Direct naar de inhoud

Let op! Dit is de beta website van BHIC. Reacties die je hier achterlaat, gaan verloren na officiële livegang.

Terug naar overzichtOverzicht
Historische Nieuwtjes: Een brute overval

Historische Nieuwtjes: Een brute overval

Henk Beijers

15 juli 2024

Bijgewerkt op 12 november 2024

Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.

De afleveringen van het Schijndelse ‘algemeen schepenprotocol’ die bewaard zijn gebleven vanaf 1530 staan bol van allerlei verkopen, huurovereenkomsten, transporten van goederen, af en toe een testament en soms tref je zgn. ‘openen brieven van interrogatien’ aan. Een ‘interrogatie’ is vergelijkbaar met een uitgebreide ondervraging van bepaalde personen, die een dagvaarding hebben ontvangen van de vorster en de schout van Schijndel om een getuigenis der waarheid te komen afleggen. Zo kun je lezen in het protocol dat de periode beschrijft tussen 1568-1573 hoe er een brute overval wordt gepleegd. Het is bekend dat in de 16e, 17e en 18e eeuw allerlei gespuis het Meierijse platteland onveilig maakt. Diverse bendes trokken rond en joegen de bevolking af en toe de stuipen op het lijf. Super beveiligd waren de huizen van toen niet en bovendien, de daders schrokken er niet voor terug om, in dien nodig, abominabel veel geweld te gebruiken.

Op 27 december 1568 verschijnen voor het schepencollege de 28-jarige Jan Thonis Wygarts en een zekere Meriken de huisvrouw van wijlen Jan Pelsers oud 48 jaren. Ze leggen voor de schout, schepenen en vorster de vereiste eed af dat ze de waarheid en niets dan de waarheid zullen vertellen. Ze getuigden dat op 17 december rond de middag een zekere Frans Byntlein was gesignaleerd in gezelschap van vier andere manspersonen, allen gewapend met stokken, rappieren [soort degen met een meer dan een meter lange kling] of andere geweertypen. Ze waren op zoek naar een huis op het gehucht ‘Boeydonck’ waar een zekere Jan Henricxss. van Rijsingen woont. Hun intentie was om, als ze eenmaal binnen waren, het huis van boven tot onder te onderzoeken.

Aangekomen bij de woning riepen ze heel hard dat genoemde Jan open moest doen. Die verbleef op dat moment in de ‘stenen camer’ zoals dat vertrek werd genoemd en als slaapkamer was ingericht. Hij weigerde in te gaan op de oproep van die bende. De mannen wisten op een of andere manier een ladder te bemachtigen en zetten ‘deze leer’ tegen het huis aan en klommen omhoog. Ze probeerden daar met geweld de vensters te forceren van de slaapkamer van Van Rijsingen, maar zonder resultaat. Aan de binnenkant bleek een serie ijzeren spijlen te zitten, waardoor het niet zo eenvoudig was binnen te dringen.

Uiteindelijk slaagden ze er toch in met grof geweld, met gebruikmaking van zwaar materieel, het venster te forceren en er twee spijlen onklaar te  maken. Ze zagen Jan zitten en gooiden, als een pure poging van intimidatie een klophamer naar hem toe die zijn borst trof. Jan besefte dat het menens werd en de bedreigingen vlogen hem om de oren. Hij vluchtte uit angst voor verdere gewelddadigheden naar zijn eigen zolder en heeft aldaar met veel moeite een gat weten te slaan in een van de lemen wanden en wist, zij het  blootshoofds en barrevoets, te ontkomen. Kort daarna drongen de mannen de woning binnen en onder groot rumoer plunderden ze in de diverse vertrekken alles wat te plunderen viel nl. Jan z’n kleren, bed, andere huisraad, boeken, brieven, papieren en andere geschriften. De gevluchte bewoner ‘zouden ze wel op een andere manier krijgen!’ Of de daders ooit gepakt zijn en in detentie hebben gezeten op de Leuvensepoort in ’s-Hertogenbosch is onbekend!

Bar winterweer

Een bijzondere aantekening van de dorpssecretaris is de informatie die hij heeft vastgelegd in schepenprotocol nr.52 omtrent de weersomstandigheden. Dat betekent concreet dat het weertype wat hij beschrijft grote impact gehad moet hebben op de Schijndelse bevolking.

Ik citeer een stuk over bar winterweer aan het einde van het jaar 1570. De Tachtigjarige Oorlog met alle ellende van dien is nog maar net begonnen. Dan volgt twee jaren later een opvallend weerbericht. Geschreven in een mooi handschrift maar wel in oud-Nederlands. In het jaar 1570 schrijft de dorpssecretaris van die dagen dat het op de feestdag van de heilige Barbara, dat is 4 december, zeer hard is gaan vriezen en een dag of vier na Kerstmis begon het ook nog eens te sneeuwen en wel gedurende ruim drie weken aan een stuk, dag in dag uit. De sneeuwval moet zo hevig geweest zijn dat er een sneeuwhoogte was bereikt van ‘een mans lengte’. Dat is dus wel minimaal 1.65 tot 1.70 meter! Je vraagt je af hoe de Schijndelnaren dat allemaal beleefd hebben.

Nadat de sneeuwval ophield begon het wederom stevig te vriezen en Dommel, Aa, Dieze, Maas, Rijn en Waal lagen er na verloop van tijd dichtgevroren bij. Met paarden en karren trok men er overheen. De hele januarimaand moet heel de omgeving van Schijndel een uitgestrekt sneeuwlandschap zijn geweest. Aan het begin van de sprokkelmaand nl. op de vierde dag slaakten de inwoners een zucht van verlichting omdat toen eindelijk de dooi intrad, er fikse regenbuien vielen gepaard gaande met de nodige stormwinden. De sneeuw begon langzaam maar zeker te smelten met het trieste gevolg dat de rivieren buiten hun oevers traden. Wie van Middelrode richting Schijndel wilde gaan kon dit alleen maar per schuit, omdat de rivier de Aa buiten zijn oevers was getreden. De overstroomde Dommel strekte zich uit vanaf Sint-Oedenrode over de landerijen tot aan Schijndel toe en zorgde voor een enorme wateroverlast.

Oorspronkelijke publicatiedatum: 5 februari 2015 (nr. 68)

Lees hier de andere Historische Nieuwtjes.

Reacties

Reacties laden…

Feedback geven

Wat vind je van deze pagina? We horen graag wat beter kan.

0 van 300 tekens gebruikt

Deel geen gevoelige gegevens, zoals je BSN, adres, telefoonnummer of medische informatie.

Historische Nieuwtjes: Een brute overval | BHIC