Voor zijn boek "Weet je nog….. Nostalgische herinneringen over het leven in Heusden" (2009) interviewde Arie (Broer) Bax diverse inwoners van Heusden. Het onderstaande fragment is afkomstig uit het interview met Bertha Wijnstekers.
Over de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog kan ik mij niet zoveel herinneren. Er gebeurde niet zoveel in Heusden. Natuurlijk wist ik dat het oorlog was en dat er door de bezetting beperkingen waren. Je moest uitkijken bij wat je zei en deed. Er was altijd gevaar voor verraad aan de Duitsers.
In de herfst van 1944 werd de oorlog in Heusden echt voelbaar. Heusden kwam in de frontlinie te liggen. De Duitsers schoten van over de Maas en de Canadezen en Engelsen vanaf Drunen dat al bevrijd was. Er vielen veel granaten op de stad en daardoor werden burgers gewond of gedood. Ik weet nog dat Dirk de Boer, de bedrijfsleider van de werf die in het huis naast meneer Knoop bij de werf woonde, in de tuin achter zijn huis door een granaatscherf werd getroffen en gedood. Mijn vader had in die verschrikkelijke tijd, met materiaal afkomstig van de werf, in de tuin achter ons huis een schuilkelder gemaakt.

Op 2 november 1944 werden ons huis en de schuilkelder getroffen door een granaat en daardoor konden wij er niet meer blijven wonen. Wij kregen onderdak in de schuilkelder van de familie Van Gammeren in Herpt. In deze schuilkelder had ook de familie Juinen onderdak gekregen. Wat er allemaal om ons heen gebeurde wisten wij niet precies. Ik weet nog wel dat de kerk in Herpt door de Duitsers werd vernield. Wij realiseerden ons pas dat wij bevrijd werden toen er Engelse soldaten over het erf liepen. Het werd daarna zo gevaarlijk dat wij moesten evacueren. Ons gezin kreeg onderdak bij de familie van Dommelen in Elshout. Wij zijn bij die familie erg goed opgevangen en verzorgd.

Wielstraat, 1946 (bron: fam. Wijnstekers)
Op 15 mei 1945 mochten wij terug naar Heusden. Toen bleek dat er tijdens onze afwezigheid nogal wat uit ons huis verdwenen was. Mijn vader had, voordat wij werden geëvacueerd, enige spulletjes van waarde onder de vloer van ons huis verborgen. Toen wij terugkwamen waren deze eigendommen verdwenen zoals ook onze mooie kachel. Later werd gezegd dat de Canadezen veel hadden gestolen maar daarover heb ik zo mijn persoonlijke gedachten. Je kan mij niet wijsmaken dat onze bevrijders met onze kachel zijn gaan slepen.
De bevrijding is in Heusden zeer ingetogen gevierd. Er was geen uitbundig feest daarvoor was geen reden. De oorlog had daarvoor teveel leed aangericht. Er waren door de stadhuisramp teveel doden te betreuren.
Heusden lag voor een deel in puin en de zogenaamde Wederopbouw had de grootste moeite om de beschadigde huizen weer bewoonbaar te maken. Er werd zelfs binnen de vesting nieuwbouw gepleegd.
Na de bevrijding kwam het gewone leven weer langzaam op gang. Er was bijna aan alles gebrek maar de zogenaamde HARK bracht daarin enige verlichting. Toen er een schip met hulp-goederen aanmeerde, werd deze ontvangen met feestelijke muziek van de Heusdense fanfare. Over de eerlijke verdeling kunnen vraagtekens worden gezet.

Uit: interview met Bertha Wijnstekers, in: Broer Bax, Weet je nog….. Nostalgische herinneringen over het leven in Heusden. Verteld door en over hen die er werden geboren (2009), pp. 33-39.
