Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Het trieste einde van Rosa Andriesse

Het trieste einde van Rosa Andriesse

Cor Kerstens

2 november 2020

Bijgewerkt op 3 november 2020

Ook Rosa Andriesse ontkwam in de Tweede Wereldoorlog niet aan de Jodenvervolging. Zij wilde haar kinderen niet tot last zijn. Onderduiken of vluchten vond ze geen optie, daarom ze nam haar intrek in een huis voor ouden van dagen in Etten-Leur. Hier nam ze haar lot in eigen hand.

Rosa Andriesse werd op 4 juni 1877 in Rotterdam geboren. Zij was de dochter van Barend Andriesse en Mirjam Calaco Osorio. In 1904 trouwde ze in ’s-Gravenhage met Isidore Elias. Isidore was medefirmant van de N.V. Lakenfabrieken v/h E. Elias in Tilburg. Voordat het gezin zich in Breda vestigde, woonden ze o.a. in Rotterdam, ’s-Gravenhage en Tilburg. Het echtpaar kreeg twee dochters.

In 1924 overleden zowel Isidore als zijn broer en medefirmant van de fabriek, Eliazer. De leiding werd overgenomen door de schoonzoon van Isidore, mr. Louis Broekhuijsen. Enige jaren na de dood van haar man verhuisde Rosa naar de Baronielaan 2 in Breda.

De familie was niet onbemiddeld, in 1906 behoorde zij in Tilburg tot de hoogstaangeslagenen voor de inkomstenbelasting.

Rosa Andriesse (bron: archief familie Broekhuijsen)
Rosa Andriesse (bron: archief familie Broekhuijsen)

Rosa leidde een niet orthodox joods leven, men herinnert zich haar als een “bijzondere artistieke vrouw”. In 1902 maakte de schilder Simon Maris van haar een portret van een mooie, roodharige vrouw. Zij sprak Engels, Frans, Duits en Italiaans en hield van antiek en kunst. Zij had het talent om professioneel pianiste te worden, ware het niet dat dit in de kringen waarin zij verkeerde niet gebruikelijk was.

In 1942 namen de Duitsers haar woning aan de Baronielaan 2 in Breda en al haar bezittingen in beslag. Noodgedwongen nam zij haar intrek bij haar dochter Marij aan de Nieuwe Bosschtraat 38. Marij was getrouwd met Mr. Louis Broekhuijsen. Zij woonde hier maar kort, want ze vond dat ze het gezin van haar dochter niet tot last kon zijn. Vluchten of onderduiken was voor haar geen optie. Zij besloot naar een ‘huis voor ouden van dagen te gaan’. Dit werd het St. Antonius gesticht op de Leur. Hier heeft zij korte tijd gewoond. Op 20 januari 1943 besloot zij uit het leven te stappen. Zij overleed aan een overdosis medicijnen.

Zo hoefde ze niet ook nog het tragische lot van haar kleindochters mee te maken. Rosemarie (7 jaar) en Frieda (4 jaar) van de Bergh verbleven in het kindertehuis voor bleekneusjes De Viersprong in Driebergen. Op 6 januari 1944 haalden de Duitsers alle Joodse kinderen die in dit tehuis verbleven, op. In totaal vijftien jonge kinderen werden via Amsterdam en Westerbork op transport gezet naar Auschwitz, waar ze op 11 februari 1944 om het leven werden gebracht.

In 1948 kwam de woning aan de Baronielaan 2, die door de Duitsers in beslag was genomen, weer als eigendom in de familie terug.

Bronnen

Website Joodsmonument (opent in een nieuw tabblad), geraadpleegd 31 augustus 2019
Stadsarchief Breda, West-Brabants Archief en het Regionaal Archief Tilburg

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.