Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Emancipatie-instellingen in Brabant: een geschiedenis van 25 jaar

Emancipatie-instellingen in Brabant: een geschiedenis van 25 jaar

Maria Michielsen en Maartje van der Neut

28 maart 2021

Bijgewerkt op 29 maart 2021

Vrouwenbeweging

Na de roerige jaren zestig zijn, in navolging van landelijke acties als van Dolle Mina, in allerlei Brabantse gemeenten “rebellerende vrouwen” actief. Zij steken het vuurtje aan en op verschillende plekken in Brabant schieten praatgroepen en vrouwencafés als paddenstoelen uit de grond.

Provincie-brede beweging

Er komen acties, waaraan steeds meer vrouwen deelnemen. Samen met activistische pioniers ontwikkelen ook huisvrouwen feministisch gedachtengoed, met als adagium “het persoonlijke is politiek”. Zij willen iets doen met de nieuw verworven inzichten. Velen geven hun missie niet alleen vorm in acties maar ook in (het zoeken van) werk.

Als beroepskracht in het vormingswerk kun je meteen aan de slag. In die tijd bestaan er in veel gemeenten centra van het Vormingswerk Jong Volwassenen (opent in een nieuw tabblad). Daar komen veel laaggeschoolde jonge vrouwen binnen. Zij staan open voor de nieuwe ideeën.  

Het Jaar van de Vrouw, 1975 is aanleiding voor het Rijk om de DCE (Directie Coördinatie Emancipatiebeleid) in te stellen. Die komt met een grote geldstroom voor emancipatie voor gemeenten. Zij kunnen die inzetten voor lokale initiatieven. Veel vrouwengroepen maken er gebruik van. De Provincie Noord-Brabant laat zich ook niet onbetuigd. Met deze ondersteuning ontstaat in enkele jaren een levendige, provincie-brede vrouwenbeweging.

VOS-projecten en -cursussen en VIDO

Gevoed door de beschikbare gelden organiseren lokale werkgroepen allerlei vrouwenactiviteiten en thema-bijeenkomstenactiviteiten. Ook komen de VOS-cursussen (opent in een nieuw tabblad) op: Vrouwen Oriënteren zich in de Samenleving. Dit is een vast, landelijk vormingswerkconcept. In Brabant worden de VOS-initiatieven ondersteund door het Provinciaal VOS-project. Het Vormingsinstituut West-Brabant organiseert haar eigen project. In totaal komen er in ruim tien jaar in zo’n tachtig Brabantse gemeenten meerdere VOS-cursussen van de grond.

De VOS is dan ook een groot succes. Huisvrouwen wisselen ervaringen met vrouw-zijn uit en ontdekken dat die te maken hebben met de manier waarop de samenleving in elkaar zit. Er wordt flink geoefend met sociale vaardigheden en assertiviteit. Duizenden huisvrouwen geven zo een nieuwe draai aan hun leven.                  

Een belangrijk effect van VOS is dat laagopgeleide vrouwen daarna naar een vervolgopleiding gaan, zoals de "Moedermavo". Aansluitend kunnen ze, bijvoorbeeld via een Vrouw-en-Werkwinkel, naar een beroepsopleiding zoals die van de daartoe opgerichte Annie van Dierenschool van het FNV in Tilburg.

Oudere vrouwen hebben hun specifieke ervaringen. Zij kunnen die delen in de VIDO-praatgroepen (Vrouwen in de Overgang), die wat later dan de VOS opkomen. In Brabant trekken ze nog lange tijd ook oudere huisvrouwen. Daaruit ontwikkelt zich een levendig provinciaal netwerk van betrokken zestigplus vrouwen. In Oost Brabant een WOUW (Wijze Oude Wijven). Later "Een Ander Levensgevoel”. Hun netwerkdagen worden druk bezocht en blijven nog tot ver in de jaren negentig bestaan.

