoor H.C. van der Bijl bij zijn benoeming tot commandant bij het Regiment Wielrijders op de Isabellakazerne, 29 september 1936
H.C. van der Bijl, 1936 (foto: Fotopersbureau Het Zuiden, coll. Erfgoed 's-Hertogenbosch (opent in een nieuw tabblad)

Voor de onderbrenging van paarden en hoornvee zorgde de directeur van het gemeentelijk slachthuis. Bij aankomst van de vluchtelingen volgde een registratie. Verder trof men maatregelen voor toezicht, orde en zindelijkheid. De Militaire Geneeskundige Dienst (M.G.D.) werd belast met de geneeskundige verzorging en het vervoer van zieken en zwangere vrouwen naar ziekeninrichtingen. De officier van dienst kreeg tot taak om te zorgen voor beddengoed en sanitaire benodigdheden.

Behalve aandacht voor de vluchtelingen werd er ook voor gezorgd dat er voldoende gereedschap aanwezig was voor de militairen die hulp verleenden. Ieder van hen kreeg tevens een noodrantsoen mee. Rijkswaterstaat zorgde voor de benodigde zandzakken. Daarnaast bracht men dagelijks verslag uit omtrent de stand van zaken, getroffen maatregelen en vermeldenswaardige gebeurtenissen.

Alle voorbereidingen die op voorhand konden worden getroffen dienden te worden uitgevoerd, mits daaraan geen kosten voor het Rijk verbonden waren. Hiertoe behoorden de besprekingen met het gemeentebestuur van ’s-Hertogenbosch, het R.K. Huisvestingscomité, het gebruik van ziekenhuizen, van veestallen en hulp van deskundig personeel.

Door de regeling voor militaire bijstand te herzien hielp de garnizoenscommandant mee aan een bruikbaar draaiboek dat in geval van watersnood zijn diensten kon bewijzen. Gelukkig was een toepassing in de praktijk niet nodig. Immers na afronding van de werkzaamheden voor de normalisatie van de Maas en de sluiting van de Beerse Overlaat in 1942 verminderde het risico op grote overstromingen, gevolgd door massale evacuatie, drastisch.

Noot

Het Nederlandse garnizoen was sinds 1881 ingedeeld in drie militaire afdelingen. De 3e militaire afdeling omvatte de volgende garnizoenen: Bergen op Zoom, Breda, Brielle, Dordrecht, Geertruidenberg, Gorinchem, Hellevoetsluis, 's-Hertogenbosch, Maastricht, Nijmegen, Venlo, Vlissingen, Willemstad, BHIC, 117 Garnizoenscommando’s in Noord-Brabant 1845 – 1974, inleiding.

Bronnen

J.A.M. Hoekx, G. Hopstaken, A.M. van Lith-Droogleever Fortuijn en J.G.M. Sanders, Kroniek van Molius Een zestiende-eeuwse Bossche priester over de geschiedenis van zijn stad, (’s-Hertogenbosch 2004) 111.

BHIC, 117 Garnizoenscommando’s in Noord-Brabant 1845 – 1974, inv. nr. 137 (opent in een nieuw tabblad):
19 juli 1938 Luitenant-kolonel Garnizoenscommandant, H.C. van der Bijl, bevelhebber van de 3e militaire afdeling aan de garnizoenscommandanten in de 3de militaire afdeling;
1 oktober 1938, Luitenant-kolonel Garnizoenscommandant, H.C. van der Bijl, bevelhebber van de 3e militaire afdeling aan de garnizoenscommandanten in de 3de militaire afdeling.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.