In het eerste schooljaar gebruikten we het potlood, daarna de kroontjespen. De daarvoor gebruikte vloeistof bevond in het midden aan de bovenzijde van de schoolbank ingebouwd inktpotje, te openen met het verschuifbaar deksel. En doopte daarin de metalen kroontjespen.

De schoolklas van de lagere school in Uden, verdeeld in drie rijen voor twee leerlingen houten aaneen gekoppelde schoolbanken en bezet met zo’n dertig jongens. Vóór het gebruik van de nieuwe kroontjespen vertelde de meester deze eerst even in de mond te houden, dat ontvet en zo blijft de inkt beter zitten. En om het inktreservoir van de pen te vullen deze tot boven de middelste opening en in de blauwachtige schoolinkt, van Talens uit Apeldoorn, te dopen. En na afloop de pen drooggemaakt met de van thuis meegebrachte inktlap.


Ons Moeke schreef linkshandig, maar werd door de nonnen op school verplicht rechts te schrijven en op de vingers getikt wanneer zij daarbij zondigde. Het blad van het taal- en rekenschrift had aan de boven linker en onderzijde een blank 2 cm gedeelte voor te plaatsen aantekeningen. Bij taal een verticaal drie lijntjespatroon, de kleine letters geschreven tussen onderste twee smalle. Het rekenlesschrift uit vierkantjes of rechthoekjes.

Na het schrijven bleef de inkt nog even vochtig en je droogde het met vloeipapier. Eens blies een leerling in de inktpot, zijn gezicht zag er ‘bedekt’ uit. Daags voor de vakantie liep een leerling met een emmer langs de schoolbanken en deponeerde daarin het inktpotje van de schoolbank. Wanneer vader ’s zondags, met ons gezeten aan de keukentafel, zijn boekhouding deed, natuurlijk met de kroontjespen, was het, zoals tijdens zijn scheerbeurt, stil zitten!
De glazen langhalsfles Gimborn Galnoten schoolinkt met ¾ ltr. inhoud vermeldde de achterzijde tekst in het Nederlands, Frans en Engels. Het afgebeelde achthoekige inktflesje heeft in de smalle hals een glazen knikker. Bij het vullen van de kroontjespen houd je de fles schuin de inkt stroomt langs de knikker in het bovenste deel. Bij het neerzetten blijft inkt in de hals achter waarmee je de vul- en of de kroontjespen vult.

In de jaren vijftig maakten we kennis met de ballpoint, met in de houder een slangetje gevuld met inkt. Deze was na het schrijven meteen droog, gaf geen vlekken en het geschrevene onuitwisbaar! BIC, de eenvoudigste ballpoint en schrijft meteen! Voor net werk nam je de vulpen, voorzien van een zuiger in plaats van een rubberzakje.

Jaren geleden maakte ik een door het IVN verzorgde wandeling in de Gimbornhof van Zevenaar en bezocht in de namiddag het Gimborn Museum. Gimborn later overgenomen door Pelikan. Tal van jaren beoefende m’n zus het eeuwenoude ‘schoonschrift’ Kalligrafie en de Pergamanokunst.
Na de bewaarschool bij de nonnen, bezette ik op 1 september 1944 voor drie dagen de bank van de eerste klas in de St. Petrusschool; zij werd drie dagen later door de Duitsers in brand gestoken. Daarna in een noodvoorziening als tweede klas voortgezet, waardoor we achterstand opliepen. Het officiele rapport kreeg ik in de vierde klas. En sloot in 1953 voorgoed de deur van de Petrusschool, waarvan 4 jaar LTS avondonderwijs op de zolderruimte.
