Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Een tragedie in Waalre

Een tragedie in Waalre

Koen Dircksens

10 maart 2025

Bijgewerkt op 10 maart 2025

Het was koud, die februarimaand 1947. Maar na een vorstperiode van drie weken steeg tegen het einde van de maand de temperatuur overdag eindelijk tot boven het vriespunt. Die 27ste, een donderdag, zag er aanvankelijk uit als een dag zoals alle andere dagen.

Het woonhuis van de familie Dircksens in 1945 (bron: Waalres Erfgoed, fotonr. 07-04-0033)
Het woonhuis van de familie Dircksens in 1945 (bron: Waalres Erfgoed, fotonr. 07-04-0033 (opent in een nieuw tabblad))

Om de een of andere reden - die ik nu niet meer weet - waren de schooluren van mijn broer Hein en mij niet dezelfde. We zaten in verschillende klassen. Hein, negen jaar oud, bij meester Biemans in de derde en ik, acht, in de tweede bij meester Keeman. Hein had ’s morgens les van half elf tot half een en ‘s middags van half drie tot half vijf, ik van half negen tot half elf en ‘s middags van half een tot half drie. Tussen de middag aten wij in die tijd warm en Hein kon de havermoutpap die we als toetje kregen niet door zijn keel krijgen. Hij moest om half drie naar school en om half vijf Miebet, ons zusje van zes meebrengen naar huis en thuis zijn pap alsnog opeten.

Het drama

Huize De Kempen (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant. Bron: BHIC, fotonummer PNB001072247)
Huize De Kempen (foto: Wies van Leeuwen / Provincie Noord-Brabant.
Bron: BHIC, fotonummer PNB001072247)

Was het de afkeer voor die pap, die hem deed besluiten, om half vijf niet naar huis te komen? Miebet heeft tevergeefs op hem gewacht. Hein was meegegaan met zijn klasgenoot Peter, de zoon van Antoon Coolen. Die woonde in huize ‘De Kempen’ op de Blokvenlaan, wij op nummer 202 van wat toen nog heette de Stationsweg. (Ergens tussen eind februari en april 1947 zou het Waalrese deel van de Stationsstraat omgedoopt worden tot Willibrorduslaan, waarin wij op nummer 77 kwamen te wonen. De voormalige Willibrordus-laan heette voortaan Ansbalduslaan.) Tussen fotograaf Westenberg en huize ‘Marian’ door was het overpad van ons naar ‘De Kempen’ nog geen tweehonderd meter. Peter en Hein zijn na school weggegaan, het bos in.

Mijn ouders begonnen zich pas tegen zessen zorgen te maken. Het begon al donker te worden en bovendien aten wij altijd om zes uur. Hein was nog steeds niet thuis. Om tien voor half acht moest ik naar bed, maar Hein was er nog steeds niet. Hij kon niet ver weg zijn, want hij had een ongelukkige voet en liep, als enige van ons, kinderen, altijd op schoenen. Maar zijn schoenen waren die dag naar de schoenmaker en daarom droeg ook hij klompen.

Later heb ik meer details gehoord. Hoe die nacht het halve dorp met carbid-lantaarns en stallantaarns in de bossen is gaan zoeken, verkenners, voortrekkers, misschien wel alle mannen uit het dorp en ook heel veel vrouwen. Dat het uiteindelijk de bekende Waalrenaar Pau Bijnen was die aan de voet van een sierput in wat heette ‘De tuin van Postma’, in de Buunders, twee paar klompjes vond, op ruim honderd meter van ‘De Kempen’; als iemand maar boven uit het raam had gekeken waren de jongens te zien geweest.

Mijn ouders hadden het thuis niet meer kunnen uithouden en waren naar de overburen gegaan, Jantje en Ria Gijzen in huize ‘Marian’. Vijf minuten over enen stopte daar een auto voor de deur. Pastoor Ad. de Glas bracht het droeve nieuws dat de twee in een sierput gevonden waren, dood. Door de strenge vorst had zich op het water van die put een dikke ijslaag gevormd, de dooi van de laatste dagen had echter gemaakt dat die ijsschol niet meer vastgevroren zat aan de put, maar rondom was losgeraakt. De jongens zijn op het ijs geklommen en de ijsschol is omgeslagen. Ze hadden elkaar vastgehouden. Lang kunnen ze niet geleden hebben want het ijskoude water moet hen bijna onmiddellijk hebben bedwelmd…

