Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht

Duivelse klokken

Rien Wols

2 augustus 2011

Bijgewerkt op 30 april 2014

Tot ver in de 18e eeuw stond deze waterovergang eenvoudigweg bekend als de Ginnekense brug. Maar in 1762 duikt ineens de benaming Duivelsbrug voor het eerst op. Over het waarom tast men in het duister. Wellicht dat de steile opritten een lastig probleem vormden voor voerlieden. Hoe het ook zij: rondom die naam is er een legende ontstaan.

Deze legende werd voor het eerst in een romantische versie opgetekend door de Leidse student Jan Pieter Heije (1809-1876). Hij werd later arts te Amsterdam en volksdichter. Zo zijn bekende volksliedjes als “Heb je wel gehoord van de Zilveren Vloot”, “Zie de maan schijnt door de bomen” en “Daar zaten zeven kikkertjes” van zijn hand.

Ten tijde van de Belgische opstand (1830-1839) was Heije als Leidse Jager gelegerd bij Breda, waar hij dienst deed bij de brugbewaking. Daar zou hij het “ware verhaal” van de Duivelsbrug gehoord hebben. Hij werkte de stof om tot een gedicht dat in 1834 werd gepubliceerd in de Noord-Brabantsche Volks-Almanak. Je kunt het hier downloaden en lezen (opent in een nieuw tabblad) (PDF, 3,78MB).

In 1880 schreef de Bredase rederijker en boekhandelaar J.C. Philipsen een nieuwe versie in dichtvorm. Bijna 25 jaar later, in 1904, vond de legende in prozavorm zijn weg naar de officieele geïllustreerde gids voor Ginneken.

Het romantische drama van gefnuikte liefde, machtswellust en bovennatuurlijke krachten zou zich hebben afgespeeld in 1307.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.