Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Hopcultuur in Schijndel
Mensen die zich verdiepen in de historie van een dorp zijn altijd blij met elk klein onbekend detail dat in de archieven opduikt. Het roept een gevoel op van…..alweer een stukje geschiedenis boven water gehaald. Het is een beetje hetzelfde gevoel als dat van de archeologen die belangrijke vondsten doen in het bodemarchief. Het draagt bij aan de kennis van hoe onze voorouders gewoond en gewerkt hebben binnen de Schijndelse gemeenschap. Heemkundigen zijn er zich overigens van bewust dat lang niet iedereen dat gevoel met hen deelt. Dat weerhoudt hen er niet van stug door te gaan met geschiedschrijving. Wie echt interesse heeft leest het en wie het verleden ‘maar onzin’ vindt legt het naast zich neer.

We duiken, op zoek naar die kleine historische details, nog ’n keer verder in ons heemkamerarchief met name de archiefcollectie die Jet Geerkens aan ons heeft geschonken. Daarin krijgen we enig idee van hoe het stond met de hopcultuur in de Beemd aan het einde van de 18e eeuw. De hopcultuur was voor de landbouwers van toen een soort bijverdienste, zeker geen hoofdbestanddeel binnen het landbouwbedrijf. In 2003 hebben we met onze heemkundekring een oud hopveld bloot gelegd vooraan op de Steeg tegenover het inmiddels verdwenen waterzuiveringsstation. Het heeft ons enig inzicht gegeven in de opbouw van dergelijke hopvelden.
Dat er in de Beemd veel meer hopvelden lagen bewijst het archiefstuk uit de collectie van Jet Geerkens. Het is een ongedateerd stuk, maar gezien het handschrift is het te plaatsen in de 2e helft van de 18e eeuw. Het is een soort specificatie van de hopteelt in de 23e klamp genaamd De Beemd. Daarin wordt een lijst gepresenteerd van een groep landbouwers die in dat gebied een serie hopkuilen hebben liggen. Genoemd worden, in de schrijfwijze van toen zoals de secretaris, diens klerk of de verantwoordelijke voor het optekenen van dit soort lijsten meende de persoonsnamen te moeten schrijven:
Naam van de hopteler | Hopkuilen |
|---|---|
Derik van Limdt | 350 |
Gert van den Oetelaer | 113 |
Adriaen van der Velde | 230 |
Gert Hendrik Verhaege | 1000 |
Poulus Tonis Smits | 900 |
De weduwe Tijs van den Bogart | 200 |
Johannis van Roesmalen | 200 |
Hendrik van de Ven | 210 |
Poulus Jan Smits | 650 |
Johannis Peeter Herings | 107 |
De weduwe Wilhelmus van Geemert | 270 |
De weduwe Heug van de Wiel | 530 |
Jan Arts | 470 |
Arnoldus Steenbekkers | 875 |
Arnoldus Jacop Voets | 144 |
De weduwe Eijmbert Voets | 200 |
Gert Jan Smits | 313 |
Hannis Deerk Beevers | 207 |
Hendrik Kors Verhaegen | 208 |
Jan Verhaegen | 134 |
Johannis van Kil[s]donk | 340 |
Eijmbert Peijnappels | 125 |
Dries Verhaaegen | 100 |
Antonie Verhaaegen | 413 |
Nieclaes Hendrik Verkuijlen | 325 |
Claes Deerik Voeds | 237 |
Jan Hendrik Smiets | 160 |
Johannis Janse Verhaegen | 258 |
Jan van de Vorstenbos | 250 |
In twee andere archiefstukken uit de collectie, gedateerd 1775, worden we geïnformeerd over de toestand der hopkuilen in de 8e klamp genoemd ‘Liessent’ met 12.570 hopkuilen toebehorende aan 27 hoptelers, in de 9e klamp genaamd ‘Oliemeule’ met in totaal 6285 hopkuilen verdeeld over 18 hoptelers, de 11e klamp genaamd ‘Wijkamp’ 1385 hopkuilen over 4 hoptelers en tenslotte de 12e klamp genaamd ‘Greevekuer’ met in totaal 11.267 hopkuilen in gebruik bij 28 hoptelers. Ook in deze stukken worden alle personen met naam en toenaam opgesomd. In het boek van Wiro Heesters [p.170] staat een compleet getalsmatig overzicht zonder opgave van de namen der hoptelers, wat al een totaal oplevert van 97.999 hopkuilen en dan gaat het alleen nog maar om de zgn. Leuvense tienden.
Afbraak van de schuurkerk
In 1771 krijgt Schijndel van de Staten-Generaal in Den Haag verlof om de oude schuurkerk af te breken en te vervangen door een nieuwe op dezelfde locatie nl. de plaats waar in 1836 onze zusters zijn begonnen, die de bijbehorende pastorie aangeboden kregen van pastoor van Erp. Op 20 november 1772 passeert er een akte voor de schepenbank van Schijndel waarin de zgn. Roomse Gemeente een grote partij planken, stoelen, banken, manden kalk en wat verder nog aan materialen verkoopbaar is, te koop zal aanbieden. Allerlei restanten die afkomstig zijn van de afgebroken schuurkerk.
Twee interessante inboedels
Voor de medische historie van Schijndel zijn ook vermeldenswaard de inboedels van respectievelijk dokter Gerard Buesen [51 kopen] en dokter P.F.Bernouly [62 kopen], twee bekende 18e-eeuwse doktoren die hun praktijk uitoefenden in Schijndel en omstreken. Beide stukken dateren uit 1792. Dokter Buesen is als medicine dokter werkzaam geweest in de periode 1784-1791 en wordt later professor in Leuven en zijn collega Paulus Frederik Bernouly de dorpschirurgijn, die zijn vader was opgevolgd, verdrinkt in 1791 in een sloot.
In het rijke en gevarieerde archief dat op de heemkamer bewaard wordt zijn alle stukken in te zien voor de liefhebber.
[Bronnen: heemkamerarchief ‘collectie Jet Geerkens’ [doos 2]; collectie Ad van Bokhoven; Wiro Heester ‘Historie van Schijndel’]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 13 maart 2008 (nr. 19)
