Ik moet ongeveer vijf jaar geweest zijn toen ik nog steeds enigst kind was. En omdat de pastoor toentertijd zich met een heleboel dingen in zijn parochie bemoeide, waaronder ook de grootte van het gezin, vond pastoor Hanegraaf het tijdens een huisbezoek nodig om eens te informeren of het bij de jongen (ik dus) onderhand niet eens tijd werd dat ik een steentje op mijn kop kreeg (er een tweede kind kwam).

Waarop mijn vader hem antwoordde, dat als meneer pastoor dacht dat hij het beter kon, hij het maar eens moest komen proberen. Zo niet, dat pastoor het dan maar aan hem moest overlaten.
Dit huisbezoek was meteen het laatste huisbezoek van de pastoor. Sindsdien fietste hij altijd ons huis voorbij.



