Het huis van Mathijs Adam van der Hagen werd vaak omschreven als: liggende tusschen de erffenis van de heer Lacier heer van Tildonck aen de een sijde, ende metten anderen sijde de gemeijn straet, streckende metten eenen eijnde op erffve haer vercoopere ende metten anderen eijnde de huijsinge genoemt het Vliegenet. Haer vercooperen vermits der doot van haer voorschreven ouders erffelijck aengecomen. Hebben sij wettelijck vercocht aen Mathijs Adams van de Hage 1672."
Mathijs huwde 1671 met Cornelia Jacos van der Velde. Hij was een van de voorvaderen van de grondleggers van de firma ‘Nutricia’ te Zoetermeer.
De Heren van Helmond
Mathijs Adam van der Hagen is ook terug te vinden in de boeken van de Heren van Helmond. Zij moeten dan betalen XV denarii veteri III stuivers II denarii voor Sancta Oda ex domo Roveri.

In het oudste boek 1320-1321 en 1381-1406 vinden we het huis mogelijk terug als: Sancta Oda de domistadio Roverus de veteri XV denarii.
De kinderen van Mathijs Adam van der Hagen: Adam, Hendrik, Johannis en Anneke verkopen het pand in 1710 aan hun broer Jacop. Een van de naaste buren is dan de weduwe Gerit van Roij (Vliegennet).
Maria van de Wiel, dochter van Judith van Heretum

Jacop Mathijs huwde op 12 februari 1708 met Judith van Heretum. Zij was eerder gehuwd geweest met Gerit Heijmans van de Wiel; uit haar eerste huwelijk had zij een dochter Maria. In 1739 transporteren o.a. Jacob, Judith en Maria het goed De Roest gelegen onder Olland aan Jan Dircx van Delft
In 1753 is er een erfdeling tussen de nakomelingen van wijlen Jacobus van der Hagen en Judith van Heretum.
Genoemd werden Cornelis van der Hagen, gehuwd met Catharina Vleminx, Gerardus van der Hagen, Mathijs van der Hagen en Maria van der Hagen, weduwe van Wilhelmus Versantvoort.

Aan o.a. Gerardus van der Hagen werd toebedeeld een huis en hof gelegen in de oude vrijheid alhier in de straat, aan erve met een zijde de kinderen Jan de Vroom [Vliegennet], de ander zijde Jacobus van den Brand, het een einde den Burchtgracht, het ander einde de gemene straat.
Pastoor Johannes van Heesbeen
Het ‘Vliegennet’ of ‘Plankenhuisje’ werd in 1818 door Christina van Weert weduwe van Adriaan van de Biggelaar verkocht aan pastoor Johannes van Heesbeen. Op de plek waar het eens stond kwam na 1800 voor de nieuw gebouwde waterstaatskerk een bredere toegang tot de kerk.
Waarom kreeg het huis einde zeventiende eeuw de benaming Vliegennet of Plankenhuisje?


Kerkplein
In 1832 waren het panden en de percelen G 254 – G 255 eigendom van de kinderen Johannes Vogels later van Marinus van den Vleuten. Omdat rond 1900 de kerk te klein begint te worden, zijn er plannen om een nieuwe kerk te gaan bouwen. De parochie koopt de beide panden met bedoeling ze te slopen om voor de nieuwe kerk een mooi kerkplein te kunnen realiseren.
Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum
