Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Dommelse watermolen, noordkant

De familie Keunen

BHIC

15 januari 2010

Bijgewerkt op 12 maart 2026

Joannes Keunen (1758-1830) en Elisabeth Bijnen (1774-1855) hadden zes kinderen: Jan (*1800), Romualda (*1802), Hendrik (*1804), Peter (*1806), Evert (*1807), en Jan Rombout (*1811). Zowel Jan als Hendrik zochten hun bestaan liever in de leerlooierij in Eindhoven, dan in de Dommelse watermolen van hun vader, al erfde Jan als oudste zoon wel de molen toen hun vader overleed.

Dommelse watermolen, noordkant

Op zich is dat niet vreemd: de Dommelse watermolen maalde immers ook eikenschors tot run, een belangrijke grondstof bij het looien. Intussen bleef broer Evert, die burgemeester van Dommelen werd, op de molen wonen. Hij betaalde zijn broer Jan in Eindhoven de huur.

Een nieuwe weg

Op 12 december 1859 komen de burgemeesters Tieleman Maas van Leende, Francis Smulders van Valkenswaard, Everard Keunen van Dommelen, Jan Neutkens van Westerhoven, Piet Aarts van Bergeijk* en Peter Rombauts van Luyksgestel in Valkenswaard bij elkaar om te praten voor een ‘kunstweg’ van Leende naar Luyksgestel. Gesteund door de provincie wordt een verzoek gedaan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken voor subsidie van het Rijk van 20 procent van de totale kosten. Zonder deze broodnodige subsidie kan de weg niet worden aangelegd. De protestantse minister Geertsema vindt het echter niet nodig om een weg aan te leggen en op 22 februari 1866 wijst hij de gevraagde subsidie af. Daardoor dreigt alle moeite voor niets te zijn geweest. De provincie blijft echter lobbyen bij het ministerie met als resultaat dat minister-president Thorbecke op 20 januari 1871 alsnog groen licht geeft.

De Gemeenteraad van Dommelen is echter van mening dat de kosten sinds 1859 zo sterk zijn gestegen dat deze niet opgebracht kunnen worden door de kleine agrarische bevolking van Dommelen. Op 4 november 1871 beslist de Gemeenteraad om de eerder in 1859 afgesproken eigen bijdrage van 2,5 procent te verlagen naar 2 procent. De kosten van de ontbrekende 0,5 procent zouden dan door de overige gemeenten opgebracht moeten worden. In 1872 wordt de grindweg officieel 'daargesteld, ofwel aanbesteed. Bij de aanleg is ook de brug over de Dommel tussen de watermolen en het woonhuis in vervangen. (In 1937 volgt een nieuwe brug aan de andere zijde van de molen.)

De familie Willems

Ondertussen heeft Jan in 1860 de molen verkocht aan zijn nichtje Elisabeth Maria, de oudste dochter van Peter. Zij was sinds 1856 gehuwd met Lambert Willems. Het jonge echtpaar beheert een boerenbedrijf in Hoogeloon en Evert kan in de molen blijven wonen, totdat hij in 1868 zelf vertrekt naar de villa van zijn schoonouders (familie Maas) in Valkenswaard. Daar overlijdt Evert in 1879.

Aquarel van Jan Boermans

Datzelfde jaar vestigen Elisabeth Maria en Lambert Willems zich met hun gezin in het molenhuis. Evert heeft zelf geen nakomelingen en zijn boers en neven maakten geen aanstalten om de molen over te nemen, maar via Elisabeth Maria blijft de molen zo wel in bezit van nakomelingen van de familie Keunen. In 1894 trouwt Adriana Maria (Alda), de jongste dochter van Lambert en Elisabeth, met de Dommelse bierbrouwer Wilhelmus Cornelis (Willem) Snieders, bekend van Dommelsch pils.

* = Piet, voluit Peter Joseph, Aarts (1814-1894) is een broer van Maria Bernardina Aarts (1816-1900), die getrouwd is met Jan Rombout Keunen. Een broer van Piet en Maria is Henricus Franciscus Aarts (1811-1880), deken van Valkenswaard.

Noot van de redactie: dit is een herziene versie van een verhaal uit 2010. Onderstaande reacties tot en met maart 2026 hebben betrekking op de eerdere versie. Met dank aan Henk Hovens voor de aangeleverde correcties.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.