Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Driessen als paardenhandelaar
Het nieuws over de dubbelmoord in Wijbosch is als een lopend vuurtje rondgegaan. Tot in Eersel en Steensel wordt het rondgebazuind en ook uit die hoek komen twee getuigenverklaringen bij justitie binnen. Daarin wordt bevestigd dat Driessen inderdaad in paarden handelt.
De dag van de moord is hij gevlucht en daags daarna, op de 29e januari, meldt hij zich bij de 42-jarige Mathijs Hagelaars en de 20-jarige Cornelis Coolbonders, beiden woonachtig te Steensel. Die weten overigens nog van niets. Het is op de voormiddag dat hij Mathijs ziet werken op een van zijn akkers en vraagt hem de kortste weg naar Eersel, want hij zou daar nog een paard moeten kopen en loopt haastig verder.
Na de middag rond de klok van 2 uur klopt hij aan bij Luijcas Schellens en Elisabet Rombouts. In hun verklaring omschrijft dit echtpaar hem als ‘een persoon van cort statuer aen hebbende een blauwe trijpe camisool daer over hebbende een blauwe linne kiel’. Bij binnenkomst stelt hij zich voor als de zwager van een zekere Francis Smolders uit Steensel en verhaalt hoe hij op de secretarie van Eersel is geweest vanwege de aankoop van een paard, nl. een zwarte merrie waarvoor hij 24 gulden heeft betaald in Zeeuwse rijksdaalders en andere zilveren munten.
Het is de getuigen opgevallen dat hij een rode reiszak bij zich droeg met het nodige geld. Hij maakt Luijcas en Elisabet duidelijk dat hij nog wel meer paarden wil kopen buiten dat ene dat hij in Steensel heeft gekocht. Hun verhaal wordt opgetekend op de Eerselse secretarie ten overstaan van president-schepen Antoni Aerts en schepen Gijsbert Merkelbag en ondertekend door secretaris Gijsbert van Beverwijk, een broer van de Schijndelse secretaris uit die dagen.
De nacht van 29 op 30 januari brengt hij door in het huis van de moeder van Cornelis Coolbonders, die hem een bed heeft aangeboden. Eenmaal wakker gaat hij ’s morgens om 9 uur al weer op weg en koopt hij een hengst waarvoor hij verschillende muntstukken overhandigt aan de verkoper o.a. Zeeuwse rijksdaalders, Luikse pattacons en wat kleinere zilveren munten. Volgens de getuigenverklaring is hij met merrie en hengst richting Uden vertrokken.
Het decreet tot arrestatie
De schepenen van ’s-Hertogenbosch vaardigen, in naam van de Hoogedele Welgeboren Gestrenge Heer Rheynhard Bernhard Rutger Graaf van Rechteren vrijheer van Grambergen als hoog- en laagschout van stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, op 30 januari 1765 een decreet uit dat moet leiden tot de aanhouding [ook wel aangeduid met termen als apprehensie of arrestatie] om hem op te sluiten en voor zijn wandaden te berechten en de executie uit te voeren die bij dit soort misdaden gebruikelijk is. Hij wordt inderdaad in Uden in de boeien geslagen, in eerste instantie overgebracht naar Ravenstein en later naar de Gevangenpoort te ’s-Hertogenbosch, ook bekend als de Leuvense Poort in de Hinthamerstraat.
Nadat alle getuigenverklaringen uit de diverse dorpen zijn verzameld en nader bestudeerd wordt een aanklacht tegen Martinus Driessen opgesteld van maar liefst 193 artikelen. Daarop kan hij commentaar geven. Aangezien in alle getuigenverklaringen al heel veel details zijn opgenomen, is het niet zo zinvol alle artikelen te beschrijven. Gekozen is voor een uittreksel waarin nog nieuw feitenmateriaal aan het daglicht is gekomen.
Zo lezen we dat hij op 22 januari een bezoek heeft gebracht aan herberg de Doornboom onder Wijbosch die gerund wordt door een zekere Jan Smits [art.22]. Bij zijn oude baas in Eindhoven Peter Aengevaeren heeft hij heel kort gelogeerd en er in een winkel in de Vrijstraat aldaar een hoeveelheid ‘snuif’ gekocht [art.41]. Over het bewuste flesje zegt hij zelf dat de drank niet witachtig was maar gewoon pure ‘lavas’, gekocht in Boxtel in een winkel tussen het Marktveld en de Steenweg. De drank, een halve pint lavas volgens hem, heeft hij gekocht in een drankzaak waar alleen maar sterke drank te koop was en het witte borrelflesje was met een koperen schroefdopje afgesloten [art.53]. Overigens ontkent hij dat hij dat flesje met die ‘vergiftige drank’ later in zijn eigen huis in Uden heeft opgeborgen nl. in zijn eigen werkkamer [art.68].