Toen ik de volgende morgen wakker werd lag mijn andere broer, Bart, in het tweepersoonsbed naast me in plaats van Hein, zoals gewoonlijk. Op de vraag aan ons dienstmeisje, Annie, of Hein al terecht was zei ze me, al huilend, dat ik dat maar aan ons moeder moest vragen. Die vertelde me dat Hein dood was. Mijn wilde huilen werd door ons mam afgebroken met de woorden dat we naar Hein zouden gaan kijken. Ik liet me meetronen. Hij lag in het naar beneden gebrachte bed van onze Miebet. Wit en doorschijnend in zijn pyjama, met schaafwonden op zijn handen.

Die vrijdag word ik door politieagent Pril ondervraagd. Of we vaker in ‘De tuin van Postma’ kwamen - ja - en of we al eerder bij die put waren geweest - ook ja. We beschouwden dat gebied zo’n beetje als ons eigen speelterrein, met plassen om in de zomer donderkopkes en stekelbaarsjes te vangen, alhoewel het privé eigendom was en met draad afgezet. Maar de sloot daaromheen was nu bevroren en een draadafzetting was voor ons jongens al helemaal geen belemmering, evenmin trouwens als het bord “Verboden Toegang”.

De uitvaart

Welpen van de Sint-Stefanusgroep dragen kransen, kruisen en bloemstukken (Bron: collectie auteur)
Welpen van de Sint-Stefanusgroep dragen kransen, kruisen en bloemstukken (Bron: collectie auteur)

De begrafenis, geleid door pastoor De Glas met assistentie van kapelaan Bogers, was een ontroerende plechtigheid, waaraan bijna heel Waalre heeft deelgenomen. Welpen van de Sint-Stefanusgroep, met o.a. Coen van der Linden voorop, droegen een twintigtal kransen, kruisen en andere bloemstukken mee en verkenners begeleidden de tocht. Stijn, Guido en Felix, de drie broers van Peter, droegen samen met een vijftal voortrekkers de twee kisten. Tamboers van het Gilde sloegen de rouwslag.

De broers van Peter en voortrekkers dragen de kisten (Bron: collectie auteur)
De broers van Peter en voortrekkers dragen de kisten (Bron: collectie auteur)
Gedachtenisprentje Peter Coolen (bron: Waalres Erfgoed nr. 11.02061)
Gedachtenisprentje Peter Coolen (bron: Waalres Erfgoed nr. 11.02061 (opent in een nieuw tabblad))

Cees Slegers schrijft in zijn biografie van Antoon Coolen[1] over de begrafenis hoe hier een lokale gewoonte voor een van de laatste keren wordt gevolgd: achter de kist lopen de mannelijke familieleden, gevolgd door alle andere mannelijke belangstellenden en pas daarachter de vrouwelijke familieleden. Voor de moeder van Peter betekende dit dat zij, bij gebrek aan dochters of een nog levende (schoon)moeder, alleen en eenzaam achter het mansvolk liep.

Op het bidprentje heeft Coolen een stukje uit zijn roman De schone voleinding (1932) laten afdrukken. Daarin beschrijft hij hoe een kind verdrinkt op bijna dezelfde manier.

Gedachtenisprentje voor Hein Dircksens (Bron: Waalres Erfgoed nr. 11.04845)
Gedachtenisprentje voor Hein Dircksens
(Bron: Waalres Erfgoed nr. 11.04845 (opent in een nieuw tabblad))

Zelf weet ik niet veel meer van die begrafenis, half verdoofd als ik was, behalve dan dat ik na de welpen een schop zand op hun kist in het graf mocht gooien, terwijl ik niet eens welp was.

Afnemend contact

Nog een paar jaar ben ik bij de Coolens kind aan huis geweest. Omdat Peter in leeftijd tussen Hein en mij kwam, was hij evenzeer bevriend met mij als met Hein. Na het dramatische overlijden van Peter hebben de heer en mevrouw Coolen me gevraagd, of ik desondanks toch bij hen thuis wilde blijven komen. Ik heb dat nog een paar jaar gedaan, zij het met afnemende frequentie. In 1951 zijn wij naar Eindhoven verhuisd en is het contact verbroken geraakt.

Noot

[1] Cees Slegers, Antoon Coolen 1897-1961 : Biografie van een schrijver, Tilburg 2001

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Een tragedie in Waalre | BHIC