Het was in de jaren '50 dat ik met mijn moeder en twee kleinere zusjes met de bus van de zaak, haar neef Driek van Oyen zouden gaan bezoeken. Hij woonde in de Peel, in het gehucht Halte bij Helenaveen.
Ze was al vroeg op en had voor ons allemaal al brood gesmeerd en ingepakt voor die dag. Een kan met thee stond koud te worden en verder ging ook nog voor de familie een pak koffie en een pak speculaas mee, onder het motto: "je kan daar niet onverwachts met lege handen aankomen. Dat hoort er bij!"
Ze zat als eerste in de bus de kaarten te bestuderen en vroeg: "Rijden we over Heusden?" "Nee, mam. Waarom?" "Omdat daar mooie bootjes liggen aan de Maas!" "Nee, vandaag niet. We rijden richting Deurne." Zo ver ben ik nog nooit geweest. Ze genoot van de rit en de hoge gebouwen onderweg.
Eindelijk waren we er. We reden de dam op, de hond sloeg al aan en daarop kwam de hele meute naar buiten. Een auto op de dam? Dat gebeurde zelden en de kinderen wisten niet wie we waren totdat Driek en zijn vrouw naar buiten kwamen. "Verrek, Cor van Ome Grard, dat is een verassing! Komt er in, komt er in, dan zette we gauw een bekske." "Maar", zei ons moeder, "doe geen moeite, want we hebben alles bij ons. Hier, een pak koffie en koekjes en we hebben brood voor de hele dag." Wat werd er gebabbeld door die drie. Van de kinderen hadden we geen last, die speelden buiten.
De klok sloeg twaalf, de tafel werd gedekt en de kinderen keken hun ogen uit naar het brood dat onze moeder altijd zelf bakte, maar dan in blikken. Driek bakte twee keer in de week platte ronde broden in de broodoven. Met de kinderen ruilden we ons brood en ze vlogen erop als een haan op een knoerzelbos.
Bezoek aan de Zwarte Plak
Toen we waren bijgepraat, kwam de hof en mijn interesse op tafel. Ik had namelijk een boek gelezen over de Zwarte Plak en dat is hier in de buurt. Ik wilde graag nog de St. Antoniushoeve van de familie Poels zien en een bezoek brengen aan Riek, een zuster van een collega van mij. Zij was op latere leeftijd getrouwd met They en die woonde ook bij de Zwarte Plak. Ik was nog nooit op de Zwarte Plak geweest en had veel gelezen over het verzet tijdens de oorlog en het onderduikadres van piloten bij de familie Poels. "Dat weet ik goed te liggen", zei Driek. "We nemen nog een bekske en dan rijden we aan. Het is maar acht kilometer."

Daar aangekomen, stond Riek net de was op te hangen. Ze keek, liet alles los en vloog me om mijn nek. "Grard, wat doe jij hier?!" They kwam erbij en het hek was van de dam. Het was een ontvangst van jewelste! De kinderen vermaakten zich buiten op het erf en wij spraken binnen uitgebreid over de familie Poels en het verzet.
Wat bleek? De boerderij van They stond ook middenin het gebied waar het verzet actief was. "Kijk, Grard, als je uit dit raam kijkt, zie je nog loopgraven en een schuilkelder voor de munitie. Als de onderduikers de boerderij van Poels moest ontvluchten, konden ze zich hiermee verdedigen, als het moest."
Na de koffie gingen wij dus naar buiten ja hoor, het was er allemaal nog. Maar het was na jaren allemaal ingestort. Door de loopgraven kon je alle kanten op, ook naar het bos of binnendoor naar Kronenberg. Daar was een wirwar van wegen; je kon zo naar Sevenum of de Achterste Steeg.
Als de onderduikers een lampje zagen branden op de geut voor het kleine raampje, was er een huiszoeking en moeste ze alert zijn of vluchten! Ik kreeg de koude rillingen, want ik zag het weer allemaal voor me wat ik in het boek van Toon Kortooms over de Zwarte Plak gelezen had. De onderduikers (geallieerde piloten) moesten zo snel mogelijk Nederland uit. Via België, Frankrijk naar Spanje en vandaar verder, om uiteindelijk met het vliegtuig naar Engeland terug te keren.
Ik was voldaan tevreden en onder de indruk, maar zo`n uitvlucht rond de boerderij van de familie Poels had ik niet verwacht. De pastorie in het dorp was ook een bekend adres. Voor de buitenwereld wist de pastoor zogenaamd van niets; hij zei alleen voor zijn parochianen beschikbaar te zijn!
"Kom", zei They, "we gaan naar huis de tafel ophalen en eten." Er kwam een stuk gerookte ham op tafel en voor iedereen bakte hij een ei. Toen werd het stil en de magen werden goed gevuld. Ten slotte waren we klaar voor de reis terug naar Halte. Daar was het bezoek niet lang meer, want we wilden voor het donker thuis zijn. "Maar je moet je bus nog wel even wat achteruitrijden, Grad en de achterklep opendoen", zei Driek. Hij deed er twintig droge turven in. Hier had mijn moeder een mooie bestemming voor; ze maakte er een mooi perkje van in de voortuin en dat gaf bekijks!
De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.
