Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het tragische lot van een Schijndels gezin

Het tragische lot van een Schijndels gezin

Stef Roovers

26 januari 2026

Niet alleen in Noord-Brabant, maar ook elders in Nederland stond het in de krant: in de zomer van 1946 schoot in Sint-Oedenrode een militair de 24-jarige Hendrik dood, die op weg was vanuit Schijndel naar zijn werk in Best. Voor zijn familie was dit een groot verlies. Niet alleen omdat zij hun zoon en grote broer hadden verloren, maar ook omdat Hendrik de kostwinnaar van het gezin was. Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg was, werden zij in hun verzoek om financiële bijstand ook nog eens ernstig belemmerd. In het dossier opgesteld door de gemeente Schijndel lezen we hierover.

Duitse krijgsgevangenen worden in 1945 ingezet bij het mijnenruimen te Vierlingsbeek, Foto: Fotograaf Onbekend, Nationaal Archief / Anefo.

De bewuste avond
Het was een zomeravond in 1946 en het begon al te schemeren. Hendrik zat op zijn fiets op weg naar zijn werk in Best. Daar werkte hij sinds het voorjaar van 1937 voor de Nederlandsche Schoen- en Lederfabrieken Bata-Best. Aangekomen op de grote weg van Sint-Oedenrode naar Best, nog ter hoogte van Sint-Oedenrode, riepen drie militairen hem op een meter of tien halt toe.

Eerder diezelfde dag waren er namelijk enkele Duitse krijgsgevangenen onder toezicht van militairen aan het mijnenruimen in de Scheeken tussen Sint-Oedenrode en Best. Een van de gevangenen was gevlucht en de drie militairen hadden de opdracht gekregen om verdachte personen over de grote weg staande te houden en te controleren.

Terwijl Hendrik de militairen naderde, verminderde hij zijn vaart. Maar op het moment dat hij in de buurt kwam van de soldaten, zette hij opeens weer aan en begon harder te fietsen. Een van de soldaten schreeuwde tot twee keer toe naar hem: “Halt of ik schiet.” Waarna hij een waarschuwingsschot in de lucht loste. Toen Hendrik nog niet stopte, riep een van de andere soldaten hem hierna nogmaals halt toe. Met “het geweer onder de arm, de kolf op de heup, echter wel in de richting van [Hendrik], trok [de militair] daarop aan den trekker met het gevolg dat [Hendrik] getroffen werd, onmiddellijk neerviel en een groote wond had aan de linkerzijde van zijn hals. Het bloed was niet te stelpen en even later overleed [Hendrik].”

Een korte schets van de gebeurtenissen op de bewuste avond.

Alsof het nog niet erg genoeg was…
Het overlijden van Hendrik was zeer droevig voor zijn ouders en drie zusjes. Niet alleen emotioneel was dit een zware tijd, maar Hendriks vader, Roelf, noemde het overlijden van zijn zoon ook een “financiële strop” voor het gezin. Hendrik was namelijk de kostwinnaar. In september van 1946 vroeg Roelf daarom in een brief aan de burgemeester van Schijndel om hulp bij het regelen van een vergoeding. Dit bleek het begin te zijn van een langdurig en moeizaam proces.

De burgemeester schreef in dezelfde maand nog naar het Ministerie van Oorlog “dat door de betrokken militairen min of meer roekeloos is opgetreden en dat U met mij tot conclusie zult komen, dat het alleszins rechtvaardig en billijk is, dat aan de ouders van [Hendrik] een bedrag ineens of een periodieke uitkering gedurende een zekere tijd ten last van ’s-Rijks kas wordt toegekend.” Begin november schreef hij ook naar de Raad van Arbeid. Hendrik was bij hen verzekerd en het gezin zou op basis van de Ongevallenwet aanspraak willen maken op een uitkering. Omdat de Rijksverzekeringsbank in Amsterdam hierover ging, stuurde de Raad het verzoek aan het einde van die maand door.

Al snel liet de Rijksverzekeringsbank weten geen schadeloosstelling toe te kennen. Doordat Hendrik geen gehoor gaf aan het bevel te stoppen, zou hij de verkeersregels hebben overtreden en onvoorzichtig hebben gehandeld. Als gevolg daarvan zou hij niet op normale wijze aan het verkeer hebben deelgenomen en naar zijn werk zijn gegaan. Hierdoor zou hij op dat moment niet in dienstbetrekking zijn geweest en dus maakte zijn familie geen aanspraak op een uitkering op basis van de Ongevallenwet. Roelf probeerde in een brief de bank nog op andere gedachten te brengen, maar zij hielden hun poot stijf. Daarom besloot hij begin februari 1947 in beroep te gaan tegen deze beslissing bij de Raad van Beroep Sociale Verzekeringen in ’s-Hertogenbosch.

