Welke geheim verbergt huize Gerra? Wat heeft dat te maken met de moordaanslag op mgr. Zwijsen? Of uiteindelijk zelfs… met de zaak Marietje Kessels? Onderzoeker Gerard Strijards kenschetst, via onder andere Abe Lenstra, Napoleon en Koning Willem I, vanuit een persoonlijke invalshoek dit bijzondere relaas. In deel 1: De Engelbewaarder en de Katholieke Illustratie.

Dat deze persoon geen lachebekje placht te zijn was aanstonds uit zijn gesteven proza duidelijk. En soms stond er van deze Hoogwaardigheid een afbeelding bij, die deze indruk krachtig versterkte. Deze kampioen van orde, tucht en religieuze bevlogenheid placht te ondertekenen met een verwijzing naar een “Huize Gerra onder Haaren”. De tweede bron van vermaak en verstrooiing was de Roomsch Katholieke Illustratie, die, overigens, gebonden was in jaarfolianten die liggend niet te torsen waren en waarin de godsdienstige lullebokserij nog wat meer doorgebakken was voor volwassenen.
Abe Lenstra en Jan Zwijsen
Omdat de Engelbewaarder gebonden was in een hanteerbaarder editie in groen linnen gaf ik daaraan de voorkeur, vooral omdat daarin veel gewag gemaakt werd van zekere Puk en Muk die in vervolgverhalen zo nu en dan ook weleens ongehoorzaam plachten te zijn aan Klaas Vaak, hun voedstervader uit Luilekkerland. Deze Puk en Muk waren dwergen die de goddelijke zedeleer niet voortdurend plachten centraal te stellen en ook wel kattenkwaad uithaalden. Niet dat deze euvelen opzienbarend waren. Vooral niet in vergelijking wat mijn oudste broer placht uit te halen. Deswege spelde ik deze Engelbewaarder uit. En zulks in zonderheid omdat ik er niets van begreep.

Vooral niet van die Zwijsen die in Tilburg, Utrecht, Haaren Den Bosch en Gerra emplooi placht te vinden. Tegelijkertijd. Het bovenmenselijke dunkte mij aantrekkelijk en vooral als het te Gerra werd bedreven, waar het ook geografisch te situeren was. Mijn moeder die alles wist kon daarin ook geen opheldering verschaffen. Daarom werd deze Zwijsen des te attractiever. Mijn broer liep warm voor zekere Abe Lenstra, een voetballer van ongehoorde klasse. Deze Abe Minderts Lenstra (Heerenveen, 27 november 1920 – aldaar, 2 september 1985) was in deze sobere opbouwjaren een Nederlands voetballer. Hij wordt ook wel ús Abe (onze Abe) genoemd.
Abe Lenstra wordt als een van de beste Nederlandse voetballers aller tijden beschouwd. Een figuur sprekend tot het sprankelend jongenshart. In zijn carrière maakte hij bijna 700 doelpunten in ruim 800 wedstrijden. En dus koos ik, wederstrevend als immer, tot idool deze Zwijsen, die letterlijk onnavolgbaar was. Deze figuur drukte met stoom via jongenswezen. Dat leek mij een hele kunst. Die ik ook onder de knie wilde krijgen, zij het niet op de doorleefde wijze die De Engelbewaarder ried.
De katholieke emancipatie in de XIXe Eeuw
Zoveel was duidelijk: deze Zwijsen was een belangrijk katholieke “voorman” geweest. Hij had het “katholieke volksdeel” geleid tot staatkundig bewustzijn en georganiseerd tot een politieke factor die de nationale staathuishoudkunde kon overheersen. Dat was in de achttiende eeuw wel anders geweest. Toen waren deze katholieken achtergesteld en soms werden ze zelf vervolgd. Vooral de Brabo’s hadden daar veel mee te maken gehad. Ze waren doorgaans niet benoembaar in topposities binnen de ambtenarij en konden doorgaans geen staatkundige rechten geldend maken.
De ingrijpende omwentelingen, gevolg van de Franse Revolutie, zo ongeveer rond 1800 brachten daarin ook in de gezellige moerasdelta tussen Schelde, Rijn en Maas verandering. In 1796 werd in Nederland – tussen 1795 en 1805 de Bataafse Republiek geheten – de scheiding van kerk en staat afgekondigd. Dat betekende voor de calvinistische kerk het verlies van haar bevoorrechte positie. Voor de katholieke kerk betekende het dat zij zich in grotere vrijheid kon gaan uiten en zich ook in het publieke domein kon organiseren. Vanaf 1798 kregen de katholieken daar waar zij de meerderheid van de bevolking vormden de mogelijkheid tot teruggave van de oude dorpskerken, die vanaf de zestiende eeuw in handen van de calvinisten waren gekomen. De openbare katholieke emancipatie kon beginnen. Het kerkelijk leven begon onder leiding van de nuntius – de ambassadeur van de Heilige Stoel, en de aartspriesters, die voorshands de bisschoppen vervingen, tot een zekere ontplooiing te komen. Er werden katholieke tijdschriften en uitgeverijen opgericht en katholieke scholen. En er konden katholieke instellingen voor maatschappelijk hulpbetoon opgericht worden zoals ziekenhuizen, bejaardengestichten, kolonies voor armen, bedelaars en vagebonden, weeshuizen en toevluchtsoorden voor zielige gevallen. Daarin bleek deze Zwijsen mede uit te blinken.
Katholieke intellectuelen kwamen aan het woord, zoals de katholiek geworden predikantszoon Joachim George le Sage ten Broek. Maar nog steeds was de katholieke kerk in Nederland georganiseerd als een missiekerk. Na moeizame onderhandelingen kwam in 1827 een concordaat tot stand tussen de Heilige Stoel en het Koninkrijk der Nederlanden, dat toen zowel Nederland als België omvatte. Dit concordaat maakte in beginsel ook het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in het noorden mogelijk; er zouden bisdommen opgericht worden in Amsterdam en 's-Hertogenbosch.


