Samen met zijn vader en moeder en nog twee broers, woont Gerritje aan het eind van d'Aarperstraat. Zijn vader is een gerenommeerd veekoopman. Altijd een pet op, een vaalgele stofjas en half afgesleten klompen. In zijn mondhoeken de karakteristieke stomp van een sigaar. Alle boeren in de Kempen kennen hem als een vakkundige handelaar.

Dat talent heeft Gerritje niet. In de eerste klas van de jongensschool probeert hij om de schrijfkunst onder de knie te krijgen, maar de hanenpoten in zijn schrijfschrift lijken op van alles, behalve op een van de zesentwintig letters van het alfabet. Vaak zit hij dan ook met een dromerige blik naar buiten te staren, op zoek naar een andere wereld.
Maar een keer in de week is er een lichtpuntje. Op dinsdagmiddag loopt hij uit zijn schoolbankje naar de lessenaar van meester Burgers. Hij raapt al zijn moed bijeen en lispelt: "Meirregge Boschmert". De meester knikt hem begripvol en bemoedigend toe en geeft hem op die manier ontheffing van de leerplicht.
Samen met zijn vader naar de Brabanthallen in Den Bosch voor de wekelijkse veemarkt, dat is meer zijn wereld.
Na drie jaar en evenzoveel keren zitten blijven, wordt hij bevrijd van het knellende schoolregime. In een buurgemeente is een school voor buitengewoon lager onderwijs geopend. Daar krijgt hij aandacht en begeleiding van gespecialiseerde leerkrachten, die zijn leerplichtjaren wat draaglijker maken. Daardoor verdwijnt hij een tijdje uit ons blikveld.
Het is een donkere en koude morgen in het begin van de zestiger jaren van de vorige eeuw. Op het Mgr. Biermansplein staat een klein groepje opgeschoten jongens. Wat ze met elkaar gemeen hebben, is de vaalgele kaart die de gemeente heeft toegestuurd. Het is de oproep voor de keuring voor de militaire dienstplicht. Voor Gerritje is Den Bosch routine, maar Breda ligt ook voor hem toch een beetje aan de andere kant van de wereld.
In de kazerne worden we allemaal in een groot naargeestig klaslokaal neergezet. Na verificatie van de persoonlijke gegevens worden er allerlei vragenformulieren en testen uitgedeeld en weer opgehaald. Ongemakkelijk en met de armen over elkaar heen geslagen, kijkt Gerritje nerveus en onrustig om zich heen. Op de vraag van de surveillerende sergeant waarom hij niet begint is zijn bedeesd antwoord: "Kan toch nie skrijve".
Ook bij de daaropvolgende psychologische testen wordt duidelijk dat Gerritje voor de verdediging van het Vaderland niet over de vereiste vaardigheden beschikt.
Tijdens de terugreis naar Westerhoven zit Gerritje - stil als altijd - voor zich uit te staren. De enveloppe met de keuringsuitslag stevig tegen zich aangedrukt.
Ongetwijfeld blij, dat hij verlost is van het vooruitzicht om in een voor hem vreemde wereld terecht te komen.
Jaren later, als we weer in het vertrouwde Kempenland kunnen terugkeren, zien we hem weer wat vaker. Samen met zijn broer, die een zware visuele beperking heeft, fietst hij op een tandem langs velden en dreven van de mooie Kempen.
Die fietstochten en een terrasje met een glaasje limonade zijn voor hem het ultieme geluk. Hij is zijn broeders hoeder geworden. Gerritje heeft andere talenten en daar heb je geen getuigschriften of diploma's voor nodig.
Een bijzondere jongen. Gerritje.
Dit verhaal verscheen eerder in dorpsblad de MikMak (opent in een nieuw tabblad) (15 mei 2024).
