Geboren in de jaren twintig in de Brabantse Kempen, de crisis en Tweede Wereldoorlog als jongeman meegemaakt en na de oorlog veel en hard gewerkt bij de NCB: het levensverhaal van Frans Smolders betekent een direct inkijkje in de geschiedenis van Brabant in de vorige eeuw. En schrijven en dichten was zijn grote hobby. De kinderen van Frans Smolders hebben zijn werk in Brabants dialect nu uitgegeven als een gedichtenbundel.

Ons vader werd op 5 maart 1923 te Westerhoven geboren, een klein dorpje in de Brabantse Kempen, dat destijds nog geen duizend inwoners telde. Zijn vader en moeder hadden een boerderij met ongeveer 12 hectaren eigen bouwland plus 6 hectaren in pacht van de gemeente. Ze hadden een groot gezin van 12 kinderen. Ons vader was de jongste, de oudste was 18 toen hij geboren werd.
Zijn ouders stamden allebei af van rooms-katholieke families en natuurlijk werd ook ons vader meteen na zijn geboorte gedoopt, zoals dat toen gebruikelijk was. De pastoor had zelfs het doopwater op het fornuis moeten verhitten voor hij het meenam naar de doopkapel, zo koud was het op 5 maart 1923!
Rozenhoedje en huishoudelijk werk
Bidden leerde hij al in zijn prille jeugd bij moeder op schoot. Toen hij wat groter werd, mocht hij voor het eten het “Engel-des-Herengebed” al meebidden en ’s avonds werd met het hele gezin het “rozenhoedje” gebeden. Zijn vader bad met de rozenkrans in de hand voor, waarna moeder met de kinderen moest nabidden. Moeder vond het niet erg dat zijzelf of één of meer van de kinderen tijdens het bidden van het rozenhoedje een huishoudelijk werkje opknapten, zoals aardappels schillen, sokken stoppen of bonen uitzoeken voor de soep van de volgende dag. Dat kon “in één doen” doorgaan.
Op 8-jarige leeftijd vroeg de pastoor of hij misdienaar wilde worden en daar had hij wel zin in. En zo moest hij elke morgen naar de kerk om de mis te dienen en zondags zelfs naar twee missen en in de namiddag nog naar het lof. In de jaren dertig was het voor dat grote gezin geen vetpot. Zijn drie oudste broers werkten met zijn vader op de boerderij en de oudste zusjes hielpen moeder mee met het huishoudelijk werk en het naaiwerk.
Toen ons vader 12 was, stierf zijn vader aan een hartaanval en namen de oudere broers de boerderij over. Die besloten dat ons vader die de eerste van de klas was, maar gewoon naar de Landbouwschool moest gaan en niet naar de HBS zoals hij zelf had gewild. Hij was immers niet beter dan zij en moest dus ook maar boer worden. Uiteindelijk hadden ze hem op de boerderij niet meer nodig toen hij de landbouwschool in Eersel en de middelbare Landbouwschool in Boxtel met goed resultaat had afgemaakt.
Goed kosthuis
Maar gelukkig ontmoette hij in Boxtel ons moeder die hulp in de huishouding was van een groot gezin bij Bert van der Staak. Ons vader was hem gaan raadplegen om een goed kosthuis te vinden in Boxtel. En dat vond hij! Na een half uur praten met Bert van der Staak, kreeg hij een kamer om te slapen en te studeren en gedurende de maaltijden en de vrije tijd maakte hij gewoon deel uit van het gezin. En bovendien liep de goede relatie die hij met ons moeder had daar in zijn kosthuis uit op een huwelijk in 1946! De oorlogstijd heeft ons vader uitgebreid beschreven in zijn levensverhaal “Het was de moeite waard”.
Door het schrijnende gebrek aan woningen na de oorlog konden ze een huwelijk pas overwegen toen ze van kennissen een aanbod kregen om hun vakantiehuisje in een bos tussen Gerwen en Lieshout tijdelijk te huren. Het huisje was slecht geïsoleerd, er was geen elektriciteit en de pomp was buiten. Maar onze ouders voelden zich jong en sterk en onbezorgd voor de toekomst en waren dolblij dat ze nu eindelijk samen knus en onafhankelijk konden leven. In dat afgelegen huisje in het bos werden al heel snel de eerste kinderen geboren van een gezin dat uiteindelijk zou uitgroeien naar 10 kinderen.
