In het jaar 1314 werd “de dijk” verhard en “Steen Weg” genoemd, zodat de reizigers die op doorreis naar ’s-Hertogenbosch waren een kortere route konden nemen in plaats van de Antwerpse baan en de Voort.
Op Steenweg 25 kwam een herberg genaamd Den Engel met ertegenover een doorrijschuur, zodat de reizigers die met het rijtuig kwamen droog uit konden stappen.

Deze herberg werd bewoond door de familie Jacobus Mastenbroek, een zeer geziene en welgestelde Helvoirtse middenstandsfamilie, die naast het verlenen van onderdak handelde in steenkool en timmerhout.
In 1832 lag er tegenover de herberg een pand van Jacobus Mastenbroek, genaamd “De Koepel", dat werd gebruikt als sociëteit. Bij het verleggen van de rijksweg is dit gebouw afgebroken, alleen een aantal canadabomen gaven toen nog aan waar De Koepel heeft gestaan.

Jacob Mastenbroek was protestant, menslievend, hielp iedereen zoveel hij kon en was een graag geziene uitbater. Zo hielp hij pastoor Becx uit Helvoirt uit een benarde positie toen Franse soldaten hem in de bossen bij het Kasteel gevangen genomen hadden, om hem van daar achter een paard gebonden mee te slepen naar Den Bosch.
Jacobs zoon Johannes Gerardus, geboren in 1798, stond in de periode 1830–1840 te boek als logementhouder. Hij is ongehuwd overleden in 1877.
In 1905 is Den Engel verkocht aan Marinus de Jonge van Zwijnsbergen, die het verbouwde tot woonhuis en het de naam Het Oude Nest (opent in een nieuw tabblad) gaf.




