Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Maar zelden maak je mee dat bij een ondervraging van getuigen zoveel personen aantreden. Het blijken allen potentiële erfgenamen te zijn van een zekere Marijken, de vrouw van Daniel Claes Daniels van der Aa, die is getroffen door de besmettelijke ziekte de pest, ook wel ‘de zwarte dood’ genoemd en ziek op bed ligt.
Bij de schepenen melden zich achtereenvolgens pastoor Andries Jacops van den Bogaard, de 60-jarige mr. Pieter Mathijssen van Merhoudt [vgl. Meerhout], de 50-jarige Claes Claes Daniels, Lambert Wouter Lamberts [44], Adriaen Reijnder Claessen man van Agatha dochter van Jan Peter Glavimans, Jan Willems man van Elisabeth een zus van Agatha, Gijsbert Mathijs Willems man van Marijken dochter van genoemde Jan Willems, Roeloff Peeters uit Geffen man van Marijken dochter van Jan Henricx de Wit, deze De Wit zelf als man van Geertruijt ook een zus van Agatha.
Rond de 26e of 27e maart, de juiste dag is hen ontschoten zo ze verklaren, gaat de pastoor met het hele gezelschap het huis binnen van de familie Van der Aa. Men heeft hem verzocht de sacramenten der zieken aan Marijken toe te dienen, die in een kamertje haar stervensuur voelt naderen. In akten uit de 17e eeuw zie je dan heel vaak staan, voor het toedienen van het H.Oliesel, dat de dienstdoende pastoor is….‘administrerende haire kerkrechten’. Hij vervult zijn pastorale plichten en in een gesprek met Marijken laat zij weten dat het haar uiterste wil is, dat al haar goederen na haar overlijden in eigendom blijven van haar man Daniel en als die sterft vallen ze ten deel aan haar gerechte erfgenamen. En zo geschiedde!
In onze regio zijn heel wat pestjaren bekend uit de historie. Voor de Meierij kennen we uit de 15e eeuw het pestjaar 1438. Uitbraken in de 16e eeuw zijn de jaren 1531, 1554, 1557 en 1570 en voor de 17e eeuw zijn bekend uit de archieven 1616, 1623, 1627, 1630, 1635 en 1664. Die getallen geven wel aan dat het in het verleden menens is geweest met epidemieën. Je moest dan als dorp voorzorgsmaatregelen nemen om de pest buiten de deur te houden, maar dat lukte natuurlijk nooit helemaal. Door handelsverkeer, binnentrekkende regimenten ruiters en voetsoldaten e.d. lag de besmetting immers voortdurend op de loer.
Wat de pest in Schijndel betreft….soms had men ook hier te maken met een ware epidemie zoals bv. in 1558 toen er tussen juni en september 470 Schijndelse inwoners stierven aan die besmetting. Een ander bekend epidemisch jaar is 1636 geweest, het jaar waarin bovengenoemde pastoor Andries van den Bogaard zelf slachtoffer werd. Ook 1721 schijnt zo’n jaar geweest te zijn, want in de oude archieven staat iets geschreven over een lijst van personen ‘die besogt sijn geweest met de ongewone siekte’. Was iemand door de pest komen te overlijden dan moest diens huis ontsmet worden en daarvoor huurde men dan ‘schrobbers’ in zoals ze genoemd werden.
Het is de overheid altijd ernst. Illustratief is een besluit van de raad en rentmeester generaal der domeinen die alle dorpen in de Meierij het volgende bekend maakt op 8 december 1746:
“Missive van de raad en rentmeester generaal der domeinen De Schmeling met een bericht over een besmettelijke ziekte die is uitgebroken in Geldrop onder kwartier Peelland en advies aan de plaatselijke regenten om hem meteen te informeren als zich ergens een besmettelijke ziekte openbaart, met overlevering van een specifieke lijst van het getal der personen, de staat der gezinnen van de noodlijdenden en het tijdstip waarop de ziekte is ontdekt, zodat hij provisioneel voorzieningen kan treffen”.
Gerenommeerde ‘medicine doctoren’ of ‘chirurgijns’ werden dan vanuit ’s-Hertogenbosch of elders naar de streek gestuurd waar de besmetting was uitgebroken om de mensen met raad en daad bij te staan en na hun visitatie verslag uit te brengen aan de hoogschout van ’s-Hertogenbosch en aan de rentmeester generaal der domeinen.
verklaring van termen:
Zwarte Dood = een andere benaming voor de pest omdat de slachtoffers bedekt raakten met donkerkleurige plekken op de huid; drie vormen van de ‘zwarte dood’ zijn de builenpest, longpest en bloedpest.
Schrobbers = zijn degenen die worden ingehuurd om de huizen van pestlijders helemaal te ontsmetten door alles van voor tot achter schoon te schrobben; tijdens en na epidemieën bleek het soms een gigantisch probleem om aan voldoende schrobbers te kunnen komen.
[Bronnen: BHIC 5122 schepenbankarchief Schijndel inv.nr.88 folio 28 verso opgetekend in 1631; BHIC 8 archief van de leen- en tolkamer inv.nr.59; wikipedia: trefwoord ‘zwarte dood’; Wiro Heesters in: Schijndel Historische Verkenningen p.78]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 21 april 2011 (nr. 39)
Illustratie via Rijksstudio.
