Klimaatverandering? Opwarming van de aarde? Dat zijn begrippen waar de mensen in het midden van de vorige eeuw totaal geen notie van hadden. In de jaren van onze jeugd leefden we in en met de natuur.

Zo direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was er hier en daar wel wat schaarste, maar eten was er altijd voorhanden. Aan bomen en struiken hing voldoende fruit of een knolraap zo uit het veld. Het was voor ons voldoende om de ergste trek te stillen.
In Westerhoven groeit de jeugd op door de seizoenen intensief te beleven en te gebruiken. In het voorjaar worden vogeleitjes verzameld. In de zomer is dat zwemmen in de Beekloop, of bij het ultieme zwemparadijs 'de drie trepkes'.
In de herfst wordt druk gezocht naar walnoten en tamme kastanjes. En in de winter? De vermaarde ijsbaan op.
De winters zijn - gevoelsmatig - wel aanmerkelijk kouder dan vandaag de dag.
In de meeste huizen en boerderijen brandt alleen in de keuken een kachel. Er moet immers ook gekookt worden.
Ook in de parochiekerk is het in die wintertijd meestal steenkoud. Daar kom je wel achter, als je als jong misdienaartje op je blote knietjes op de marmeren altaar treden moet zitten.
Vooral met Kerstmis is het een ware beproeving, ook al heeft de pastoor beloofd om de verwarming extra te laten branden.
Om elf uur 's-avonds luiden de klokken al. Voorafgaande aan de middernachtmis is de traditionele kerst samenzang. De ruimte vult zich met de aloude liederen die al generaties lang worden gezongen.
Dan begint de Nachtmis. De pastoor heeft zijn mooiste kazuifel van witte zijde met gouden borduurwerk tevoorschijn gehaald. De acolieten en de misdienaars dragen een zwarte toog met daarover een stijfgestreken superplie.
De mis zelf, is volgens het aloude ritueel en met veel wierook en gezang. Opvallend is dat er - anders dan anders - er veel meer zilvergeld in de collecteschaal terechtkomt. De brave parochianen zijn met Kerstmis altijd in een royale bui. De pastoor zal content zijn.
Als de pastoor zijn laatste kerstwens heeft uitgesproken, spoedt het brave volk snel naar huis. Daar staat een rijkgevulde tafel klaar. Al dagenlang zijn de bakkers van bakkerij 'de Ster' bezig met krentenbrood met spijs en heel veel worstenbroodjes.
Worstenbroodjes zijn er ook op de pastorie bezorgd. Het is een traditie dat, na afloop van de Nachtmis, de acolieten en de misdienaars getrakteerd worden op warme chocolademelk met worstenbroodjes.
Maar deze misdienaar heeft natuurlijk weer pech. Traditioneel volgt na de Nachtmis een tweetal 'stille misjes'. Als de jongste van de misdienaars moet die de pastoor daarbij assisteren.
Na afloop van die laatste ceremonie, sta je bij de pastorie aan een gesloten deur. Alle acolieten en misdienaars zijn al naar huis. Dus geen chocolademelk of worstenbroodje.
Gedesillusioneerd over zoveel hardvochtigheid, gaan we maar naar huis. Helaas, daar is het niet veel beter. In de keuken is het stikdonker. In de kachel gloeien de laatste kooltjes en het aanrecht staat vol met gebruikt serviesgoed.
Wat een teleurstelling, alle lekkers is op. Er zit niets anders op, dan met een lege maag en een gevoel van eenzaamheid onder de koude dekens te kruipen.
Ook al vriest het niet en ligt er geen sneeuw, nee als jong misdienaartje, kom je zo toch van een kouwe Kerstmis thuis.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (14 december 2024).
