Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Op de feestdag van Allerheiligen 2013 is het appartementencomplex aan de Vicaris van Alphenstraat voorzien van een officiële naam nl. "Vicaris". Het bestuur heeft die keuze gemaakt uit enige ingezonden benamingen door Schijndelse inwoners. Zo zal de locatie aan de aloude Drietip, waar eens o.a. gemeenschapshuis d’n Herd en café Peer Wouters gevestigd waren, de historie in gaan.
Het is in dit verband verheugend dat waar het monumenten betreft, landschappelijke ontwikkelingen, kerkgeschiedenis, archeologie, historische veld- en huisnamen, zitbanken en veldpoorten in het buitengebied e.d. de advisering vanuit de heemkundekring zeer op prijs wordt gesteld. De kring is immers een organisatie die geheel ten dienste staat van de bevolking, de historie van het dorp onderzoekt, erover publiceert en de geschiedenis heel graag dicht bij de mensen brengt.
De laatste jaren is de interesse voor de dorpsgeschiedenis duidelijk groeiende. Dat is niet alleen in Schijndel zo, maar in heel Brabant zet zich die trend uitdrukkelijk door, sterk gestimuleerd vanuit de 127 heemkundekringen die onder de vlag van Brabants Heem hun verdienstelijk en zinvol werk doen! In heel Nederland zijn niet zoveel historische kringen als in Brabant. De recente en verre historie begint ons steeds meer te interesseren en dat is een fascinerende ontwikkeling!

De achtergrond van de keuze "Vicaris"
Een vicaris of vicarius is een plaatsvervanger. Wat is er nl. aan de hand geweest in het verleden. De stichting in 1331 van de zelfstandige Schijndelse Servatiusparochie ligt nu al bijna zeven eeuwen achter ons. Voor die tijd maakte het nog kleine dorp Schijndel deel uit van het kerkelijk gebied dat hoorde onder de Servatiusparochie Dinther waarvan de toenmalige parochiekerk de zgn. moederkerk van Schijndel geweest is. Schijndel had overigens al wel een eigen lokaal kerkje, vermoedelijk een houten voorganger, waarvan de fundamenten wel eens onder het huidige priesterkoor zouden kunnen liggen, zoals dat op veel Brabantse plaatsen het geval is. Rond de grote verbouwing van de huidige Servatiuskerk in 1838/1839, waarbij dat priesterkoor naar achteren toe is uitgebreid, is overigens in het parochiearchief geen melding gemaakt van fundamenten van een vroege voorganger.
De oudste documentatie van de moederkerk gaat terug tot 1139 waarin Dinther staat vermeld in een heel oud charter van het Servaaskapittel van Maastricht, dat in het Brabantse in totaal zeven Servatiuskerken heeft laten stichten.
Dat Schijndel een kerk bezat en haar eigen kerkelijk territorium had middels afgebakende parochiegrenzen kwam in 1305 helder aan het licht toen de dienstdoende pastoors van Schijndel en Berlicum een uitgesproken meningsverschil hadden over de juiste parochiegrenzen. Arbiters van het Servaaskapittel hebben die onenigheid uit de wereld kunnen helpen.
De groei van de Schijndelse bevolking moet er de oorzaak van geweest zijn dat men aanstuurde op een zelfstandige parochie en vanaf dat moment wordt de kerkhistorische term 'vicaris' geïntroduceerd. De eerste vicaris was Leonius van Erp, die ook in die akte van 1331 wordt genoemd. Mogelijk was hij al in dienst van de parochie vóór 1331 en is in dat jaar de eerste officiële vicaris geworden en de ‘pastoor op afstand’ moet een zekere Gherlacus geweest zijn, van wie weinig informatie bekend is.
Het Servaaskapittel benoemde dus in wezen twee pastoors nl. een pastoor op afstand die aardig wat inkomsten trok uit de parochie, maar tegelijkertijd ook geldschieter kon zijn voor reparaties aan de kerk of zelfs voor nieuwbouw, aanschaf van allerlei ornamenten etc. Zo’n pastoor kon verblijven in België of Frankrijk of elders en kwam dus hoogst zelden in Schijndel om zich te laten informeren over de kerkelijke gang van zaken hier ter plaatse.
Naast hem benoemde het Servaaskapittel een zgn. vicarius perpetuus of anders gezegd een eeuwigdurende vervanger, die het vicariaat of de vicarie van Schijndel bemande en geheel verantwoordelijk was voor de plaatselijke zielzorg, dus een pastoor in de directe nabijheid van de parochianen.
Vanaf 1545 ligt de benoeming en aanstelling van de dienstdoende pastoor in handen van de heren doctoren van de Theologische Faculteit te Leuven. De grote klok in de toren, gegoten in 1741, herinnert ons nu nog steeds aan Leuven. Bovendien is hun naam verbonden aan de uit 1757 daterende tiendkaart, de oudste historische kaart of ‘caerte figuratif’ van het hele grondgebied van Schijndel getekend door landmeter J.F.van de Weijer uit Boxtel.
In eerste instantie is aan het bestuur van het appartementencomplex de benaming "Vicarie" in overweging gegeven, omdat de Schijndelse archieven vol staan van betalingen, schenkingen en legaten aan de vicarie, maar uiteindelijk is gekozen voor "Vicaris". Prima…….het verwijst naar de middeleeuwse kerkhistorie van Schijndel en is in mijn ogen een zeer verantwoorde naamgeving voor dit complex. Het is op zich niet zo onlogisch dat ook de straatnamencommissie van Schijndel destijds de straatnamen Vicaris Aertsweg [1941] en Vicaris van Alphenstraat [1937] heeft bedacht, want beide vicarissen zijn destijds resp. van 1763-1787 en van 1787-1831 pastoor geweest van de Servatiusparochie, die toen nog de oerparochie was, later is opgesplitst in vier parochies en nu weer, sinds de sluiting van drie van de vier kerken, terug is bij de middeleeuwse structuur, zij het dat die structuur in een iets ander jasje is gestoken.
Bronnen:
- L.H.C.Schutjes in: Geschiedenis van het bisdom van ’s-Hertogenbosch [1872] deel V p.634 e.v.
- Henk van den Brand in: Straatnamen Schijndel [alfabetisch overzicht in historisch perspectief] een uitgave uit 2012
Oorspronkelijke publicatiedatum: mei 2014 (nr. 61)
