Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het kerkhof bij de Knoptoren

Het kerkhof bij de Knoptoren

Willie Damen van de Mosselaer

9 december 2019

Bijgewerkt op 9 december 2019

In het jaar 1612 liet Adriana Dobbelsteen, weduwe van Willem van Hamale, heer van Jekschot, haar testament opmaken. Daarin geeft zij te kennen dat ze begraven wilde worden bij haar man zaliger, in gewijde aarde in de parochiekerk van Sint-Oedenrode te Eerschot. Ze wilde een uitvaart en begrafenis zonder grote ‘pompeije’ (pronk en praal).

De grafsteen van beide echtelieden is indertijd overgebracht naar de huidige Sint-Martinuskerk in het centrum en prijkt daar in de vloer van de kerk. Wanneer men begonnen is om op dit kerkhof doden te begraven is niet bekend. Sedert onheuglijke tijden diende de begraafplaats voor de ingezetenen van álle kerkelijke gezindten. Gegoede inwoners of geestelijken werden vaak in de kerk begraven.

Bij pest werden de overledenen tussen licht en donker begraven en moesten de kisten waterdicht zijn. Vooraf aan de begrafenisstoet moest iemand lopen die de mensen waarschuwde dat er een dode begraven werd die aan de pest was gestorven. Voor 1800 werden de graven op het kerkhof door geburen of familieleden van de overledene gemaakt, een gebruik waar afkeurende kritiek op kwam.

Er kwamen klachten dat er bij het begraven op het kerkhof onbetamelijke dingen gebeurden. Er werden zelfs kisten opgegraven, waarin nog 'onverteerde lichamen' lagen. Die moesten weer zorgvuldig ondergestopt worden op straffe van een boete van drie gulden.

Rentenier Anthony van Stijrum bepaalde in zijn testament uit 1832 dat zijn dode lichaam niet verder dan tot op de borstrok ontkleed mocht worden. Hij wilde een schoon hemd, verlangde dat hem een slaapmuts zou worden opgezet en een schone das en onderkousen aangedaan. Vervolgens wilde hij dat zijn lichaam op “Hollandsche wijze” in een schoon laken zou worden gewikkeld. Zijn lichaam mocht pas op de vijfde dag na zijn overlijden ‘s morgens vroeg, in stilte en zonder enige ceremonie worden bijgezet tussen de muren op het zogenaamde gereformeerde kerkhof in Sint-Oedenrode. Alleen zijn vriend Henri Jean Ente mocht daarbij tegenwoordig zijn. De testateur is overleden op 23 maart 1841.

Begraafplaats  ± 1857 (klik voor groter beeld)

Begraafplaats na ± 1870

Omdat het bestaande kerkhof te klein werd om alle overledenen op gepaste wijze te begraven besloot de roomskatholieke gemeenschap in 1853 een eigen begraafplaats aan te leggen. De katholieken waren niet bevoegd om de lijken van aanverwanten uit de oude begraafplaats naar de nieuwe over te brengen, tenzij er vergunning werd verkregen tot het opgraven en vervoeren naar het nieuwe kerkhof.

Heemhuis ‘De Oude Vrijheid’

Toen de laatste doodgraver Frans van den Elzen was overleden, werd het huisje dat op het oude kerkhof stond gerestaureerd. Tijdens die werkzaamheden kwamen er tientallen beenderen en schedels tevoorschijn. Deze werden keurig diep onder het huis herbegraven. De Heemkundekring ‘De oude Vrijheid’ heeft het pand sinds 1991 in gebruik als Heemhuis.

Foto's: Zie ook Wies van Leeuwen PNB001061384.

Bronnen:
BHIC, Dorpsbestuur Sint-Oedenrode, (1232) 1315-1811, toegang 7633.
BHIC, Gemeentebestuur Sint-Oedenrode, 1811-1933, toegang 7634.
BHIC Notariële akten Sint-Oedenrode, 1642-1935, toegang 7637.
BHIC, Nederlandse Hervormde Gemeente Sint-Oedenrode, 1649-1978, toegang 7646.
Bep van Lieshout in Heemschild 31 (1997), afl. 2 p. 39-56.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.