Men heeft bij hem tijdens de verhoren wel de nodige vrees en angst geconstateerd en hij geeft toe dat de wroeging over de begane moordpartij hem wel parten speelt en ook de beklemmende gedachte dat justitie hem op de hielen zat [art.174]. Vanuit Steensel is hij met zijn beide gekochte paarden samen met Cornelis Coolbonders terug naar Uden gereden, heeft de paarden naar zijn eigen huis laten brengen, zich verder niet thuis gemeld, maar heeft de nacht van 30 op 31 januari in een vreemd huis doorgebracht, in de veronderstelling dat de dienaren der justitie hem daar niet zouden gaan zoeken. Hij heeft er met zijn kleren aan op bed gelegen, behalve zijn kousen en schoenen, want die heeft hij uitgetrokken [art.188].
Maar….al is de leugen nog zo snel…….de waarheid achterhaalt haar wel. Midden in de nacht wordt aan zijn vreemd logeeradres stevig op de deur geklopt, waarop hij zich ijlings uit de voeten heeft gemaakt. Aanvankelijk houdt hij zich schuil in een ander vertrek, schiet vervolgens in het nachtelijk donker onopgemerkt de stal of de schuur in en verstopt zich tussen het hooi. De vorster van Uden, heeft hem daar uiteindelijk gearresteerd [art.191 en 192]. Hij wordt in de boeien geslagen. Zijn reiszak, die aanvankelijk verstopt was nabij de varkenskooi achter zijn eigen huis en later wordt overgedragen door de prior van de Kruisheren, blijkt nog gevuld met behoorlijk wat ‘gestolen’ geldstukken.
De detentieperiode
Uit de aan het dossier toegevoegde rekeningen zijn enige saillante details te halen die enig inzicht bieden t.a.v. zijn verblijf te Ravenstein en op de Leuvense Poort. De uiteindelijke arrestatie hebben we te danken aan de scherpe speurzin van de vorster van Uden te weten A. van den Broek geassisteerd door die van Schaijk genaamd Mathias de Groot. Met zijn arrestatie is in ieder geval aardig wat volk gemoeid geweest, denk maar aan de drost van Ravenstein de Louwere met zijn knecht, de schout met een knecht, de fiscaal, de landschrijver, de gerechtsboden of vorsters van resp. Uden en Schaijk, dienaars en bewakers en ten slotte de nodige voerlieden met hun paarden en wagens. Voor hen zijn de nodige verteringen en overnachtingen in rekening gebracht.
Bovendien blijkt uit de fragmenten van de rekeningen dat diverse keren een geestelijke op bezoek is geweest in de gevangenis in de persoon van een of andere deken waarvan overigens de naam niet genoemd wordt en omdat Martinus Driessen zijn beide handen had verwond is ’n keer of vijf chirurgijn Wyenbergh bij hem toegelaten om de wonden te verbinden. Volgens een der rekeningen moet de arrestant ca. 31 dagen in gevangenschap hebben doorgebracht in Ravenstein, dag en nacht onder bewaking van enige dienaren, die hun werk bij kaarslicht hebben gedaan, want er is in totaal 11 pond kaarsen opgebrand. Van de Bossche situatie zijn geen rekeningen aangetroffen in het dossier en ook niets over de executiekosten. De datum van de terechtstelling zou rond 16 maart gelegen hebben.
Verklarende termen
Apprehensie = afgeleid van het ww. apprehenderen = arresteren, aanhouden
Pattacon = zilveren munt uit de Zuidelijke Nederlanden ter waarde van 48 stuivers geslagen sedert 1612
Gerechtsbode = in de volksmond de vorster van het dorp vergelijkbaar met de latere veldwachter
Bossche gevangenpoort = een van de stadspoorten bekend als de Leuvense Poort in 1202 door de stad Leuven gebouwd; na de 1e stadsuitbreiding is het een binnenpoort geworden en sindsdien in gebruik als gevangenpoort; op verzoek van Napoleon is deze poort in 1813 afgebroken
Landschrijver = de secretaris voor het gehele land van Ravestein, die praktisch alle schriftelijke stukken produceerde en aanwezig was bij alle officiële handelingen van het bestuur
Schout = synoniem van scholtis nl. de rechtstreekse vervanger van de Heer van Ravenstein
[Bronnen: BHIC, archief van de landdrost van Ravenstein, toegangsnr. 825 inventarisnr. 156; Ton Wetzer, Bossche Encyclopedie afd. gebouwen; met dank aan Antoon Vissers uit Deurne die het dossier tijdens zijn archiefwerk op het spoor kwam]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 12 april 2012 (nr. 47d)
Illustratie via Rijksstudio.
