Er is een tijd geweest dat je niet even op een knop kon drukken om licht in huis te hebben of om je eten te verwarmen. In vroeger tijden een kaars of olielamp aansteken blijft lange tijd omslachtig en niet zonder (brand)gevaar.

Vóór de uitvinding van de lucifer (algemeen gebruik circa 1850) moet dat nog met een tondeldoos gebeuren. We kunnen bronnen voor verlichting door de tijd heen grofweg in drieën verdelen: olie-/petroleum, gas, elektriciteit. Als gas als verlichtingsbron opkomt, zijn dit aanvankelijk particuliere bedrijven die een gasfabriek beginnen en leidingen aanleggen. Er zijn zelfs kleine dorpen die nooit gaslicht kennen. Zoals Esch, dat sinds 2021 bij Boxtel hoort. Daar krijgen ze oktober 1929 twee noviteiten: waterleiding èn elektrisch licht.
Boxtel heeft sinds 1865 een gasfabriek. Een ordinaire ruzie met de concessiehouder over onder andere de kwaliteit van het gas leidt ertoe dat het Boxtelse gemeentebestuur zich gaat oriënteren naar mogelijkheden om dan maar zèlf een gasfabriek te gaan exploiteren. Men hoopt daarbij dat het spoorwegstation en het dan nog uitgebreide spoorwegemplacement als – naar de normen voor die tijd - grootverbruiker zullen aanhaken. Doch daar verklaart men zelf binnenkort over te zullen gaan op elektrische verlichting.
Dat brengt het Boxtelse gemeentebestuur op het idee om te gaan kijken naar mogelijkheden om zelf een elektriciteitscentrale in Boxtel te laten bouwen. Zo wordt op zaterdag 17 juni 1899 in Boxtel de eerste elektriciteitscentrale van Noord-Brabant, die dienstdoet tot 1946, in gebruik gesteld.
Lees hier het volledige artikel. (opent in een nieuw tabblad)
