Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Ter inleiding
De rijke verzameling schepenprotocollen uit het oud archief van vóór 1811 biedt legio mogelijkheden om voor de komende periode een serie historische nieuwtjes samen te stellen. We baseren ons dan in eerste instantie op alle zgn. getuigenverklaringen en interrogaties [= ondervragingen] over allerlei gebeurtenissen van uiteenlopende aard en lengte. Gelet op wat we in deze moderne tijd allemaal meemaken zal iedere lezer tot de conclusie komen dat er in wezen niets nieuws onder de zon is, alleen de omstandigheden waren anders.
De Boxtelse secretaris
De 27e juli 1737 is door de toenmalige secretaris van Schijndel Petrus Zeijlmans een akte in het schepenprotocol afgeschreven over een onbekende juffrouw die in gezelschap was van de secretaris van Boxtel Daniel Jannette, zoals bleek uit het getuigenis van enkele inwoners van Schijndel. Op verzoek van Jannette waren immers opgeroepen als 1e Francois van der Eerden [32] de herbergier in de Keulse Kar op de hoek Groeneweg/Hoofdstraat, als 2e Jennemie de vrouw van Francois [32], Jan Huijberts van der Heijden knecht in dienst van Francois [28], Elisabeth van Nistelrooij de meid [25] van en Hendrina Jansen van Gerwen de meid [16], de twee laatsten misschien wel als serveersters in dienst van de herbergier. Ze waren er getuigen van dat op de 13e mei van dat jaar laat op de avond de Heer Daniel Jannette in een sjees zich meldde bij de Keulse Kar in gezelschap van een onbekende dame, het paard uitgespannen werd en ze begaven zich naar de keuken van de herberg en later naar een aparte kamer.
Een lekker glaasje wijn
Goed en wel genesteld bestelde Jannette de nodige wijn. De een beetje nieuwsgierige deponenten hadden het stel vermoedelijk goed gadegeslagen, want zulke deftige gasten kwamen niet dagelijks over de vloer bij Van der Eerden. De bewoners wisten tijdens de ‘hoorzitting’ al te vertellen dat de dame en de heer samen wijn hadden zitten drinken alhoewel Jannette zijn vrouwelijke collega daartoe niet gedwongen zou hebben of geforceerd had om haar tot het drinken van wijn aan te zetten. Ze had het dus puur op vrijwillige basis gedaan. Op een bepaald moment stelde de juffrouw aan Daniel voor om toch maar naar huis te rijden, waarop hij niet acuut “Ja” zei, maar stelde haar voor daarmee nog even te wachten. Vervolgens wendde Daniel zich tot Jan van der Heijden en vroeg hem of hij bereid was hem als ze wilden vertrekken richting Boxtel te begeleiden. Bovendien wilde hij graag nog even te Middelrode langs bij een zekere Godschalk zonder daar de juffrouw over te informeren. Jan was genegen op alle verzoeken in te gaan. Uiteindelijk, bij het krieken van de dag vertrok het hele gezelschap en werd gekozen voor de route Middelrode, Gemonde en van daar naar Boxtel. Jannette betaalde hem overigens keurig voor alle assistentie die hij had verleend.
Het oordeel van derden
In het 11e artikel van de interrogatie of ondervraging wilde de vragensteller, die wat suggestief te werk ging, graag weten of men iets onbehoorlijks had geconstateerd in de relatie tussen de dame en de heer. Drie van de deponenten bekenden eerlijk ‘geen onbehoorlijkheden van zowel spreken als behandeling’ gezien te hebben. Eén der deponenten hield er een andere mening op na, want volgens hem zou Jannette nl. in de late avond of nacht de reep, rok of japon van de juffrouw over haar hoofd hebben gehangen tegen de kou en zijn hoed op haar hoofd gezet hebben. Een andere deponent voegde er aan toe gezien te hebben dat Jannette haar kuste toen ze de Keulse Kar waren binnengetreden. Voorts vuurde de ondervrager een volgende suggestieve vraag af of nl. iemand van hen gezien had dat Daniel haar had aangeraakt in onbehoorlijke manieren en behandeling, wat absoluut tegen de eer en reputatie zou strekken. Alle getuigen waren eensgezind in hun oordeel en verklaarden niets gezien of gehoord te hebben in deze geest.
Aan het einde van het verhoor werd hun verklaring nog ’n keer van A tot Z voorgelezen en ze konden met de definitieve tekst akkoord gaan en legden hierop ten overstaan van de Heer Gisbertus de Jong de eed af. Het verhoor werd afgesloten met “Soo waarlijk helpe mij God almachtig”.
[Bron: BHIC toegang 5122 Algemeen schepenprotocol van Schijndel inv.nr.154 scans 382 t/m 386]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 20 oktober 2016 (nr. 91)
