Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het dagboek van pastoor Beerenbroek (7/10)

Het dagboek van pastoor Beerenbroek (7/10)

Bert Meijs

14 oktober 2025

Bijgewerkt op 20 oktober 2025

Pastoor Beerenbroek uit Drunen heeft over jaren 1793 tot en met 1799 uitvoerig de ellende in die jaren in Drunen en omgeving beschreven. Maar ook doet hij uitvoerig verslag van de oorlogshandelingen in die periode. Een plaatselijke geschiedenis die we niet in onze geschiedenisboeken terugvinden, en daarom een belangrijke bron om de geschiedenis van onze streek beter te leren kennen. Deel 7 van zijn verhaal.

De handtekening van pastoor Beerenbroek onder zijn testament, opgemaakt 1 dag voor zijn overlijden in 1811 (Streekarchief Langstraat Heusden Altena)
De handtekening van pastoor Beerenbroek onder zijn testament, opgemaakt 1 dag voor zijn overlijden in 1811 (Streekarchief Langstraat Heusden Altena)

Op 5 januari begon het garnizoen te Heusden zijn munitie te verspelen en schoot voortdurend met zwaar geschut zo hevig dat hier alles dreunde. Sommige kogels vlogen over het ijs tot aan Elshout. Vanuit mijn vensters zag ik het vuur en de rook van de stukken. Spoedig brandden twee huizen te Oudheusden geheel af, net als de herberg bij de Wijkse-poort enz.

De Fransen beantwoordden dat bombardement en zonden over het ijs enige acht- en twaalfponders van mortieren en kanonnen langs Berne, Oudheusden en Heesbeen en bombardeerden de stad hevig zonder schade aan te richten aan de vesting. Ik zag vanaf de molen in Elshout hun mortieren en houwitsers duidelijk te Oudheusden neerkomen.

D.A.M. Raffet, het afschieten van een mortier in een ingegraven stelling, 1833 (Bron: Rijksmuseum nr. NG-NM-10388-102-17. Publiek domein)
D.A.M. Raffet, het afschieten van een mortier in een ingegraven stelling, 1833 (Bron: Rijksmuseum nr. NG-NM-10388-102-17 (opent in een nieuw tabblad). Publiek domein)

De boeren van Vlijmen, Nieuwkuijk, Drunen en andere plaatsen namen allen de vlucht naar de heidorpen om niet te moeten werken aan de batterijen van de Fransen. Dertig boeren die op zondag te Vlijmen naar de kerk gingen werden daarvoor met geweld meegenomen. Na verloop van enkele dagen kwam het onoverwinnelijke Heusden, dat met al zijn fortificaties en met de stad onder water door dappere officieren werd verdedigd in de handen van de Fransen. De twee eerste capitulaties die commandant Liesvelt voorsloeg waren zo honend dat zijn garnizoen die weigerde te ondertekenen; de derde kreeg haar beslag. De Fransen hadden wel al de ladders bij de stad laten brengen, maar rondom werd iedere nacht het ijs gebroken en zodoende waren zij niet verder gekomen dan de eerste dag. Loopgraven konden zij niet maken op het ijs. Zij konden geen bres schieten in de wallen omdat die van aarde zijn, en te ver buiten hun bereik om er een opening in te maken. Voorraad ontbrak er in de stad niet; zodat de Fransen de stad hadden kunnen veranderen in een ashoop; veroveren konden zij haar niet.

