Op 10 mei 1940 – de Duitsers waren nog maar net ons land binnengevallen – vielen in Tilburg de eerste dertien oorlogsdoden. Op 17 januari 1945, toen de mof al bijna twee maanden uit de stad was verdwenen, sloeg het noodlot nóg toe. In beide gevallen was de schok groot.

In 1940 had niemand ooit van oorlog gehoord, in 1945 dacht men gevrijwaard te zijn van het afschuwelijkste wat mensen elkaar aan kunnen doen. Op 17 januari 1945 voerden de Duitsers vanachter de Maas een granaataanval uit op Tilburg. Het doel was mogelijk de Antoniusschool in de wijk de Hasselt.
Een groepje wijkbewoners stond bij elkaar. Precies midden in dit groepje viel een granaat. Dertien mensen werden gedood. Twaalf van hen liggen begraven in wat je met een lugubere term een massagraf zou kunnen noemen. Dit graf bevindt zich op het kerkhof achter de voormalige kerk (nu wijkcentrum De Poorten) aan de Hasseltstraat. In het grafmonument staat gebeiteld:
(…) In het oog der dwazen was het of zij stierven. Maar toch zijn zij in vrede.
© Brabants Dagblad; Eerder gepubliceerd in Een Ons Brabant op 20 september 2007.



