Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Aquarel door Toos Naus (2007) op basis van het originele bestek.

Een nieuwe dorpsgalg (1711)

Rien Wols

15 maart 2009

Bijgewerkt op 18 november 2013

Vóór 1795 hadden de heren (en vrouwen) van Nuland de macht om misdadigers ter dood te laten veroordelen en ze vervolgens ook te laten executeren. Dat gebeurde meestal door ophanging. De executie was echter nog niet het einde van de straf. Het lijk van de veroordeelde werd buiten het dorp of de stad, liefst goed in zicht van een doorgaande weg aan een zogenaamde tentoonstellingsgalg opgehangen, als afschrikwekkend voorbeeld.

Impressie door Toos Naus (c)

Zo'n stoffelijk overschot moest daar letterlijk blijven hangen tot het er bij neerviel. Ook Nuland had zo'n tentoonstellingsgalg, op de heide vlakbij het dorp, op zichtafstand van de grote weg naar Den Bosch .

In 1710 was deze galg aan vernieuwing toe. Ook toen al maalden bestuurlijke molens niet altijd even snel, zodat pas op 20 mei 1711 het maken van een nieuwe galg openbaar werd aanbesteed.

Het bouwmateriaal moest bestaan uit goed eikenhout (de balk moest wel wat kunnen dragen). De lengte van de staanders moest achttien voet bedragen, waarvan veertien boven de grond, dus hij werd ruim vier meter hoog. Als de galg eenmaal in elkaar was gezet, moest hij tweemaal worden behandeld met blauwe verf.

Impressie Toos Naus (c)

Op 10 juni 1711 nam Claes van Boeckel het werk aan voor 56 gulden. Hij zou er binnen enkele weken mee klaar moeten zijn, maar het duurde nog tot het einde van het jaar voordat de galg werd opgericht.

Op 28 december riep het dorpsbestuur uit ieder huisgezin een “manswaerdige persoon” op, voorzien van een gavel of riek, om naar de heide te komen om te helpen bij het oprichten van de galg. Als er binnen een gezin geen man beschikbaar was, moest er maar een vrouw komen opdraven. Niet verschijnen was geen optie: daar stond een boete op van drie gulden. Dat kwam voor de eenvoudige dagloner al gauw neer op een compleet weekloon.

Dat de hele dorpsgemeenschap moest meewerken aan de oprichting van een nieuwe galg was niet alleen, omdat dat een goedkope manier van werken was. Op deze manier werd iedereen namelijk ook weer eens met zijn neus op de feiten gedrukt: als misdadiger (en je kon voor diefstal al ter dood veroordeeld worden) kon je wel eens met je nek in de strop hoog in de lucht eindigen als afschrikwekkend voorbeeld voor passanten.

Op een of andere manier ontleende het dorp blijkbaar ook enige status aan het bezit van zo'n galg, want het jaar daarop, in 1712, gaf de vrouwe van Geffen opdracht tot het vervaardigen en oprichten van precies zo'n galg in Geffen.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Een nieuwe dorpsgalg (1711) | BHIC