Peter Antoon Arts (1786-1848) groeit op als enig kind in het verwoeste Grave aan het eind van de 18e eeuw met zijn alleenstaande moeder. Peter trouwt met Henrica en ze krijgen elf kinderen in vier verschillende plaatsen. Rond 1823 komen ze terecht in het centrum van Den Bosch waar ze een zwaar bestaan leiden. Ze wonen in een ongezonde arbeidersbuurt, komen af en toe in aanraking met de politie en de meesten overlijden op zeer jonge leeftijd.
Peter Arts
Peter wordt in 1786 geboren in het centrum van Grave. Als hij vijf jaar oud is overlijdt zijn enige broertje. Als hij acht jaar oud is, vindt het Beleg van Grave door de Fransen plaats en overlijdt ook zijn vader. Peter blijft alleen over met zijn moeder Dresina, die naaister is. Zij staat geregistreerd als ‘Veuves’ (weduwe) en ‘Catholique’, maar ook als ‘Indigent’, ofwel behoeftig.
Peter trouwt in 1806 met de Amsterdamse Henrica en krijgt met haar elf kinderen in vier verschillende plaatsen: Herpen, Sint Anthonis, Maasdriel en Den Bosch. Drie kinderen overlijden al in hun eerste levensjaar. In 1823 komt het gezin in het centrum van Den Bosch terecht waar ze een zwaar bestaan hebben. Eerst woont het gezin in de Molenstraat, later op de Markt en tot slot in de Uilenburg.

De Uilenburg is een echte arbeidersbuurt. Hun buren hebben beroepen als breister, tapijtwever, garenwinder en arbeider. Over de Uilenburg schrijft een Bosschenaar in 1867: Geen tien voetstappen kan men doen, zonder een vuilnishoop te ontmoeten. Het vuilnis zou dagelijks weggehaald moeten worden, maar meestal gebeurde dat maar één keer in de week. De uitwaseming ervan moest, vooral in de zomer, hoogst nadelig zijn voor de gezondheid van deze dichtbevolkte buurt.

In Den Bosch ben ik Peter als (koeken)bakker, tapper, commissionair, stoffenverver en zonder beroep tegengekomen. In 1824 wordt Peter Antonie Arts beklaagd van het door zijne kinderen in de bestelhuizen doen rondbrengen van brieven aan onbekende personen geadresseerd en daar voor port vragen. Zijn kinderen waren toen tussen de 2 en 15 jaar oud. Er wordt één jaar gevangenisstraf geëist maar aangezien het veroorzaakte nadeel geen vijfentwintig franken te boven gaat en er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn hoeft hij slechts drie dagen de Bossche gevangenis in voor deze falsiteit. Het gezin zal ongetwijfeld arm zijn geweest en moeite hebben gehad om te overleven. Zowel vader Peter als dochter Margaretha worden meerdere keren veroordeeld voor diefstal van voedsel en kleding.
Zo wordt Peter in 1831 beschuldigd van diefstal van een theebus en strijkijzer maar hiervan wordt hij vrijgesproken. In 1845 wordt Peter (hij is dan 60 jaar) schuldig bevonden aan de diefstal van drie varkenshammen te ’s Bosch, uit de woning van den Spekslager. Mede gezien zijn voorgeschiedenis krijgt hij nu maar liefst vijf jaar gevangenisstraf. Peter wordt naar de gevangenis op het Oostereiland in Hoorn gestuurd dat speciaal bedoeld is voor dronkaards, bedelaars en landlopers. Peter overlijdt in 1848 hier in de gevangenis. Zijn vrouw Henrica was al elf jaar eerder overleden in Den Bosch.

De kinderen van Peter en Henrica
Dochter Antonia Arts trouwt in 1833 met de Amsterdamse arbeider Abraham Peterson. Ze krijgen in Den Bosch zes kinderen, maar vier daarvan halen hun eerste verjaardag niet. Antonia overlijdt op haar 35e en ook haar man overlijdt relatief jong. Ze laten in 1853 twee tienerwezen achter.
Zoon Johannes Arts is stoffenverver en trouwt in 1846 met de Bossche marktverkoopster Johanna. Ze krijgen een dochter Sophia; vader Johannes overlijdt als zij net één jaar oud is. Sophia zelf overlijdt als ze pas 2½ jaar oud is. Johanna blijft alleen over en overlijdt in 1864 op 39-jarige leeftijd.
Dochter Pieternella Arts is eerst arbeidster en later vroedvrouw. Ze trouwt met de schipper Huibert Waegemakers. Hun eerste kind wordt doodgeboren en hun tweede kind overlijdt als ze 18 jaar is. Alleen hun jongste kind wordt volwassen en trouwt later. Pieternella zelf wordt 83 jaar oud.
Dochter Margaretha Arts, oud 22 jaren geboren te Driel, wonende te Bosch, naaister, wordt in 1844 beschuldigd van diefstal van een stuk zijden mutsenlint. Ze krijgt één maand gevangenisstraf gezien haar jeugdige leeftijd en de opregte bekentenis. Nog geen maand nadat ze uit de gevangenis komt, wordt ze opgepakt voor diefstal van eenen omslagdoek uit den winkel van Adriaan Verdonk en nu krijgt ze één jaar gevangenisstraf.

De jongste dochter Rosalina Arts is arbeidster en trouwt in 1856 met de Bossche mandenmaker Martinus van Ham. Zij krijgen vier kinderen die alle vier niet ouder dan één jaar worden. Het jongste kind overlijdt op 1 oktober 1861 en moeder Rosalina is drie weken daarvoor al overleden. Ze was net daarvoor 34 jaar oud geworden. Martinus blijft alleen over.
Ik weet niet waar de Bossche (klein)kinderen van Peter en Henrica aan zijn overleden maar tussen 1835 en 1865 waren er in Den Bosch meerdere cholera uitbraken. De belangrijkste symptomen van cholera zijn diarree en uitdroging. Vooral door de snelle uitdroging (en zonder een juiste behandeling) was cholera vaak dodelijk voor baby’s en jonge kinderen. Cholera wordt veroorzaakt door een bacterie en vaak verspreid door besmet drinkwater. In de 19e eeuw gebruiken vele Bosschenaren het water van de rivier de Dieze, die dwars door de stad loopt, als drinkwater. Het water van de rivier dient tevens als riool en als reinigingsmiddel om de straten minder smerig te krijgen.
Wellicht om de ellende in Den Bosch te ontvluchten, vertrekken de twee zoons Franciscus en Godefridus Arts rond 1850 naar het centrum van Amsterdam. Maar hier hebben ze, zo mogelijk, een nog armoediger bestaan. Ze hebben hier verschillende zware beroepen als sjouwer en stoker. Franciscus en zijn vrouw Geertrui (bleekster) krijgen acht kinderen waarvan er vier niet ouder dan een jaar worden. Franciscus zelf overlijdt aan marasmus (ondervoeding). Ook twee van de vier kinderen van Godefridus en zijn vrouw Catharina (ventster) overlijden in hun eerste jaar. Godefridus overlijdt als hij 32 jaar oud is en zijn vrouw Catharina overlijdt, net als zijn broer, aan ondervoeding.
Van de elf kinderen van Peter en Henrica worden er maar twee ouder dan 36 jaar. En van hun veertien Bossche kleinkinderen worden er slechts twee ouder dan 24 jaar! Dit gezin had dus echt een zwaar bestaan in het centrum van Den Bosch in de loop van de 19e eeuw. Tja, misschien was vroeger toch niet altijd alles beter?
