Jaren geleden kreeg ik van m’n broer onderdelen van een graanmolentje. Hem kennende had hij het ergens gekregen en gedacht: “Rini maakt er Geschiedenis van.” Na jaren graanwindmolens bezocht ik dit jaar de houtzaagmolen in Utrecht en knapte ik het ‘bouwpakket’ op. Het werd een ontdekking!
Toen meel op de bon was, maalde menigeen clandestien handmatig; thuis in het werkhuis met krachtstroom.
Van de gekregen onderdelen bouwde ik een bruikbare graanmolen en bezocht voor meer kennis Marcel Voorneman, molenaar van de windmolen Windlust in Vorstenbosch. Voor het bezoek had ik ook Truus, mijn zus, uitgenodigd. Zij had nog nooit een windmolen bezocht of beklommen, het werd één heel bijzonder en grappig bezoek! Marcel toonde ik bij de ingang, de invaart de meegebrachte 20 cm doorsnee molensteen, op zijn beurt wees Marcel naar een molentje geplaatst op een stoeltje met hetzelfde doel en aangedreven met een fietsketting. Toeval bestaat niet!

We bestegen de maalzolder en de bovengelegen ’etages’, zoals de steenzolder waar de maalstenen liggen en het graan in de kaar wordt gestort, dat via de schuddebak in het kropgat terechtkomt en dan tussen de stenen belandt. Erboven de luizolder, daar bevindt de mechaniek van het luiwerk (hijswerk). Daar weer boven de kapzolder met de molenas, het bovenwiel, de vang (rem) en de overbrenging naar de spil. Ondertussen zagen we de wieken voorbij komen, een hele beleving.

Bij windmolens liggen de maalstenen horizontaal, bij het thuismolentje, zoals hier, verticaal. De ‘vaste‘ steen is tegen de rechter binnenwand van het frame geschroefd, de ‘bewegende’ op een losse houten ondergrond. Dwars van het asgat, voorzien van een gleuf daarin opgesloten, is door de stalen as een 8 mm pen gestoken, die daarmee de losse schijf meeneemt.


De rechthoekige gleuf bovenin wordt met graan gevuld en valt op de stalen as, het begin van de 55 mm lange stalen worm in spiraalvorm van 35 mm spoed [afstand tussen de windingen. Redactie], die om de as is gewikkeld. Daarmee wordt het graan getransporteerd en valt het tussen de ruwe stenen, in de 6 diepere lengtegroeven, en daar gemalen tot meel.

Aan de linkerzijde de verschuifbare as voor de instelling van korrel naar meel, de as is aan beide zijde gelagerd met een stalen bus.

De maalruimte wordt met een schot afgesloten waarna rechts het rondsel van de aandrijving op de as is bevestigd.

De molen is 450 mm lang, 230 mm breed en 375 mm. hoog. De houten wanden meten 2½ cm dik. De maaIkamer heeft een inhoud van 295 x 205 en 350 mm diep.
Beide maalstenen (maalkoppel) waren aan de achterzijde bedekt met 1½ mm. dik karton van gelijke doorsnee, bedrukt met B.L. Oliefabrieken Wormerveer (Lijnkoeken verpakking). Op de constructie vond ik geen aantekeningen of initialen.

Het 16 kg houten molentje uitgebreid met twee opklapbare handgrepen, die normaal voor een doodskist worden gebruikt.

De in 2022 geoogste boekweit is met succes gemalen. Jammer dat mijn broer Wim dit niet meer mocht meemaken, wat zou hij verwonderd gekeken hebben!
Marcel: ‘Kunstmaalstenen bestaan uit zand met magnesiumoxide en als bindmiddel magnesiumchloride en om de steen “scherp” te maken flint, kwarts en amaril door het mengsel.‘
Met hartelijke dank aan Marcel voor de medewerking en juiste molentaal bewoordingen.
