Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Geld is lilluk - Het testament van Maria Elisabeth Boonaerts

Geld is lilluk - Het testament van Maria Elisabeth Boonaerts

Stef van Eijndhoven

4 februari 2026

Bijgewerkt op 29 juni 2026

Op 16 juni 1778 heerste er een gespannen bedrijvigheid in het huis van Maria Elisabeth Boonaerts te Oss. Dienstmeiden en huisknecht ontvingen bezoekers die hun laatste groet wilden brengen aan de ernstig zieke mevrouw des huizes. Mejuffrouw Boonaerts lag te bed en haar einde was nabij. Weldra zouden de schepenen en de gemeentesecretaris van Oss verschijnen om haar uiterste wil in ontvangst te nemen. Het testament was reeds opgesteld: eigenhandig geschreven en niet eerder vastgelegd bij het gemeentesecretariaat. Omdat zij ongehuwd was gebleven, zou haar nalatenschap toevallen aan haar naaste bloedverwanten, haar neven en nichten.

uit 7323 Schepenbank Lith, 1448 - 1811, 216

Uit de schepenakten van Oss, Lith en Lithoijen blijkt dat Maria Elisabeth Boonaerts uit een zeer vermogende familie stamde. Haar grootvader, Gijsbert Boonaerts (ook geschreven als Boonarts of Bonaarts), was erfsecretaris van Maasland. In een getuigenverklaring van 21 juli 1708 verklaarde Michiel Withnij, toen 63 jaar oud, dat hij Gijsbert Boonaerts meermaals had bezocht. Kort na het huwelijk van diens zoon Johan Baptist met Maria Gijsberdina van Berckel sprak men over secretarieën, vorsterijen en leengoederen. Op de vraag wie deze goederen zou erven, antwoordde Gijsbert dat zijn oudste zoon Johan Baptist alles zou krijgen. Daarbij nam hij zijn kleinkind bij de hand en merkte op: “Deze zal nog in zijn vaders plaats erfsecretaris zijn.”

Gijsbert Boonaerts had acht kinderen, onder wie Johan Baptist, Anna Catherina, Maria Anna en Theresia. In een akte van 19 december 1709 werd Johan Baptist gemachtigd om alle openstaande leningen uit de nalatenschap van zijn vader te innen. Daarbij wordt vermeld dat enkele zusters reeds gehuwd waren en dat Anna Catherina toen al was overleden. Het huwelijk van Johan Baptist Boonaerts en Maria Gijsberdina van Berckel werd op 12 december 1699 te Schijndel voltrokken. Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren: Gijsbert en Maria Elisabeth. Op 15 mei 1720, toen Johan Baptist ernstig ziek was, lieten hij en zijn vrouw een testament opmaken voor de schepenen van Oss. Hun zoon en dochter werden benoemd tot universele erfgenamen. Maria Elisabeth kreeg als prelegaat de hoeve en bijbehorende goederen te Loosbroek.

Maria Anna Boonaerts, zuster van Johan Baptist, was gehuwd met Johan Clingh, rentmeester van het domkapittel van Sint Lambertus te Luik, werkzaam te Lith. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren: Johan, Elisabeth, Pedro en Anna Catherina. Zij waren volle neven en nichten van Maria Elisabeth Boonaerts. Elisabeth Clingh overleed jong en liet twee kinderen na uit haar huwelijk met Francis van Meeuwen: Johan Francis en Maria Anna van Meeuwen. Na het overlijden van Johan Clingh senior werd op 3 november 1741 voor de schepenbank van Lith de erfdeling vastgesteld. Tot de nalatenschap behoorden talrijke landerijen en uitstaande geldleningen.

Dienstmeid waarschuwen

Op haar sterfdag, 16 juni 1778, liet Maria Elisabeth Boonaerts haar dienstmeid Johan Francis van Meeuwen waarschuwen. Hij vertrok diezelfde dag vanuit ’s-Hertogenbosch naar Oss. Ook zijn zuster Maria Anna was aanwezig. Na zijn aankomst liet Johan van Meeuwen onmiddellijk twee schepenen en de gemeentesecretaris halen. Maria Elisabeth overhandigde liggend in bed een verzegeld document: haar besloten testament, met zwarte zijden draad doorregen. De secretaris verzegelde het stuk later in een andere kamer, buiten het zicht van de stervende, in afwijking van het protocol.

