Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Historische Nieuwtjes: De Schijndelse hopcultuur

Historische Nieuwtjes: De Schijndelse hopcultuur

Henk Beijers

8 juli 2024

Bijgewerkt op 10 oktober 2024

Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.

Hopcultuur in Schijndel

Mensen die zich verdiepen in de historie van een dorp zijn altijd blij met elk klein onbekend detail dat in de archieven opduikt. Het roept een gevoel op van…..alweer een stukje geschiedenis boven water gehaald. Het is een beetje hetzelfde gevoel als dat van de archeologen die belangrijke vondsten doen in het bodemarchief. Het draagt bij aan de kennis van hoe onze voorouders gewoond en gewerkt hebben binnen de Schijndelse gemeenschap. Heemkundigen zijn er zich overigens van bewust dat lang niet iedereen dat gevoel met hen deelt. Dat weerhoudt hen er niet van stug door te gaan met geschiedschrijving. Wie echt interesse heeft leest het en wie het verleden ‘maar onzin’ vindt legt het naast zich neer.

Hop
Een hopbel, in het Beierse Hallertau (bron: Wikimedia Commons).

We duiken, op zoek naar die kleine historische details, nog ’n keer verder in ons heemkamerarchief met name de archiefcollectie die Jet Geerkens aan ons heeft geschonken. Daarin krijgen we enig idee van hoe het stond met de hopcultuur in de Beemd aan het einde van de 18e eeuw. De hopcultuur was voor de landbouwers van toen een soort bijverdienste, zeker geen hoofdbestanddeel binnen het landbouwbedrijf. In 2003 hebben we met onze heemkundekring een oud hopveld bloot gelegd vooraan op de Steeg tegenover het inmiddels verdwenen waterzuiveringsstation. Het heeft ons enig inzicht gegeven in de opbouw van dergelijke hopvelden.

Dat er in de Beemd veel meer hopvelden lagen bewijst het archiefstuk uit de collectie van Jet Geerkens. Het is een ongedateerd stuk, maar gezien het handschrift is het te plaatsen in de 2e helft van de 18e eeuw. Het is een soort specificatie van de hopteelt in de 23e klamp genaamd De Beemd. Daarin wordt een lijst gepresenteerd van een groep landbouwers die in dat gebied een serie hopkuilen hebben liggen. Genoemd worden, in de schrijfwijze van toen zoals de secretaris, diens klerk of de verantwoordelijke voor het optekenen van dit soort lijsten meende de persoonsnamen te moeten schrijven:

Naam van de hopteler

Hopkuilen

Derik van Limdt

350

Gert van den Oetelaer

113

Adriaen van der Velde

230

Gert Hendrik Verhaege

1000

Poulus Tonis Smits

900

De weduwe Tijs van den Bogart

200

Johannis van Roesmalen

200

Hendrik van de Ven

210

Poulus Jan Smits

650

Johannis Peeter Herings

107

De weduwe Wilhelmus van Geemert

270

De weduwe Heug van de Wiel

530

Jan Arts

470

Arnoldus Steenbekkers

875

Arnoldus Jacop Voets

144

De weduwe Eijmbert Voets

200

Gert Jan Smits

313

Hannis Deerk Beevers

207

Hendrik Kors Verhaegen

208

Jan Verhaegen

134

Johannis van Kil[s]donk

340

Eijmbert Peijnappels

125

Dries Verhaaegen

100

Antonie Verhaaegen

413

Nieclaes Hendrik Verkuijlen

325

Claes Deerik Voeds

237

Jan Hendrik Smiets

160

Johannis Janse Verhaegen

258

Jan van de Vorstenbos

250

In twee andere archiefstukken uit de collectie, gedateerd 1775, worden we geïnformeerd over de toestand der hopkuilen in de 8e klamp genoemd ‘Liessent’ met 12.570 hopkuilen toebehorende aan 27 hoptelers, in de 9e klamp genaamd ‘Oliemeule’ met in totaal 6285 hopkuilen verdeeld over 18 hoptelers, de 11e klamp genaamd ‘Wijkamp’ 1385 hopkuilen over 4 hoptelers en tenslotte de 12e klamp genaamd ‘Greevekuer’ met in totaal 11.267 hopkuilen in gebruik bij 28 hoptelers. Ook in deze stukken worden alle personen met naam en toenaam opgesomd. In het boek van Wiro Heesters [p.170] staat een compleet getalsmatig overzicht zonder opgave van de namen der hoptelers, wat al een totaal oplevert van 97.999 hopkuilen en dan gaat het alleen nog maar om de zgn. Leuvense tienden.

Afbraak van de schuurkerk

In 1771 krijgt Schijndel van de Staten-Generaal in Den Haag verlof om de oude schuurkerk af te breken en te vervangen door een nieuwe op dezelfde locatie nl. de plaats waar in 1836 onze zusters zijn begonnen, die de bijbehorende pastorie aangeboden kregen van pastoor van Erp. Op 20 november 1772 passeert er een akte voor de schepenbank van Schijndel waarin de zgn. Roomse Gemeente een grote partij planken, stoelen, banken, manden kalk en wat verder nog aan materialen verkoopbaar is, te koop zal aanbieden. Allerlei restanten die afkomstig zijn van de afgebroken schuurkerk.

Twee interessante inboedels

Voor de medische historie van Schijndel zijn ook vermeldenswaard de inboedels van respectievelijk dokter Gerard Buesen [51 kopen] en dokter P.F.Bernouly [62 kopen], twee bekende 18e-eeuwse doktoren die hun praktijk uitoefenden in Schijndel en omstreken. Beide stukken dateren uit 1792. Dokter Buesen is als medicine dokter werkzaam geweest in de periode 1784-1791 en wordt later professor in Leuven en zijn collega Paulus Frederik Bernouly de dorpschirurgijn, die zijn vader was opgevolgd, verdrinkt in 1791 in een sloot.

In het rijke en gevarieerde archief dat op de heemkamer bewaard wordt zijn alle stukken in te zien voor de liefhebber.

[Bronnen: heemkamerarchief ‘collectie Jet Geerkens’ [doos 2]; collectie Ad van Bokhoven; Wiro Heester ‘Historie van Schijndel’]

Oorspronkelijke publicatiedatum: 13 maart 2008 (nr. 19)

Lees hier de andere Historische Nieuwtjes.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.