Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Pestziekte en pestheiligen
Voor ons is de pest eigenlijk een totaal onbekende ziekte, omdat we niemand meer tegenkomen die er aan lijdt. Het ziektebeeld kunnen we ons nauwelijks voor de geest halen. In alledaagse uitdrukkingen van ’ik heb ergens de pest aan’ of ‘krijg toch de pest, man’ of andersoortige verwensingen herkennen we het nog enigszins. De oudste vermelding die we kennen dateert uit 1316, toen een pestepidemie uitbrak in het hertogdom Brabant. Als we ons realiseren dat bv. tussen 1347 en 1351 zowat een derde van de toenmalige Europese bevolking is omgekomen aan deze venijnige ziekte is gestorven, dan kunnen we ons voorstellen dat deze besmetting een waar schrikbeeld geweest moet zijn. Hij werd ook wel ‘de zwarte dood’ genoemd. In een van de in de kerk uitgesproken litanieën werd gebeden ‘van pest, hongersnood en oorlog… verlos ons Heer'.

De lijders aan de pest hadden verzorging nodig, ook al was er voor de verzorgers zelf best een groot risico aan verbonden. Men beschouwde het gewoon als een menselijke plicht, gezien vanuit de deugd der naastenliefde. Nadat iemand aan de pest was gestorven moest diens huis ontsmet worden. Het huis werd helemaal geschrobd door zgn. ‘schrobbers’. Ook in de Schijndelse archieven komen we natuurlijk vermeldingen over de pestziekte tegen. Zo stierven tussen juni en september 1558 maar liefst 470 mensen, bijna een derde van de Schijndelse bevolking op dat moment. In 1636 zou Schijndel, geplunderd en beroofd door de Staatse treoepen van Frederik Hendrik er zeer gehavend bij gelegen hebben, belast met zware schulden en tot overmaat van ramp brak toen ook nog eens de pest uit. Toen schijnen er nog veel meer inwoners gestorven te zijn dan in 1558. Een van de slachtoffers was de bekende pastoor Andreas van den Bogaard of Andreas Bogardus. Ook in de 18e eeuw breken af en toe nog epidemieën uit zoals bv. in 1720, waarom men vanuit ’s-Hertogenbosch twee doktoren naar Schijndel stuurde.
De heilige Rochus
Als men de heiligenkalender raadpleegt dan zijn er diverse heiligen, die worden aangeroepen tijdens een pestepidemie. Een zeer bekende is ‘Antonius met het varken’, een Egyptische kluizenaar die rond 250 n.Chr. heeft geleefd. De vele kleinere Antoniuskapellen herinneren aan hem zoals bv. destijds onder Eerde, in het Hermalen en we kennen de Antoniuskapel in Wijbosch, die al in 1428 in een akte wordt vermeld, maar misschien al veel langer bestond. Verder noemt men als pestheiligen Sebatianus, Martinus, Silvester, Nicasius, Bernardus en tenslotte de heilige Rochus. Bij deze laatste staan we even wat langer stil. Ons hopveld aan ‘het Voorste Puthorstje’ dat zo zorgvuldig wordt bewerkt door Martien van Veghel, Jo Brouwers en de leerlingen van het Elde, krijgt steeds meer bekendheid in de regio. Het wordt langzaam maar zeker een toeristische trekpleister. Dat is de reden waarom we lange tijd hebben gezocht naar een beeldje van deze heilige Rochus…..en jawel hoor…pastoor Verhoeven van het Wijbosch hielp ons uit de brand en haalde, weliswaar niet uit een archief, maar van de zolder een licht beschadigd Rochusbeeldje. Hiermee willen we een stukje Schijndelse historie gaan schrijven door, althans dat is het voorstel binnen de werkgroep ‘Schijndels landschap’, een prachtig hekwerk te plaatsen bij het hopveld met de perceelsnaam ‘het Voorste Puthortje’ erop en dan een klein stenen pilaartje optrekken met een bescheiden nis, waarin het beeldje van Rochus geplaatst zou kunnen worden, de pestheilige, die tevens gezien wordt als een ‘hopheilige’ getuige het onderstaand gedicht:
Sint Rochus die de pest geneest
In steê en dorp, van mens en beest
Weer het zwart der hoppeblaren,
Breng de stormen tot bedaren,
Jaag de hoppeduvel voort,
Die der bellen bloei verstoort….
En maak ons zielen rijp en schoon
Gelijk de hop, voor ‘sHeren woon !
Zorg voor zware hoppebellen,
Laat de duivel ons niet kwellen !
Als we de hopoogsten op ons hopveld zien, dan verdient Rochus zeker wel een plekje bij de ingang! We rekenen op politieke goedkeuring van dit bescheiden plannetje.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 12 oktober 2006 (nr. 2), illustratie via Rijksstudio.
