Mijn grootvader zat enige jaren (ca. 1865) op de “Fransche School” in Uden, samen met zijn broer Arnold. Ze waren dan gedurende enige tijd “in de kost” bij een oom die in Volkel woonde. Hij hield er een aantal Franse boeken aan over.


In zijn latere leven nam hij een Frans gebedenboek mee naar de kerk in Beers. Hij moest daar toch naar toe, nietwaar. En het leek ook nog enigszins op latijn. Twee vliegen in een klap, zou je kunnen zeggen.
Ik vind zelf dat je niet in een boek moet gaan zitten knoeien, maar hij dacht daar kennelijk anders over. Hij schrijft:
Dit boek is mijn lief
die het steelt is een dief
hetzij heer of knecht
hangen is recht aan de galg.
Dus U bent gewaarschuwd! Daarnaast beklaagt hij zich over de boekbinder die de bladzijden van het boek verwisseld heeft.