In haar testament bepaalde Maria Elisabeth onder meer het volgende. Haar nicht Maria Anna van Meeuwen, weduwe van Hieronimus van der Borgt, ontving een legaat van 4000 gulden. Diverse andere neven en nichten kregen bedragen van 2000 of 1000 gulden, evenals enkele dienstboden. Tot enige en universele erfgenaam benoemde zij haar neef Johan van Meeuwen, aan wie zij al haar leen- en allodiale goederen, ambten en geldmiddelen naliet.

Na haar overlijden ontstonden al snel geruchten over mogelijke manipulatie van het testament. De broers Johan en Pedro Clingh, die geen erfdeel hadden ontvangen, vochten het document aan. Johan van Meeuwen liet het testament beoordelen door een advocaat, die verklaarde dat het rechtsgeldig en uit vrije wil was opgesteld. Pedro Clingh liet zich vertegenwoordigen door François van der Borgt, zoon van Maria Anna van Meeuwen. Deze machtigde op zijn beurt een procureur bij het Hof van Justitie in ’s-Gravenhage om namens de broers Clingh een proces aan te spannen bij de Raad van Brabant. Men betwistte de geldigheid van het testament en vermoedde beïnvloeding door Johan van Meeuwen.

Met de nalatenschap bemoeid?

Getuigenverklaringen volgden, vaak tegenstrijdig en niet zelden scherp van toon. Agnes Maria van Roermond verklaarde dat Maria Elisabeth bij volle verstand haar testament had ondertekend. Anderen, waaronder Gerard van Grinsven en zelfs Maria Anna van Meeuwen, getuigden juist tegen Johan van Meeuwen. Zij verklaarden dat hij de toegang tot de stervende zou hebben beperkt en zich ongepast met de nalatenschap had bemoeid. De kwestie sleepte zich voort, waarbij ook de echtgenote van Johan van Meeuwen in opspraak kwam. Uiteindelijk bevestigde Maria Anna van Meeuwen samen met haar zoon François eerdere verklaringen dat Maria Elisabeth de verzegeling van haar testament niet had kunnen zien.

Geld was, is en blijft een splijtzwam in families. Niet gebrek, maar de hang naar meer lijkt hier de drijfveer te zijn geweest. Dat blijkt ook uit het testament van Johan Clingh, dat na zijn overlijden in 1780 werd geopend. Hij begunstigde royaal zowel Pedro Clingh als Maria Anna van Meeuwen en haar kinderen, en beloonde bovendien zijn kleinneef François van der Borgt uitvoerig voor bewezen diensten.

Ten slotte. Johan van Meeuwen won het proces en bleef universeel erfgenaam van Maria Elisabeth Boonaerts. In de Bossche encyclopedie wordt zijn verdere levensloop beschreven. Hij zette de bierbrouwerij voort in de huizen De Gulden Laars en De Witte Hond en erfde daarnaast belangrijke ambten, waaronder het erfgriffierschap van Maasland. Zijn nageslacht zou uitgroeien tot een invloedrijke familie, waarvan takken tot ver in de negentiende eeuw bestuurlijke functies bekleedden.

Zoals zo vaak toont dit verhaal dat geld niet alleen bezit vertegenwoordigt, maar ook jaloezie, wantrouwen en verdeeldheid kan zaaien. Geld is lilluk — toen al, en nu nog steeds.

Bronnen: 

Schepenbank Oss, 7365.142, pp. 84–87; 7365.81, pp. 444–446; 7365.185, pp. 483–485; 7365.195, pp. 39–43, 7365.162, pp. 200–205

Schepenbank Lith, 7323.93, pp. 216–229; 7323.97, pp. 353–367

Schepenbank Lithoijen, 7324.63, pp. 223–224

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Geld is lilluk - Het testament van Maria Elisabeth Boonaerts | BHIC