Toen ik hoorde dat men capituleerde ging ik naar de stad. Aan het eerste huis van Oudheusden vond ik een twaalf ponds kogel met afgeschoten schouw en nam hem mee naar huis. Hier zag men reeds het hout en de bomen beschadigd. Ik ging over het ijs naar Oudheusden, dat onherkenbaar was. Alle huizen verbrand of met kogels doorboord, de voorhuizing van het kasteel als een zeef, het kasteel zelf, heggen, bomen, schuur enz. door en doorschoten, de kerk bouwvallig, de grond doorploegd met houwitsers en een batterij van de Fransen waarmee ik moest lachen. Achter de kerk hadden zij twee kleine openingen gemaakt in de muur van het kerkhof en daarin lagen een bomketel en een houwitser. Daarmee wierpen zij bommen over een schuur in de stad, van waaruit zij onzichtbaar waren. Ten oosten naast de kerkmuur was een achtponder kanon opgesteld, van wie de kogel naast de zuidmuur van de kerk floot. Daarachter lagen de kanonniers en voor de kerk enkele palissaden die al sterk waren beschadigd, zodat zij tegen een uitval van de stad niet bestand waren; wij liepen over de stadsgrachten en van hier naar Heesbeen, waar de woningen weinig minder beschadigd waren en hun batterij in nog ongunstiger conditie stond, omdat zij bestond in twee openingen in het dijkje van Heesbeen naar de Wijksepoort zodat hun artillerie en kanonniers geheel bloot stonden aan het kruisvuur van de batterijen van de Wijksepoort en de batterij naast Heesbeen. Wij hoorden een schot, daarna de muziek in de stad en tot onze verwondering zagen wij het Hollandse garnizoen eruit trekken. Langs de Wijkse dijk waren circa tweehonderd Fransen die hen verwelkomden en hen naar Gorcum begeleidden. Circa twaalfhonderd man was de bezetting groot; zij bestond uit Duitsers die er erg ontmoedigd uitzagen, - een korps nieuw geworven landslieden, een bataljon van Plettenberg, kanonniers en huzaren. Wij gingen met die tijding naar huis, terwijl men niemand de stad binnen liet.

Poortgebouw van het kasteel van Oudheusden (bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena nr. ohd00075. Geen rechthebbenden achterhaald)
Poortgebouw van het kasteel van Oudheusden (bron: Streekarchief Langstraat Heusden Altena nr. ohd00075 (opent in een nieuw tabblad). Geen rechthebbenden achterhaald)

Op 7 januari om een uur 's nachts komt hier onvoorziens binnen een compagnie scherpschutters van de Fransen, en omdat het een geruime tijd duurde om de inkwartieringsbiljetten te maken, sloegen zij deuren in en tamboerden zodanig op alle vensters, dat Drunen scheen te vergaan, en niemand wist wat het beduidde. Op mijn dam was het een grote bende, die op de poort sloeg en stampte, maar ik hield alles gesloten daar zij - ook al werd de poort geforceerd - nog niet binnen waren en ik de commissaris en zijn gevolg dan geroepen zou hebben om bijstand. Zij bleven maar een dag in het dorp maar zij behoorden tot de voorhoede en het waren lastige kerels, die roofden als raven. Eindelijk ging Gorcum, Dort, geheel Holland en de 4e februari Zeeland met geheel de republiek over, en de onnoemlijke schatten, in een jaar tijds verspeeld om door alle provinciën verborgen batterijen aan te leggen, werden vruchteloos. Dat was ons geluk, omdat wij anders van gebrek waren omgekomen, als wij het leger in onze streken gehouden hadden. De magazijnen, het commissariaat en heel het gevolg trok op de 22e januari naar Holland om die heren daar die nog maar flauw wisten wat oorlog was, ook een proefje te geven, nadat wij hen hier zes weken in de felste koude hadden ingekwartierd. Iedereen boende zijn huis uit; de huizen van onze vluchtelingen, door de Fransen ingenomen, waren voor een deel onkenbaar geworden. Van de grote kerk en het schoolhuis waren nog enkel de muren en het dak over, de rest was opgestookt, zodat de predikant na zijn terugkomst in zijn eigen huis zijn godsdienstoefeningen hield. Een huis aan de Wiel brandde ’s avonds door onachtzaamheid af.

Lees ook de andere delen

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.