Het was eind 1969 (net 17 jaar geworden), een enerverende en bewogen periode. Werkelijk álles was nieuw en spannend; alle muziek werd - na de periode van Rock and Roll - anders en er was opeens sprake van hippies en 'flower power'.

Voor een puber uit een groot Rooms-Katholiek gezin was het werkelijk overweldigend allemaal. Ik had sinds ruim een jaar een eigen brommer, die ik zelf had gespaard met een krantenwijk en natuurlijk was dat een Tomos met zweefzadel en verhoogd stuur, want de Easy Riders waren vet cool!
In november van dat jaar besloot ik samen met enkele vrienden een commune op te richten, om aldaar los van ouderlijk gezag en gezeur in vrijheid te leven.
En in een oud vervallen pand dat we voor een schijntje mochten huren werd 'Aquamunda' geboren.
Hierover valt een geheel eigen verhaal te vertellen, maar dat komt misschien een volgende keer nog eens aan de orde.
Het was daar gedurende ruim 2 jaar in ieder geval een geweldige periode, die zijn weerga niet kent!
In Aquamunda kwamen veel jongeren langs, vanuit heel Nederland en half Europa, soms om te spijbelen, soms om te logeren voor een paar dagen en soms gewoon om even te verblijven, een jointje te roken en naar onze muziek te luisteren. Die muziek was dan onder andere van Pink Floyd, Spooky Tooth, The Rolling Stones, The Doors, John Mayall, Iron Butterfly en nog veel meer uit dit genre.
Zelfs Herman Brood, toen pianist bij Cuby and the Blizzards, is een nacht langs geweest!

Op 15 maart 1970 kwam er ’s avonds een meisje langs, dat van huis was weggelopen in verband met grote moeilijkheden met haar ouders.
En jawel: het was liefde op het eerste gezicht; we waren op slag dol op elkaar.
Zij wilde het liefst ver weg van haar ouders en familie, en hoewel wij toen eigenlijk uitsluitend liftten om ergens te komen, besloten we per bromfiets (!) naar 's-Hertogenbosch te vertrekken.
Let wel, er was toen geen internet, geen mobiele telefoon, geen navigatie en geen WhatsApp en zo. Alleen ANWB-wegwijzers en fietspaden.
Dat we naar Den Bosch gingen kwam door een aanbeveling van een meisje dat bij ons verbleef en dat zelf een tijdje van huis was weggelopen. Zij had daar toen een paar weken in een commune gewoond, wat haar goed was bevallen.

De naam van deze commune was Air Force en om er te komen moesten we maar naar het Theatercafé gaan en vragen naar Rinus Elemans. Dat café zat vlak bij de Sint Jan en was niet moeilijk te vinden. Het was een alternatief gebeuren daar: veel hippie-achtige types, er werd geblowd en er hingen conservenblikken aan het plafond! Wij voelden ons daar meteen thuis, je kon er jezelf zijn en alles verliep losjes. Ook was Rinus Elemans snel gevonden, want vrijwel iedereen die je maar vroeg kende hem! Hij was de 'leider' van Air Force en bleek een vriendelijke, innemende en behulpzame jongen te zijn.
Wij waren meer dan welkom in Air Force, en met onze slaapzakken gingen we lopend, met de Tomos aan de hand naar In den Boerenmouw. Daar was een soort binnenplaats met een aantal garageboxen, waarvan Rinus samen met een aantal vrienden er een had gekraakt en er Air Force in had gevestigd. Het was een reuze gezellig en redelijk goed ingericht geheel; langs de wanden waren matrassen gelegd en verder waren er wat basisbehoeften.
Hier hebben we het een aantal weken gezellig uitgehouden en heel veel lieve en behulpzame Bosschenaren ontmoet. Het ging er net als in Aquamunda aan toe: Alles kon, alles mocht en er kwamen veel jongeren vanuit alle windstreken op bezoek, soms voor enkele dagen, soms voor een uurtje of wat en enkelen voor een paar weekjes. Soms kwam er ’s nachts politie om met een zaklamp te speuren naar 'weggelopen' meisjes!

Eten kregen we veelal van scholieren, die een verblijf niet aandurfden, maar onze levensstijl wél erg spannend en interessant vonden. Bij sommigen mochten we zelfs af en toe thuis even opfrissen en wassen. Ook had een van de garageboxen een buitenkraan, waar we ook gretig gebruik van maakten. En we zaten heel veel in het roemruchte Theatercafé, waar je goedkoop iets kon drinken (en roken) en waar je naar het toilet kon.
We deden soms ook ergens een klusje, waarvoor we dan een paar gulden kregen. Daarmee gingen we meestal naar de V&D (aan de Schapenmarkt?) die onder in het souterrain een grote supermarkt had. En het moet gezegd: af en toe werd er ook een gedeelte 'proletarisch' gewinkeld natuurlijk. (Waar ik nu niet meer trots op ben).
Het leven in Air Force was nog nooit zo goed geweest qua eten en drinken als in die paar weken dat mijn vriendin en ik er waren!

Maar daar kwam tegen Pinksteren van dat jaar abrupt een einde aan, toen mijn vriendin werd gesnapt met een pakje rookkaas dat ze was vergeten te betalen. En omdat zij 'op de telex stond' als gezocht persoon, was het einde verhaal. Zij moest mee naar de Hermandad en werd door de marechaussee per VW-bus naar huis teruggebracht. En omdat wij 'samen uit samen thuis' waren ging ik mee natuurlijk.
De Tomos bleef achter en die heb ik later dat jaar per bezorgdienst naar huis laten brengen. Maar omdat toch niet álle Bosschenaren even goed en aardig bleken te zijn, kon ik die alleen nog voor wat onderdelen gebruiken!
Maar goed, mijn vriendin was weer thuis en werkte de eerste weken aan het herstel van de relatie met haar ouders. Voor mij was er weer Aquamunda, een avontuur rijker en later die maand nog Popfestival Kralingen.
Wij zijn in maart 1974 getrouwd, met ’s-Hertogenbosch voorgoed in ons hart en met een goede herinnering aan de Bosschenaren!
Weet u zelf iets over Air Force of kent u Rinus Elemans?
Of wilt u meer weten over Aquamunda?
Reageer dan hieronder en het BHIC legt achter de schermen contact.

