Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Nog eenmaal de beeldjes van Bolsius
Gezien de reacties worden de ‘historische nieuwtjes’ kritisch gelezen. Wat de fabricage van de bekende Bolsius’ beeldjes betreft zijn we er nu definitief uit, dankzij prima speurwerk van zuster Annita van Laarhoven op het moederhuis. Het blijkt nl. dat destijds de historicus en heemkundige Drs. Wim Knippenberg (†) in zijn publicatie ‘Devotionalia’ deel 1 aan de Schijndelse wasblekerij ruim aandacht heeft besteed. Sinds 1927 zou de kaarsenfabriek zelfs Pauselijk Hofleverancier zijn. In de oorlogsjaren 1940-1945 ondervindt men de nodige problemen met de import van grondstoffen. Men is toen overgestapt op een aanvullend artikel nl. de productie van gipsen beelden. Een zekere Tamboer had toen de leiding over die keramische afdeling. Kort na de oorlog is men nog tijdelijk doorgegaan met aardewerk en een advertentie uit 1948 luidt dan ook: “Fa. Gebr. Bolsius, Schijndel – fabriek van alle soorten kaarsen en lichten – keramiekbedrijf ‘De Beemd’.
De beelden van deze fabriek zijn gemerkt met GEBO”. Knippenberg publiceerde tevens een lijst van te Schijndel gefabriceerde beeldjes nl. twee typen H.Hartbeeldjes van verschillende afmetingen, een Maria of Madonna met en zonder kind, een Gerardusbeeldje, een Theresia van Lisieux en een kerstgroep. Aan het einde van dat hoofdstukje volgt dan een tekstblokje onder de titel ‘aanvullingen en verbeteringen’. Daar staat o.a. te lezen: “Egidius Ludovicus Everaerts [1877-1949] kwam in 1914 als Belgische vluchteling vanuit Antwerpen naar Nijmegen. Doof geworden wist hij in de jaren 1930-1949 in zijn levensonderhoud te voorzien door modellen te leveren aan enige beeldenfabriekjes o.a. te Schijndel. Van deze Everaerts zijn ook beelden bekend zonder de inscriptie GEBO, op basis waarvan men veronderstelt dat hij, na het sluiten van het beeldenfabriekje te Schijndel, nog zelfstandig is doorgegaan”. Volgens insiders zou ook een zekere Kees van Valderen werkzaam geweest zijn op dit keramisch bedrijfje.

De noodkerk van 1838
Geheel onverwacht ontdekte Bep Goossens-van Langen van de historische werkgroep in de notariële archieven van de Van Beverwijks uit de 1e helft van de 19e eeuw een akte met informatie waarvan we het bestaan niet kenden. Bekend is dat in de jaren 1838-1839 de grote Servatiuskerk van zijn middeleeuwse kruisvorm is ontdaan, de kruiskoren zijn weggehaald, de oude zijportalen afgebroken en men heeft toen het priesterkoor naar achteren toe een heel stuk uitgebreid en vergroot.
De Servatiuskerk zoals we die nu kennen is dus eigenlijk pas 168 jaren oud. Zijn middeleeuwse voorganger bestond zeker al in het 1e kwart van de 14e eeuw, wat bevestigd wordt door het feit dat reeds in 1305 de pastoors van Schijndel en Berlicum een meningsverschil hebben over de parochiegrenzen. Er moeten zelfs twee kerkelijke arbiters aan te pas komen om tot een definitief akkoord te kunnen sluiten in die kwestie. Wat voor de heemkundekring volkomen nieuw is in de rijke geschiedenis van de Servatiuskerk is het gegeven, dat de toenmalige pastoor Antonius van Erp in het jaar 1838, op vrijdag 8 juni, een notariële akte heeft laten passeren, waarin aan de laagste inschrijver het plaatsen van een noodkerk wordt gegund. Op welke locatie precies wordt jammer genoeg niet vermeld, maar de wijze waarop hij gebouwd moest worden is af te lezen uit een bijgeleverd uiterst gedetailleerd bestek.
De inschrijvers zijn Frans van der Putten uit Beek en Donk voor een totaalbedrag van 480 gulden, Martinus van den Eijnden uit Schijndel voor 449 gulden en Leonardus van der Stappen uit Schijndel voor 425 gulden. Daarna biedt Van der Stappen 315 gulden, de heren bestuurders hebben nog 100 gulden opgeboden en tenslotte heeft Van der Stappen de bouw op zich genomen voor een aanneemsom van 200 gulden. Gezien deze bedragen mag men voorzichtig concluderen dat het een sobere noodvoorziening is geweest. De akte is gepasseerd in de herberg van Jan van de Ven, die in 1832 in de kadastrale gegevens van toen stond ingeschreven als logementhouder op perceel sectie D 97 en dat blijkt de Zwaan te zijn. Bij deze overeenkomst treden als getuigen op schoenmaker Arnoldus Verhagen en uurwerkmaker Nicolaes Buenen.
Een boeiende prent anno 1929
Harry Schreurs ontving onlangs van Bert de Wit uit Best een knipsel uit een of ander blad gedateerd op 3 april 1929 met een afbeelding van de Servatiuskerk. Aanvankelijk werd gedacht aan de Katholieke Illustratie, maar bij nader inzien bleek de foto daar niet vandaan te komen. Op de heemkamer staat immers een grote serie illustraties waaronder ook die van 1929, dus was het allemaal snel te achterhalen. Overigens kan het best zijn dat de foto zelf van een veel vroegere datum is. Uit welk blad hij uiteindelijk gekomen is blijft voorlopig een raadsel. Boeiender is de vraag….zijn er nog hoogbejaarde mensen in Schijndel die zich deze situatie uit hun jeugd herinneren. De lange heg langs het oude parochiekerkhof aan de marktzijde, de berkenboompjes en de grote linde. De Markt zoals wij die nu kennen was er toen nog niet. Op de achtergrond die prachtige boerderij en enige witte burgerhuisjes. Uit het bijschrift blijkt dat het gedeelte voor de heg in gebruik is als ‘pastoorshof’ waarin de tuinman met zijn helper aan het werk is.
Oorspronkelijke publicatiedatum: 10 mei 2007 (nr. 7)