Van vrouwensteunpunten tot bureau voor emancipatievraagstukken

Terug naar 1976. Dan komt DCE met een aparte geldstroom om provinciale emancipatiebureaus op te richten. In Brabant ontstaat in de vrouwenbeweging een bevlogen discussie hoe die in te invullen. Het gaf op die bijeenkomsten een prachtig beeld van de toenmalige brede vrouwenbeweging. Ik als opbouwwerker keek mijn ogen uit. Beroepskrachten in zorg en welzijn, actievoerders, traditionele vrouwenorganisaties, iedereen doet mee. Men vindt op dat moment dat één bureau in deze uitgestrekte provincie niet goed zal werken en uiteindelijk worden drie Steunpunten ingericht. Elk krijgt twee parttime beroepskrachten, die als één team werken onder één centraal bestuur. Ze komen in Gemert voor Oost-Brabant, in Breda voor West- Brabant en in Den Bosch voor Midden-Brabant. De doelstelling is enerzijds de ondersteuning van lokale en provinciale vrouwenbewegingen en anderzijds de advisering bij lokale emancipatienota’s. Er komt ook een nieuwsbrief uit: VROMMES, Brabants dialect voor een stevige, krachtige vrouw.

Elk van de drie Steunpunten maakt plannen voor de eigen regio en krijgt zo een eigen netwerk. Zo organiseert het Steunpunt Oost, naast de WOUW, een regionaal vrouwenoverleg. De themabijeenkomsten ervan worden druk bezocht door leden van vrouwenraden, oprichters van vrouwencafés en medewerkers van zorg- en welzijnsorganisaties. Een bijeenkomst die in ieders geheugen gegrift staat gaat over "verschillen tussen vrouwen en vrouwenorganisaties".

Na verloop van tijd komen evenwel steeds meer vragen voor de hele provincie aan de orde. Eind jaren tachtig wordt besloten om toch vanuit één centrale locatie te werken: Den Bosch. De nieuwe naam wordt Bureau voor Emancipatievraagstukken Noord-Brabant.

Het kritisch volgen en ontwikkelen van emancipatiebeleid door de provincie, instellingen en gemeenten krijgt prioriteit. Provinciale platforms worden opgezet, waarin vrouwen meedenken over de aandacht voor emancipatie op bepaalde beleidsterreinen. Er komt een Overleg Vrouwenhulpverlening en Seksueel geweld, met onder meer hulpverleensters uit de reguliere zorg. Daarnaast zijn er het Platform Lokale Emancipatieambtenaren en de Vrouweninitiatiefgroep Educatie (VRIE). Er worden congressen en studiedagen georganiseerd.

Stichting Basisemancipatie en Eos

Na de opheffing van het VOS project organiseren lokale vrouwengroepen genoeg andere activiteiten. In 1985 gaan de emancipatiegelden van de Provincie naar verschillende instellingen die, elk op het eigen terrein, emancipatie stimuleren en ondersteunen:

  • Pro Brasa en Progreso (ondersteuning van respectievelijk de Surinaamse en Antilliaanse zelforganisaties);
  • Provinciale Vrouwenraad (PVR) voor haar plaatselijke organisaties;
  • De nieuwe Stichting Open voor het autonoom vrouwenwerk.

Na een paar jaar besluiten de beroepskrachten van Stichting Open en de Provinciale Vrouwenraad samen te gaan in de Stichting Basisemancipatie.  

Landelijk en provinciaal moet in die jaren intussen alom bezuinigd worden. De Provincie ziet ook op allerlei werkvelden versnippering. Ze besluit tot de zogenoemde HEI-operatie, Herstructurering van Instellingen. De emancipatie-ondersteuning ontkomt daar niet aan. De eerste stap is al de fusie van de Stichting Basisemancipatie en de emancipatiewerkers van Pro Brasa en Progreso. Begin jaren negentig komen zij samen in EOS (Emancipatie Ondersteunings Stichting (ook de naam van de godin van de dageraad)).

Het nieuwe ondersteuningsbureau krijgt meteen volop vragen uit het veld. EOS kan zich geheel richten op de advisering van lokale emancipatiegroepen, die zich intussen vooral op thema’s hebben georganiseerd. Voor hen worden regionale studie- en netwerkdagen gehouden, video’s en boekjes uitgebracht. Steeds vaker kloppen ook actieve migrantenvrouwen  aan voor de eigen netwerkvorming. De EOS-medewerkers met een migratie-achtergrond ontwikkelen voor hen specifieke activiteiten. De PVR behoudt haar medewerker voor emancipatiebeleid, die eveneens bij EOS werkt.

