Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Een regen van Roozen (1)

Een regen van Roozen (1)

Gerard Strijards

16 oktober 2024

Bijgewerkt op 23 oktober 2024

Vlak na de Eerste Wereldoorlog deelde een kortstondige economische hausse zich mee aan West-Europa. Nederland deelde er ook in. Eindhoven, met zijn grote industrieën, werd dus ook begunstigd. Demografisch betekende dat de instroom van allerlei werknemers uit andere landstreken.

Economische Hausse 1920-1928

Die nieuwe instromers waren vaak niet rooms-katholiek. Philips met name bouwde voor hen aparte dorpen. Met huisvesting en sociale voorzieningen, ongehoord voor deze stad van het Kempenland.

Er kwamen een voetbalstadion, een zweminrichting, een ontspanningscentrum, een stadsgehoorzaal, een geneeskundige dienst. Deze toestromende bevolking verstoorde duchtig de gang van het roomse leven, dat vooral getekend werd door liturgische feestdagen, met hun processies, optochten anderszins, gilde-activiteiten met schutterstoernooien, gedenkdagen en liefdewerk. Strijp, de stadswijk voor de lagere arbeidersstanden, kreeg ook een ander sociaal patroon. Het werd steeds, frivool, consumptief, gewend aan zekere luxe vatbaar voor externe indrukken. De oude Strijpse boerenbevolking vond het maar niets.

De afsplitsing op initiatief van de Boerenbond

Bisschop Diepen, 1915 (Foto: Pierre Weijnen. BHIC, fotonr. FCBA04130000)
Bisschop Diepen, 1915 (Foto: Pierre Weijnen. BHIC, fotonr. FCBA04130000)

Vooral in de nieuwe Sint Trudowijk, geschaard in de schaduw van de Trudo-basiliek kwam raar volk te wonen. De gedachte wies dat de oudere boerenstand zich maar van de Trudo-parochie moest afsplitsen. Dat werd ook bevorderd door de Noord-Brabantsche Christelijke Boerenbond, die de geloofsleer der vaderen bedreigd achtte. Ze was aangewezen op harmonische samenwerking van gelijkgestemden ten aanzien van het beheer, het bewerken en vermarkten van de akkers, houtopstanden en veldgewassen in de vorm van coöperaties die kunstmest, guano, zaai- en plantgoederen, dors- en vlegelmachines aanschaften voor de leden.

Ook dat agrarisch beheer volgde het kerkelijk jaar met zijn typische tijdsindelingen zoals het octaaf van kerstmis en de onbestemde tijd ná pinksteren. In 1926 richtten vooraanstaande boeren zich tot de Bossche bisschop, met het verzoek om reeds daarom een afzonderlijke nieuwe parochie te stichten, wars van stadse fratsen die in het request aan zijn Doorluchtige Hoogwaardigheid breed uitgediept werden en ook de nefaste consequenties ervan voor fatsoen, moraal en ethisch besef.

Bouwpastoor Toon Mooren

Mgr. Diepen was daarvoor ontvankelijk. Hij wist bij de oude parochie een niet onbemiddelde kapelaan werkzaam, A.W. Mooren (opent in een nieuw tabblad), die initiatiefrijk was en doordrongen van de sociale missie van de Alleen Zalig Makende Kerk. Die wees Diepen aan als bouwpastoor van de nieuwe kerkgemeenschap, die ook zou moeten beschikken over een modern bedehuis, ingericht naar de nieuwste eisen des tijds. Waaronder een onbeperkt zicht op het hoogaltaar, goed verwarmbaar en heel veel licht.

Geen gezichtsbelemmerende zuilengalerijen en geen tochtende zijbeuken. Dat werd de Teresiakerk, toegewijd aan de vrome carmelites Thérèse Martin uit Lisieux wier Zaligverklaring en Heiligverklaring net hadden plaatsgehad in 1923 onderscheidenlijk 1925. Teresia is thans erkend als kerklerares. De kerk zou deze Heilige beeldrijk moeten eren door muurschilderingen, beelden en een devotiekapel. De architect Marinus van Beek, Strijpenaar, zou een bedehuis ontwerpen dat een breed middenschip van 18.45 meter had, met een gebogen tentdak gedragen door spanten van gewapend beton, roodgeverfd. De lokale bevolking werkte aan dit project naarstig op vrijwilligersbasis mee.

Betrokken parochianen

Pastoor Werners zegent in 1933 de auto van P. Rombouts (bron: Ach Lieve Tijd. 3. De boeiende historie van Eindhoven, de Eindhovenaren en hun geloof, blz. 55; detail)
Pastoor Werners zegent in 1933 de auto van P. Rombouts (opent in een nieuw tabblad) (bron: Ach
Lieve Tijd. 3. De boeiende historie van Eindhoven, de
Eindhovenaren en hun geloof, blz. 55; detail)

Dat gaf alleen al direct sociale cohesie. Zo werd al het graaf- en grondwerk gedaan door de toekomstige parochianen, maar ook het transport van de bakstenen en gewelfde pannen. De kerk kwam te liggen op een lichte donk in het landschap, “De Heuvel”. De pastoor van de Trudo-parochie zag deze vlijt en naarstigheid lede aan.