Het was geen gemakkelijke tijd en ons moeder werd ernstig ziek na de geboorte van hun tweede kind. Gelukkig kwam er een jonger zusje van ons moeder iedere dag voor het gezin en het huishouden zorgen, wel 8 maanden lang, tot ze het zelf weer aankon. In 1954 werd hun zesde kind geboren die een open rugje bleek te hebben en meteen naar het ziekenhuis in Eindhoven werd gebracht. Na 5 maanden ziekenhuis, durfden ze een operatie wel aan, maar die werd hem fataal. De kleine Frans werd thuis opgebaard en een paar dagen later na een plechtige “Engelenmis” in de kerk, op het kerkhof te Gerwen begraven.
Vakbond
Omdat zijn broers hem op de boerderij niet meer nodig hadden na zijn studie op de landbouwschool, was ons vader bij de veiling in Eindhoven gaan werken als administratieve kracht. Hij deed zijn werk vlug en goed en was algauw chef van het kantoor. Het was hard werken, zeker in de zomer, zodat iedereen veel overuren moest maken, die niet betaald werden. Ons vader spoorde zijn collega’s aan om zich aan te sluiten bij de vakbond en dat hebben ze allemaal gedaan, met als gevolg dat de vakbond een CAO kon afsluiten met de directie en de overuren voortaan betaald werden. In 1947 kreeg hij een nieuwe functie als kassier-boekhouder, zodat hij al groot profijt had van zijn cursus dubbel boekhouden bij het Mercatorcollege in Eindhoven, ook al had hij het diploma nog niet behaald.
Na 5 jaar werd hem de functie van boekhouder voor de NV Brabantse Destructor van de NCB in Son aangeboden met een flinke salarisverhoging. Daar heeft hij uiteindelijk tot aan zijn pensioen gewerkt, met veel plezier, als een gewaardeerde kracht. Naast zijn werk was hij ook heel actief in allerlei andere functies. Zo was hij lid van de ondernemingsraad waar hij de groep kantoor- en laboratoriumpersoneel vertegenwoordigde. Omdat hij veel van schrijven hield, was hij meteen te vinden om deel uit te maken van de redactiecommissie van het nieuwe personeelsblad “Destructor Pers”. Dat heeft hij 32 jaar lang met veel plezier gedaan.
Verder had hij allerlei functies in het verenigingsleven : van voorzitter van de RK voetbalclub in Gerwen tot bestuurslid van de Stichting RK Gezinszorg Sint-Oedenrode, waar hij aansluiting had gezocht voor Son en Breugel, waar nog geen enkele voorziening bestond op het gebied van gezinszorg. Ze waren inmiddels al twee keer verhuisd, eerst naar een middenstandswoning in Gerwen die ze huurden van hun winkelier/bakker. Twee jaar later vertrok het gezin met toen nog 7 kinderen naar een van de woningen die de Destructor had gekocht in de Nachtegaallaan in Son. Ons moeder had er wel moeite mee om uit haar dorp Gerwen weg te gaan, maar ons vader had veel gezondheidsklachten omdat hij iedere dag met de brommer van Gerwen naar zijn werk in Son moest en zo’n nieuw huis in een nieuwe wijk trok ook wel.
Maar ook dat huis bleek snel te klein en toen er in 1960 in Sint-Oedenrode een nieuw bouwplan kwam van grote huizen met wel 6 slaapkamers was hij er snel bij om een voorlopig koopcontract te tekenen, samen met 2 collega’s voor drie naast elkaar gelegen nog te bouwen woningen. Zo kon hij toen ze er eenmaal woonden met een van zijn collega’s mee naar zijn werk rijden, want zelf had hij toen nog geen rijbewijs noch een auto. In Sint-Oedenrode kwam er nog een kindje bij en uiteindelijk was ons gezin met tien kinderen compleet.
Schrijven
Schrijven bleef altijd zijn hobby, voor de Destructor Pers, met Sinterklaas of andere gelegenheden of later om met zijn in het buitenland wonende dochters te corresponderen. Zijn gedichten in het Brabants dialect werden voor een deel in de Destructor Pers gepubliceerd en wij als kinderen kenden op zijn minst het bekende gedicht “Wijwaoter haolen” van buiten en het werd regelmatig gedeclameerd op feesten of familiereunies. Dat gedicht hebben we zelfs in het ABN en in het Frans vertaald zodat mensen die het Brabants dialect niet beheersen en zijn Franse kleinkinderen en achterkleinkinderen het ook kunnen begrijpen.
Klik hier om de gedichten te lezen (opent in een nieuw tabblad)
Het contactadres voor het bestellen van de dichtbundel is: gidsmolders@gmail.com