Als ik vraag hoe het voelt om aan zo'n megaklus te beginnen, antwoordt Loes van Rijnsbergen, architect van het Rijksvastgoedbedrijf: "Doodeng". Daar kunnen we ons iets bij voorstellen: zij is verantwoordelijk voor het verbouwen van het kasteel uit 1350, dat lang in het bezit was van de Oranjes. Het carré-vormige gebouw verleent sinds 1828 onderdak aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. "Het paleis behoort tot de 100 belangrijkste Nederlandse monumenten. Het is echt een droomklus, die niet verkeerd mag uitpakken."
Dit verhaal verscheen eerder als artikel in Erfgoed Magazine, nr. 2, 2022
Renaissancepaleis
In 1350 koopt de Hollandse edelman Jan van Polanen de burcht in Breda. Hij versterkt het kasteeI met vier hoektorens en een gracht, waardoor het een onderdeel vormt van de verdedigingswerken. Jans kleindochter Johanna trouwt in 1403 met de Duitse edelman Engelbrecht van Nassau. Zijn zoon Jan lV van Nassau vergroot de burcht ingrijpend na 1460. De volgende bewoner, achterneef Hendrik lll van Nassau, is een vertrouweling van keizer Karel V en stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. Hij reist op diplomatieke missies onder meer naar ltalië.
Hendrik is een rijk man en laat zijn kasteel tot een prachtig Renaissancepaleis verbouwen. Daartoe neemt hij de ltaliaanse architect Thomas Vincidor de Bologna in dienst. De rechthoekige binnenplaats met Dorische zuilen vormt het centrale plein rondom vier vleugels die gezamenlijk een carré vormen. René van Chalon verfraait het paleis vervolgens met een hofkapel. Daarna woont Willem, prins van Oranje en graaf van Nassau, met zijn vrouw Anna van Buren op het kasteel tot de opstand van de Nederlandse gewesten tegen de Spaanse overheersing in 1568. Na de vrede van Münster voltooit stadhouder Willem lll het paleis in 1680.

Militaire academie
Uiteindelijk krijgt Koning Willem I in 1816 zijn familiebezit in uitgewoonde staat terug. Hij besluit om er een militaire academie in te vestigen. Daarop volgt tussen 1826 en 1828 een ingrijpende verbouwing. Zo maken de dakkapellen plaats voor een tweede verdieping van wege de uitbreiding van het paleis met een extra verdieping. Ook de beide hoektorens worden afgeplat. In de 20e eeuw vinden er maar liefst vier verschillende verbouwingen plaats. Men realiseert er slaapzalen, verlaagde systeemplafonds, andere vloeren en tussenmuren. Een bouwkundig 'allegaartje' dus. Vanaf 2011 worden de plannen voor de huidige ingrijpende verbouwing ontwikkeld.
Tienjarenplan
Oorspronkelijk omvat het plan alleen het brandveilig maken van het pand. Vrij snel daarna overtuigt het ontwerpteam van het Rijksvastgoedbedrijf dat een veel ingrijpender verbouwing wenselijk is. Door de verschillende aanpassingen aan het gebouw in de vorige eeuw, is de planvorming sterk 'verrommeld'. Het pand verdient daarom een uitgebreide aanpak, zo stelt ook Van Rijnsbergen. De afweging tussen veelvuldige kleinschalige aanpassingen of een éénmalige grootschalige verbouwing is door Defensie snel gemaakt. Men besluit tot een volledige verbouwing van de twee woon- en werkverdiepingen. De zolder biedt plaats aan alle technische voorzieningen, zoals een watermistsysteem, verwarming, ventilatie, water, elektra en ICT. Vanuit hier worden alle onderliggende vertrekken op de drie verdiepingen van faciliteiten voorzien.
Restauratie
Uit de vier gevels zijn zo'n 800 ramen gehaald, waarbij de technische staat van het soms 200 jaar oude grenenhout is geïnspecteerd. De restauratiewerkzaamheden zijn per raam gedocumenteerd in een restauratieverantwoording. Er worden 10 nieuwe schoorstenen geplaatst die identiek zijn aan de huidige schoorstenen. Deze komen op de posities waar vroeger ook schoorstenen hebben gestaan. In de Grote Zaal worden de 24 zuilen afgemaakt. Ook de gietijzeren trap uit 1890 is straks weer zichtbaar. Jarenlang lag deze verscholen achter een toiletgroep. Ten slotte worden er nieuwe, met eikenhout afgewerkte 'technische schouwen' aangebracht op de posities waar lang geleden schouwen hebben gestaan.

Energiebesparing
Ir. Edgar Neuhaus van de TU Eindhoven maakte een simulatiemodel en berekeningen over de energieprestatie en bouwfysische gevolgen voor het pand. Daaruit bleek dat eventuele na-isolatie van de gevel aan de noordzijde schadelijk is vanwege vochtophoping en risico op vorstschade. Aan de zuidzijde leidt dit juist zomers tot oververhitting. Na-isolatie was dus géén oplossing. Wel is gekozen voor enkele, isolerende, monumentenbeglazing in de ramen met een U-waarde van ca. 3,5. Dit is een verbetering van ongeveer 45%. Middels warmteterugwinning en stadsverwarming zal overal op lage, constante temperatuur worden verwarmd. Ook worden gestucte stralingsplafonds toegepast en extra, niet bouwtechnische, middelen ingezet: gevelhoge en -brede gordijnen die automatisch sluiten en openen.
Cadetten-proof
"Wij hadden niet gerekend op het asbest en de constructiefouten die wij zijn tegengekomen in verholen ruimten", vertelt Van Rijnsbergen. "Die moesten eerst opgelost worden." Verder dienen alle vertrekken 'cadetten-proof' te zijn. Deze studenten lopen soms in volle soldaten-bepakking door de gangen en kamers, wat gemakkelijk leidt tot beschadigingen aan vloeren en muren. Vandaar dat de ruimtes veelal met staal, massief hout en parketvloeren worden afgewerkt.
De afgelopen drie jaar hebben De Kok Bouw en het Rijksvastgoedbedrijf hard gewerkt. In juli 2022 dient de klus geheel te zijn afgerond. Daarna kan het gebouw de tand des tijds weer doorstaan. In de vele verblijfsvertrekken en de Grote Balzaal zal de oude luister zijn teruggekeerd. De Oranjes kunnen weer trots zijn op hun voormalige bezit.
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

