Als sinds jaar en dag is het in Westerhoven op de laatste zondag van mei altijd feest. Dan is het immers de jaarlijkse kermis. Voor de jeugd is het natuurlijk altijd een spannende gebeurtenis. Die wil immers heel graag weten wat voor attracties er komen te staan en waaraan het "kermisgeld" zal worden besteed.

Dat is altijd afwachten, want de Westerhovense kermis is - commercieel gezien - voor de exploitanten verre van interessant. Normaliter worden de staanplaatsen voor de kermisattracties door gemeenten verpacht aan de hoogst biedende.
In Westerhoven werkt dat systeem niet. Het inwonertal is te klein om voor de exploitanten voldoende rendement te krijgen en er een boterham mee te verdienen.
Het gemeentebestuur bedenkt dan ook een andere strategie, want er moet wel kermis gevierd kunnen worden.
Dus wordt een omgekeerde route uitgedacht. Er wordt vooraf een selectie gemaakt van een beperkt aantal attracties. De betreffende kermisexploitanten worden uitgenodigd om in Westerhoven hun attracties op te bouwen. Het gemeentebestuur betaalt aan hen dan een vooraf vastgestelde vergoeding. Op die manier heeft Westerhoven toch zijn kermis en de exploitant ook zijn boterham.
U moet van het aantal attracties geen hoge verwachtingen koesteren. Het zijn niet meer dan de luchtschommels, een zweef- en een draaimolen, de rups en een oliebollen- en viskraam. Dat is het totale "kermisgeweld" dat opgebouwd wordt op het Mgr. Biermansplein. De woonwagens van de kermisexploitanten worden altijd geparkeerd op het zandpad, dat loopt langs het witte huis van Thieu Beckers en eindigt bij de oude watermolen.
Op de zaterdag voor de kermis probeert de jeugd al te achterhalen, welke attracties er zijn opgebouwd. Maar de tentzeilen van de attracties blijven stijf gesloten en geven hun geheimen nog niet prijs.
Maar er is wel iets bijzonders gebeurd. In de vroege morgenuren van de zaterdagmorgen, heeft mevrouw Giegengack van de luchtschommels een kindje gekregen.
Mijn vader heeft in zijn hof een paar witte en zachtroze pioen(knillis)rozen gesneden. Die bos bloemen duwt hij in mijn handen. Mijn moeder legt mijn haar in een fatsoenlijke scheiding en herhaalt daarbij telkens de boodschap die, samen met bloemen, moet worden overgebracht.
Als ik de trap van de woonwagen beklim, zwaait de deur al open. Daar staat een grote forse kerel met rossig haar en een bezorgde gelaatsuitdrukking.
Hij laat me binnen. Nog nooit heb ik een woonwagen van binnen gezien. Het is erg sober ingericht, maar wel netjes en proper. Er staan wel veel beeldjes, vazen en andere tierelantijntjes met opzichtige "gouden" versieringen. Een enorme hoeveelheid kitsch in optima forma.
"Met de vriendelijke groeten van mijn papa en mama en van harte gefeliciteerd met Uw kindje". Ontroerd door deze spontane geste van, voor hun toch onbekende mensen, neemt mevrouw Giegengack de bloemen aan.
Ook mijnheer Giegengack is aangenaam verrast en wil weten waar mijn ouders wonen. Dat is niet heel ver, ongeveer vijftig meter van hier.
Samen gaan we naar ons huis. In onze keuken heeft hij een lang en serieus gesprek met mijn moeder. Waarover? Dat wordt al heel snel duidelijk.
In de tijd van het Rijke Roomse Leven moet een pas geboren kindje zo snel mogelijk, liefst nog dezelfde dag, het sacrament van het doopsel ontvangen.

Die zaterdagmiddag moeten we onze 's-zondagse kleren al aan. Samen met ons moeder gaan we naar de woonwagen van de familie Giegengack. De nieuwe wereldburger moet worden gedoopt en aan mijn moeder is gevraagd of zij het kindje boven de doopvont wil houden en zodoende de "peettante" zal zijn. Mijn moeder kan nooit geen neen zeggen en, gezien de omstandigheden, zeker niet nu. Ook al mijn broertjes en zusjes moeten mee. Voor de sfeer is een beetje publiek bij deze doop plechtigheid onontbeerlijk.
Na de plechtigheid brengt mijn moeder het inmiddels tot "engeltje" verheven babytje terug naar zijn moeder. Als dank krijgt zij tien vrijkaartjes voor de schommels op de kermis.
Tijdens de hoogmis houdt de pastoor vanaf de preekstoel zijn gebruikelijke zondagpreek. Als hij daarmee klaar is, schudt hij zijn papieren bij elkaar, maar blijft op de preekstoel staan. Hij heeft nog een mededeling.
Een zucht van ergernis gaat door de kerk. Toch weer niet die gebruikelijke onzin over de verdorvenheid van de kermis en vooral van de dansavonden. Daar hebben de "beminde gelovigen" inmiddels duidelijk tabak aan.
Neen, hij heeft een kleine mededeling. Hij memoreert de sobere doopplechtigheid van de dag ervoor en de schamele omstandigheden waarin hij dit kleine gezin heeft mogen ontmoeten. Of er niet eens iemand "inne keer mi ne kromme errem" kan langs gaan?
Nou, zoiets moet je in Westerhoven natuurlijk niet zeggen.
Al snel is het bij de woonwagen een komen en gaan van mensen. Het lijkt wel of de inwoners zijn veranderd in de herders van Bethlehem. De kastelein komt langs met een bak bier, de slager met worst, de bakker met brood, peperkoek en krentenbollen. Een enkeling stopt stilletjes een envelopje met geld onder de deur van de woonwagen.
De vrouwen zijn veel praktischer. Zij zorgen voor kleertjes, luiers, en dergelijke, maar vooral voedsel, veel voedsel. Zij geven de producten van hun nijvere handen. Zelf gemaakte appelmoes, stroop en jam, weckflessen met ingemaakte groenten, varkenspootjes in het zuur. Teveel om op te noemen.
Dan is het bijna drie uur 's-middags. Vanaf de parochiekerk klinkt het Mariaklokje teer maar schel. Het teken dat het Lof met aanbidding afgelopen is. Maar al heel snel wordt dit geluid overstemd door de vrolijke tonen van fanfare Irene. Met Fonske van Veldhoven als vaandeldrager voorop, trekt het illustere gezelschap het dorp in. Vanaf het café van Bekkers, gaat het, via den Heuvel, de Beukenlaan en de Kerkstraat, naar het Mgr. Biermansplein.
Daarmee is de kermis geopend! De vlaaien voor de familie kunnen worden aangesneden. De pret kan beginnen.
In de tent van de luchtschommels staat een glunderende en breed lachende mijnheer Giegengack. Eigenlijk heeft hij geen tijd om zijn attractie te bedienen. Hij moet zoveel handen schudden en felicitaties in ontvangst nemen, dat hij nog maar amper aan werken toe kan komen.
Hem maakt dat nu helemaal niets uit. De vele gaven van de Westerhovense mensen maken dat, commercieel gezien, deze kermis voor hem zijn beste in jaren is.
Het inwonertal van Westerhoven verandert niet door dit kermiskindje.
Immers 's-woendags demonteren de kermisexploitanten weer snel hun attracties en trekken verder het land in.
En de familie Giegengack?
Zolang de schommels in de mode blijven, komen zij nog heel veel jaren naar het pittoreske Westerhoven waar zij zo'n warme herinneringen aan hebben.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (29 augustus 2024).