Deze herder, Franciscus Werners (opent in een nieuw tabblad), had bijzonder dure plannen met de neogotische Trudo-basiliek. Hij wilde een kapellenkrans aanbouwen, een kooromgang, een aparte doopkapel met zij-ingang voor dopeling, peter en meter, een Trudo-kapel en vooral een hoogoprijzende toren. Werners rekende op flinke giften van de eigenerfde boerendynastiën Faessen, Brans, Van Lierop en Van Tuyn. Maar juist deze geldhebbenden splitsten zich af met de Teresiaparochie.

Een onverwachte kredietcrisis

Tegelijkertijd zette zich een aanmerkelijke nationale recessie en bancaire kredietcrisis in. Met name het katholieke bancaire kredietsysteem van de Hanzebanken voor de roomse middenstand kwam terecht in een déconfiture. Achteraf is het merkwaardig dat de katholieke zuil zo’n systeem had weten op te zetten. Maar het episcopaat – de nationale bisschoppenconferentie – wilde eigenlijk dat het katholieke volksdeel zich ontwikkelde tot een parallelle staatsorganisatie, met alle overheidsvoorzieningen van dien. Het was te hoog gegrepen, zeker, maar daar kwamen de gemijterden vrij laat achter. Dat betekende onder meer dat Werners zijn megalomane plannen voorlopig wel op zijn buik kon schrijven.

Toon Mooren paria

Pastoor A.W. Mooren in 1933 (bron: Eindhovensch Dagblad van 10 juni 1933)
Pastoor A.W. Mooren in 1933 (bron: Eindhovensch Dagblad van 10 juni 1933 (opent in een nieuw tabblad))

Dat kwam de verhouding met zijn nog in de pastorie inwonende kapelaan Toon Mooren niet ten goede, temeer niet waar Toon op de ongelukkige gedachte was gekomen om zijn kostbare bouwplannen met al die vernuftige moderniteiten voor Werners voorshands geheim te houden. Er werd dus gelekt dat het hoestte, want ook de middenstanders rondom het Trudoplein waren niet gecharmeerd van de afsplitsing.

Daar ging hun kredietwaardige klantenkring.  Het was een aderlating. Toon kwam er achter op de pastoorskransen dat Werners een soort haatzaaicampagne was gestart tegen de nieuwe Teresiaparochie. Dat viel in vruchtbare bodem bij de welgezeten pastoors van de kerkdorpen Woensel, Gestel, Stratum en Tongelre, want ook die hadden grootse bouwplannen, vergelijkbaar met die van Werners, en waren niet gesticht door afsplitsingsinitiatieven.

Bisschop Diepen machteloos maar wel doorluchtig

Mooren beriep zich steeds wanneer wangunst dreigde op het gezag van de Doorluchtige en ook Hoogwaardige Diepen. Dat was onmiskenbaar, maar niet echt verstandig van Toon. Diepen was nogal autoritair en liet Werners goed weten dat hij geen tegenkanting duldde. Dus had Toon geen leven op de Trudo-pastorie, want jennen verstond Werners als geen andere.

Hij had zelfs de Philipsdirectie op de knieën gekregen bij de erkenning van de verplichte kerkelijke feestdagen als vrije dagen waarin toch doorbetaald moest worden. Toon kwam erachter wat hij zich op de hals had gehaald. Hij liet daarom buiten het overeengekomen bestek aan de Carmelitessenstraat een rijtjeshuis inrichten als voorlopige pastorie.

Toons solitaire positie

Hij trok voortijdig in. Een daad van ongehoord protest tegen het pastorale gezag, maar Toon meende dat het onontkoombaar was. Hij werd nu een paria op de pastoorskransen in de wijde Kempenlandse omgeving. En daartegen vermocht ook Diepen niets, al had hij veel macht. Hij schakelde de deken van Eindhoven Dr J. Maas (opent in een nieuw tabblad) wel in, maar die wilde zich de handen niet branden.

De getoogden hadden destijds hun eigenaardige mores en de bijpassende Siciliaanse Omertà. Toon verzonk in een merkwaardige eenzaamheid, waartegen de luxe volière die hij deed oprichten tegen de sacristiemuur van de Teresiakerk ook niet echt hielp al sprongen de edelzangertjes nog zo spruitig op zijn dassenharen steek rond.

Bij een storm stortte een betonnen boogspant donderend in en Werners liet niet na van de kansel te verkondigen dat wie ogen had om te zien en oren om te horen begrijpen moest dat dit heilloze project Gode niet welgevallig was. Een vingerwijzing Gods, zogezegd. Pastoors wisten Gods bedoelingen zeer duidelijk te duiden. En staken dat niet onder stoelen of banken. Ook al richtte zich dat ook tegen een getoogde confrater.

De hiërarchieke eenheid van het hooggeprezen en onwaardeerbaar geestelijk gezag vereiste het, al deed het de aanzegger natuurlijk mateloos leed. Maar hij deed het voor het bestwil van het katholieke volksdeel. Onder deze omineuze gesternten voltrok Diepen op 3 oktober 1928 de kerkconsecratie. Op hoop van betere tijden, want inmiddels was de economie nog verder teruggelopen. Massale werkloosheid voor de toegelopen gelovigen dreigde. Maar gelukkig was er nog niemand die dat bevroedde. Al waren de voortekenen goed kenbaar.

Lees ook het vervolg

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Een regen van Roozen (1) | BHIC