Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
'Er was eens een klein stadje in Nederland waar heel veel mensen woonden'

'Er was eens een klein stadje in Nederland waar heel veel mensen woonden'

Thijs de Leeuw

13 augustus 2024

Bijgewerkt op 18 december 2024

Kraakbeweging

Uit protest tegen de woningnood zijn in Den Bosch in de jaren zeventig veel panden gekraakt. Zo ook het pand dat we hieronder op de foto zien, het oude ziekenhuis Sint Joan de Deo aan de Papenhulst. Bijzonder detail is het schilderij linksonder op de deur van de voormalige ambulance-ingang. Wat wordt hier uitgebeeld?

De foto is deel van de 'Papenhulstcollectie' van het BHIC. Iedereen kan op die foto's reageren. Om wat meer info te geven of een vraag te stellen. Soms allebei tegelijk. En heel soms om het complete achtergrondverhaal te delen.

Zoals op de dag dat iemand zich afvraagt: "Kunstenaars Bart de Kemp en Ad van Buren, klopt dat?'" "Ja dat klopt zeker", reageert Gertjan, die het pand in 1978 kraakte, er nog steeds woont én ons die Papenhulstcollectie heeft geschonken. Hij weet ook te vertellen dat naast deze schildering een bordje hing met een verklaring (een verklaring die destijds ook is gepubliceerd in Kleintje Muurkrant (in nummer 94, verschenen op 22 maart 1982 (opent in een nieuw tabblad)) onder het kopje 'De Oplossing'.

Die verklaring luidde als volgt:

"Er was eens een klein stadje in Nederland waar heel veel mensen woonden. Er woonden zelfs zoveel mensen, dat niet iedereen een huis kon vinden. De huisjes waren gewoon vol en er kwamen nog steeds mensen bij. Op zekere dag riep de burgemeester, meneer Bla van Zwieten (opent in een nieuw tabblad), het stadsbestuur bijeen, om deze zorgelijke toestand te bespreken. Hij ging met een zweep bij de deur staan en zei: 'Jullie mogen niet naar huis voordat jullie hier een oplossing voor hebben.' Na een hele week was er nog niet veel uitgekomen. Wethouder Lensen (opent in een nieuw tabblad), die een klein driftig kereltje was, ventileerde een oplossing in relatie tot het probleem. Hij zei: 'Laten we alle huisjes in tweeën delen, dan zijn er twee maal zo veel huisjes.' Er ontstond tumult, en Bla klapte met zijn zweep. Meneertje Dona schoof beangstigd naar Meneer van den Eerenbeemt op. Meneer van den Eerenbeemt mocht spreken, en meneertje Dona keek hem hoopvol aan. 'Men moet het ruimer zien. Ik stel voor dat we nog een winkelcentrum bouwen. Dan komen er vanzelf nieuwe huisjes!' en dat vond meneertje Dona eigenlijk ook wel. Maar meneer Bla Burgemeester was nog niet tevreden. Gelukkig voor allen kreeg wethouder Lensen plotseling een slim idee: 'We nemen iemand in dienst die het voor ons moet oplossen.' Iedereen was tevreden, en meneertje Dona klapte zelfs voor zijn vriendje Lensen. De volgende dag ging men op zoek, en ja hoor, meneer De Jager wilde wel een baantje hebben bij het bestuur.

Maar niet alleen het bestuur had nagedacht. Ook andere mensen in het stadje zochten naar een oplossing. Ze dachten: 'Als alle huisjes vol zijn, dan gaan we in een groot huis wonen met een hele groep, dat is veel gezelliger, en het heeft nog praktische voordelen ook.' En het bestuur had toevallig zo'n groot huis wat al jaren leeg stond. Zo gebeurde het dat ze op zekere dag in dat grote huis gingen wonen, en ze noemden het Papenhulst. Ze werkten hard om het huis te poetsen, en ze verbouwden ook heel wat. Tot het op zekere dag begon te regenen. Het water liep met stralen het huis binnen. Alles werd nat. Dat kwam omdat het bestuur het dak nog nooit had laten repareren. De paapjes dachten: 'We gaan naar het bestuur want die hebben iemand in dienst die oplossingen bedenkt voor dit soort dingen.' Meneer De Jager hoorde het probleem aan en dacht er een tijdje over na. Maar dat was voor hem ook ingewikkeld. Na anderhalf jaar had ook hij nog geen oplossing gevonden. De Paapjes gingen toen naar het bestuur om te vragen of zij geen oplossing hadden. Meneer Lensen dacht na, en besloot dat de fout lag bij meneer De Jager, want die had een oplossing moeten bedenken. Meneer van den Eerenbeemt zag dat er nog geen plannen waren voor een groot projekt, en dat vond meneer Dona eigenlijk ook wel. Want meneertje Dona luisterde altijd heel goed.

Meneer Bla Burgemeester werd heel boos en besloot het kwaad bij de wortel aan te pakken. Hij klapte met zijn zweep, en allen gingen op weg. Zo gebeurde het dat meneer De Jager aan een grote ketting gevangen genomen werd. Meneer Lensen, die erg sterk was, hield hem vast. Hij moest bij meneer van den Eerenbeemt komen, want die was eigenlijk een godsvruchtig man, dat zit in de familie daar. 'Meneer De Jager', sprak hij, 'dat u zo lang een oplossing gezocht heeft, is niet goed. Als er geen oplossing is moet je het ook niet zoeken. Er bestaat een bepaalde voorzienigheid die van boven komt, en dat is het beste. En ik voorzie dat het gebied Papenhulst over drie jaar een duidelijke bestemming zal krijgen. Het is slecht om op die voorzienigheid vooruit te lopen.'

Meneertje Dona had weer goed geluisterd en zei niets. Meneer Bla Burgemeester was trots op zijn bestuurder. Meneer Lensen werd een beetje jaloers maar hield zich in, want Bla is de baas, en daar wilde hij geen ruzie mee hebben. Zo werd meneer De Jager gedwongen om beterschap te beloven, en om niet meer zulke moeilijke problemen aan te pakken."

Bron: 'De Oplossing', in: Kleintje Muurkrant, nr. 94 (22 maart 1982) (opent in een nieuw tabblad).

Bekijk ook

Kraakbeweging

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

'Er was eens een klein stadje in Nederland waar heel veel mensen woonden' | BHIC