Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Handgrepen voor het laatste koffer

Handgrepen voor het laatste koffer

Rini de Groot (†)

7 november 2016

Bijgewerkt op 24 april 2025

In november gedenken we de overledenen, daarom een verhaal in verband met afscheid nemen. Voor het geval dat de doodskist op de schouder gedragen werd, schaafde vader de planken aan de onderzijde glad. Voor de luxueuzere doodskist werden aan de zijkant tussen vier en acht stalen handgrepen geplaatst.

In 1955 krijgt vader opdracht een kist te maken voor Mevrouw Lammers-Eijsbouts en die te voorzien van handgrepen. Denkend aan de toekomst bestelde vader meerdere grepen. In de loop der jaren werden dertig hengsels besteld, Palm & Kruis N.O. á fl. 1,07 bij de firma B.C. Smit in Rotterdam, hét adres voor alle soorten rouwartikelen.       

De handgrepen werden met vier houtschroeven op de kist bevestigd en warenn ⅛ tot ¼ draaibaar. Tegenwoordig worden meestal houten grepen geplaatst.

Hierbij enkele soorten: het staalkleurig hengsel is bij graafwerkzaamheden gevonden in het centrum bij de nieuwe kerk in Haelen (L) op 24 oktober 1954. Vermoedelijk was het afkomstig van de doodskist van Baron de Keverberg, gestorven in 1810.

De roestvormige afbeelding, toegestuurd door Gerard de Bie, is aanwezig bij ‘Heemkundekring Sint Achten op Boeckel (opent in een nieuw tabblad)’, in Boekel. Over de betekenis van de symbolen schrijft Rindert Brouwer uit Eindhoven het volgende:

De handgreep (of deurklopper, zoals wij wel eens voor de grap zeggen). Deze vorm kwam in een aantal variaties voor op kisten in de 19e en begin 20e eeuw, toen de dood nog niet zo’n groot taboe was. Toen werden er, ook op grafstenen, vaak dezelfde symbolen (vanitassymbolen) gebruikt, waarvan je op twee handgrepen ziet, namelijk de doodskop met gekruiste dijbeenderen en de brandende fakkels.

De schedel en de dijbeenderen blijven bij het vergaan het langst bewaard, omdat daar het meeste calciumfosfaat zit, m.a.w. omdat daar het bot het dikst is. De schedel met gekruiste (dij)beenderen is het symbool van de dood, en het is dan ook niet toevallig dat ze ook als symbool voor gevaar en vergif worden gebruikt. [Bij het Archeologisch Centrum in Eindhoven ontdekte ik dat gecremeerde botresten na jaren nauwelijks vergaan, Rini].

Een ander vanitassymbool dat vaak wordt gebruikt, zijn de brandende fakkels, wat jij ‘flossen’ noemt. Op grafstenen kom je de fakkel nogal eens tegen, ofwel als een omgekeerde fakkel met dovende vlam (teken van het uitdovende leven) of als een brandende fakkel als symbool van het vernieuwde leven en de wederopstanding. De zandloper en de kaars staan voor de tijd die verstrijkt; de zandloper staat stil, de kaars is net gedoofd.

Bij het sluiten werd de deksel met kruisjes op de kist geschroefd, onder het eerste afgebeelde kruisje werd een 4 centimeter grote nikkelen rozet gelegd, verder modellen door de jaren heen.

De overtollige handgrepen, kruisjes en het papier bestemd voor de binnenbekleding, werd later onder de kinderen verdeeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.