In het Noord-Brabantsch Dagblad van 25 mei 1940 staat een artikel met het opschrift: "Auto over den kop geslagen. Vier dooden en zes gewonden". Het artikel betreft een ongeval dat plaatsvond op 21 mei 1940 rond vijf uur in de namiddag op de weg van Gassel naar Beers, waarbij een vrachtauto verongelukte.

Volgens het artikel zaten op de vrachtwagen tien Nederlandse soldaten die vanuit krijgsgevangenschap op weg waren naar hun woonplaats. Bij dit ongeluk kwamen twee soldaten om het leven en de anderen liepen zware verwondingen op, waarvan twee zo ernstig dat zij later aan de gevolgen van hun verwondingen zijn overleden.
Dit stukje uit de krant vertelt niet het hele verhaal. Niet over de omstandigheden van het ongeval, ook niet over de personen, die het betrof, maar ook niet het vervolg. Daarom doe ik hier een poging om dit aan te vullen.
De overleden slachtoffers
Op 22 mei 1940 doet veldwachter Gerardus Megens, 45 jaar, wonende te Gassel, in het gemeentehuis van Gassel aangifte van het overlijden op 21 mei 1940 van:
- Christiaan Terpstra, 28 jaar, beroep onbekend, ongehuwd, geboren te Sneek en wonende te Leeuwarden, zoon van Johannes Terpstra, winkelier in bakkerswaren en Fokje Hettinga, beiden woonachtig te Leeuwarden en
- Gerardus Henricus Bonte, 28 jaar, beroep onbekend, geboren te Bergh en wonende te Nijmegen, echtgenoot van Jeannetta Lamberta Vos, zonder beroep, wonende te Nijmegen, zoon van Jan Bonte, overleden en Theodora Gerdina Tekathen, zonder beroep, wonende te Nijmegen.
Op 24 mei 1940 is het Michiel Elbers, zonder beroep, 71 jaar, wonende te Cuijk, die in het gemeentehuis van Cuijk en Sint Agatha aangifte doet van het overlijden op 22 mei 1940 te vijf uur in de namiddag te Cuijk van Jan Willem Wolters, 29 jaar, fabrieksarbeider, geboren en wonende te Goor, gehuwd met Tonia Koop, zoon van Gerrit Wolters, van beroep chauffeur en van Willemina Scholman, zonder beroep, beiden wonende te Goor.
Ook doet hij aangifte van het overlijden op 23 mei 1940 om negen uur in de voormiddag te Cuijk van Fredericus Johan Maria Kamerbeek, 28 jaar, bakker, geboren te Velp (Gelderland) en wonende te Arnhem, zoon van Johan Heinrich Kamerbeek, overleden en Josephina Dorothea Maria Wils, zonder beroep, wonende te Velp (Gelderland).
Bij beide aktes in de gemeente Cuijk en Sint Agatha is met potlood in de kantlijn geschreven ¨te Gassel verongelukt¨.

Omstandigheden ongeval
Omdat er vraagtekens waren over de toedracht van het hiervoor aangehaalde ongeluk is op 22 april 1954 door de Oorlogsgravenstichting in een brief aan de burgemeester van Beers een verzoek gedaan om een onderzoek in te stellen naar de gewelddadige dood van Gerardus Henricus Bonte.
De postcommandant van de Rijkspolitie te Cuijk heeft vervolgens bij de eerder genoemde, gepensioneerde, Gerardus Megens te Gassel, navraag gedaan omtrent het ongeluk op 21 mei 1940 te Gassel.
Uit het opgemaakte rapport blijkt, dat het ging:
om een transport van een veertigtal krijgsgevangen Nederlandse militairen, die door enkele Duitse militairen werden vervoerd op een tot krijgsbuit behorende vrachtauto van het Nederlandse leger. Het geheel stond onder leiding van een Oberfeldwebel, die het transport in een vrachtwagen voorafging. Door die commandant als het ware gedwongen moest de chauffeur van de vrachtauto met krijgsgevangenen met een te hoge snelheid rijden. De Nederlandse militairen stonden ¨als haringen in een ton¨ en moesten zich aan elkander vasthouden, terwijl de zijkanten van de vrachtauto tot halverwege het dijbeen reikten.
Bij een bepaalde snelheid begon dan ook de auto over de weg te slingeren en bij een van die slingeringen, tijdens de rit op de provinciale weg Boxmeer - Grave, ter hoogte van het Gasselse Bos, sloeg de vrachtauto over de kop.
Aan de hand van dit rapport erkende de Oorlogsgravenstichting dat deze vier personen oorlogsslachtoffers waren en dat hun graven onder haar zorg vielen.
Andere informatie en het vervolg
Christiaan Terpstra was zeemilicien bij de Marinetroepen. Zijn beroep was venter met koek. Hij werd op 27 mei 1940 begraven op de Noorderbegraafplaats te Leeuwarden.
Gerardus Henricus Bonte woonde te Nijmegen. Hij was arbeider op een stijfselfabriek en getrouwd met Jans Vos, coupeuse. Hij werd begraven op 27 mei 1940 te Nijmegen, begraafplaats Daalseweg. In 1969 gaf mevrouw Henricks-Vos toestemming om het stoffelijk overschot te herbegraven op de erehof van begraafplaats Vredehof te Nijmegen.
Jan Willem Wolters werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats te Goor.
Fredericus Johan Maria Kamerbeek werd begraven in het familiegraf op de rooms-katholieke begraafplaats in het Gelderse Velp.
