Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Foute buren en een goede Duitser

Foute buren en een goede Duitser

Mark Goossens

13 december 2019

Bijgewerkt op 16 december 2019

Dit is het zevende, en laatste, verhaal betreffende mijn moeders familie in de Tweede Wereldoorlog. Mijn grootouders trouwden eind 1942 en gingen toen in Vught wonen. Aan het begin van de oorlog woonde mijn grootmoeder echter nog thuis in Halder in het gezin van haar vader.

Tijdens de oorlog ontstond al vlug de indruk dat de bezetter Nederland leegroofde ten behoeve van de bevolking thuis en militairen aan diverse fronten. Toch schijnt het om niet meer dan 9% van de voedingswaren te zijn gegaan. In ieder geval moest het bezit van vee aan de bezetter worden gerapporteerd.

Mijn moeder: “Je overgrootvader had thuis een varken. Dat moest je opgeven aan de Duitsers, maar dat had hij niet gedaan, omdat hij het natuurlijk zelf hard nodig had met tien kinderen uit twee huwelijken, en zowel zijn eerste als tweede vrouw vroeg overleden. Dit werd door iemand, waarschijnlijk uit de buurt, verraden, en vervolgens kwamen de Duitsers bij hem in Halder langs en namen het varken in beslag.”

In 1943 werd het bezit van een radio door de Duitsers verboden omdat Radio Oranje naar hun mening de Nederlanders maar opjutte. Wie zijn radio niet inleverde riskeerde een gevangenisstraf of zelfs de doodstraf. De meeste Nederlanders gaven aan de oproep gehoor, maar een kwart van de radio’s belandde in de illegaliteit.

Mijn moeder: “Je overgrootvader heeft zijn radio nooit ingeleverd. Hij had deze in de woonkamer achter een grote leren stoel staan, uit het zicht. Oom Martien, de jongere broer van je grootmoeder, was thuis met een meisje aan het stoeien, waarbij hij haar optilde en zij, achter de stoel, plots de radio kon zien. Dat meisje kwam uit een familie die collaboreerde met de Duitsers. ‘Als je iets verraadt, maak ik je van kant!’ beet Martien haar toe. Ze heeft het nooit verraden.”

Mijn vrouw: “Waarom ging hij om met een meisje uit een foute familie? Is dat niet onnodig risico nemen?” Mijn moeder: “Hij was de jongste, verwend, nogal een schuinsmarcheerder, en zag het niet zo nauw. Misschien was het maar voor één keer.” Ik: “Door de abrupte omschakeling van speelse tienerromantiek naar een doodsbedreiging zal dat meisje, zo vermoed ik, in ieder geval die avond niet zwanger zijn geraakt (zijn oudere zus, mijn grootmoeder, ‘moest’ trouwen).”

Mijn tante: “De oudere halfzus van je grootmoeder woonde met haar man in Sint-Michielsgestel. Zij hadden Joodse onderduikers. Tegen het eind van de oorlog zouden die zijn opgepakt, als ze niet op tijd ergens anders waren ondergebracht na een waarschuwing, een paar dagen van tevoren, door een jonge Duitse soldaat. Je grootvader zei daarover dat in het begin van de oorlog de Duitsers erg fanatiek waren, maar tegen het einde zag je steeds jongere soldaten, werd het duidelijk dat ze de oorlog gingen verliezen, en was het fanatisme er wel af.

Hoewel, eind jaren ’70 waren je grootouders met vrienden in Oostenrijk en legden aan bij een herberg in de bergen voor lunch. Binnengekomen zagen ze aan de muur, nogal prominent, een portret van Adolf Hitler hangen. Ze zijn toen meteen omgedraaid en weer weggegaan.”

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.