Het echte verhaal?
Er valt natuurlijk te twisten of de militairen niet te gehaast en te rigoureus hebben gehandeld, maar tegelijkertijd lijkt uit het verhaal wel opgemaakt te kunnen worden dat Hendrik onvoorzichtig handelde en zich niet aan de verkeersregels hield. Maar dat verhaal is wat Roelf juist dwarszat. Het verhaal, zoals hierboven beschreven en op basis waarvan de Rijksverzekeringsbank zijn beslissing nam, kwam namelijk voort uit slechts de getuigenverklaringen van de drie militairen. Volgens Roelf zaten er nogal wat haken en ogen aan hun verklaringen.

Het belangrijkste argument van Roelf in zijn beroep was dat Hendrik niet in zijn nek was geschoten, maar rechts in zijn wang en de kogel links zijn hals uit was gegaan. Roelf vroeg zich daardoor sterk af of er niet was geschoten van langs de weg en Hendrik dus niet uit tegemoetkomende richting halt is toegeroepen, maar door geroep van langs de weg. Door het feit dat Hendriks gehoor minder goed was en het al schemerdonker was, kon het goed zijn dat Hendrik nooit iemand van langs de weg heeft gehoord of gezien. Maar als de militairen wel op de weg zouden hebben gestaan, dan zouden ze ook roekeloos met hun vuurwapens zijn omgesprongen. Het was namelijk makkelijker geweest om Hendrik van zijn fiets af te duwen of een geweer tussen zijn spaken te steken. Dat ze überhaupt roekeloos met hun wapens omgingen, bleek uit het feit dat ze ook op andere burgers hadden geschoten. Als laatste had Hendrik, volgens zijn vader, ook niets te verbergen en daarom geen reden om door te fietsen.

Het beroep van Roelf, de vader van Hendrik, tegen
het besluit van de Rijksverzekeringsbank.

Eind februari verweerde de Verzekeringsbank zich hiertegen. Zij zagen geen reden om de getuigenverklaringen van de militairen in twijfel te trekken. Pas eind oktober behandelde de Raad van Beroep deze zaak. Begin november, meer dan een jaar na het overlijden van Hendrik, besloten zij dat het gezin geen uitkering zou krijgen. De financiële malaise hield aan.

Het verweer van de Rijksverzekeringsbank tegen het
beroep van Roelf.

Toch nog een meevaller
Gedurende dit proces hield de burgemeester contact met het Ministerie van Oorlog. Uit de briefwisseling bleek dat zij pas een beslissing wilden nemen na de uitspraak van de Raad van Beroep. Uiteindelijk half april 1948, meer dan anderhalf jaar later, kende het Ministerie met terugwerkende kracht een zogenaamde onverplichte periodieke schadeloosstelling toe aan het gezin tot en met eind 1949. Deze maandelijks vergoeding van 45 gulden was een schijntje ten opzichte van de ongeveer 120 gulden die Hendrik iedere maand binnenbracht. Maar toch gloorde er zo in deze moeilijke tijden nog iets van licht aan het einde van de donkere tunnel voor de familie van Hendrik, al bleven de omstandigheden waarin zij leefden zeer sober.

Steeds meer stukken inzien
Vanaf 1 januari 2026 zijn nieuwe archieven in te zien want na 75 jaar vervalt voor veel dossiers de beperking van openbaarheid.  De Archiefwet 1995 bepaalt dat documenten van overheidsinstellingen na twintig jaar worden overgedragen aan het historisch archief. Ruim 95 procent van de overgedragen stukken is direct in te zien.

Voor de rest geldt een beperking op de openbaarheid, meestal omwille van de privacy van nog levende personen. Over particuliere archieven maakt het BHIC speciale afspraken met de schenkers. De beperkingen gelden altijd voor een van tevoren vastgestelde periode. En daarom worden er jaarlijks nieuwe archieven openbaar. Het bovenstaand verhaal is hier een voorbeeld van en is gebaseerd op toegangsnummer 5135, inventarisnummer 1483.

Overzichtslijst van stukken die per 1 januari 2026 openbaar zijn geworden (opent in een nieuw tabblad)

De tekst van dit artikel is gepubliceerd onder een CC BY-SA 4.0-licentie. Voor de illustraties geldt de licentie die in het bijschrift is vermeld.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Het tragische lot van een Schijndels gezin | BHIC