Samen verder in Bureau voor Emancipatiezaken

Inmiddels zijn de landelijke emancipatiegelden overgeheveld naar de provincies. Zo kan de provincie Noord-Brabant haar HEI-operatie voor emancipatie afronden door aan te sturen op een fusie tussen het Bureau voor Emancipatie en EOS.

In 1996 gaan de negen inhoudelijk medewerkers samenwerken in het nieuwe Bureau voor Emancipatiezaken Noord-Brabant. De doelen ervan zijn vooral provinciale netwerkontwikkeling en beleidsbeïnvloeding. Het Bureau blijft actieve vrouwen met een niet-westerse achtergrond begeleiden in hun netwerkvorming en empowerment. Provincie-brede organisaties als Platform Vrouw en Arbeid en de Provinciale Werkgroep van 60+ Vrouwen worden door het Bureau ondersteund bij hun beleidsbeïnvloeding.

Inhoudelijk is gender en diversiteit de nieuwe invalshoek, die een ruimere en toch analytischer blik op maatschappelijke verhoudingen geeft dan het begrip emancipatie. Volgens deze ideeën adviseert het Bureau instellingen, gemeenten en Provincie om hun beleid te analyseren en meer vrouwvriendelijk te maken. Voorbeelden zijn de Emancipatietoets op het verkeer- en vervoerbeleid van de Provincie en een dito toets die gemeentelijk ouderenbeleid doorlicht op differentiatie naar gender en diversiteit.

Maar het elan van de tweede golf is intussen minder. Het gemeentelijk en overheidsbeleid laat de focus op doelgroepen los. Bijna nergens bestaat nog lokaal vormingswerk.

In 2002 trekt de provincie de subsidie voor het Bureau voor Emancipatiezaken in en wordt het opgeheven. De overgebleven medewerkers gaan naar andere provinciale steunfuncties. Hoewel ze daar eerder mee hebben samengewerkt, blijkt uiteindelijk dat binnen die instellingen het implementeren van genderdoelen helaas een brug te ver is.

Terugkijkend kunnen we constateren dat ook in Noord Brabant  veel voor vrouwen is veranderd en verbeterd. Er is een andere tijd aangebroken met weer andere vraagstukken voor (migranten)vrouwen, Gelukkig zijn er, zoals overal, steeds weer initiatieven om de positie van hen te verbeteren.  

Maria Michielsen en Maartje van der Neut

Voormalig beleidsadviseurs Bureau voor Emancipatiezaken.

Reacties

Reacties laden…

Gerelateerde verhalen

VerhaalVIDO-groepen in Den Bosch-OostIn 1974 werd de eerste VIDO-groep (Vrouwen In De Overgang) opgericht. Tien jaar later telde Nederland er tussen de 150 en 200, waaronder ook vele in Brabant. Maatschappelijk gezien was de overgang een taboe, zoals ook de menstruatie dat was. Overgangsklachten werden niet als een serieus probleem benaderd en er was ook niet zoveel kennis over de achtergronden van dat soort klachten.VerhaalRebellerende vrouwen: de tweede feministische golf in Brabant, 1970-1990Eind jaren zestig groeide onder vrouwen in Nederland een gevoel van onvrede. In 1967 gaf Joke Smit woorden aan dat gevoel in het beroemd geworden artikel 'Het onbehagen bij de vrouw', waarin zij de juridische en sociale ongelijkheid tussen vrouwen en mannen aan de kaak stelde. Voor haar was emancipatie iets van vrouwen en mannen samen. In 1968 is ze dan ook een van de oprichtsters van de gemengde actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM).Verhaal1975: Jaar van de VrouwIn 1975 roept de Verenigde Naties het Internationale Jaar van de Vrouw uit. En de Nederlandse overheid neemt zowaar een initiatief! Ze richt een comité op, dat een plan maakt voor dat jaar.VerhaalVrouwenpraatgroepenBegin jaren '70, kort na de eerste acties van de nieuwe feministische beweging, verschoof het accent naar de bewustwording van vrouwen. Praatgroepen waren hierbij heel belangrijk. Door deelname ontdekten vrouwen dat veel van hun ervaringen gemeenschappelijk waren ('het persoonlijke is politiek'). Zij werden zich bewust van hun positie als vrouw.

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Emancipatie-instellingen in Brabant: een geschiedenis van 25 jaar | BHIC