Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
In het verre verleden werden heel veel getuigenverklaringen opgeschreven die vaak werden afgelegd door oudere inwoners van Schijndel. Het zijn veelal verklaringen van zeer uiteenlopende aard. In de komende ‘historische nieuwtjes’ zullen we wat tipjes van die historische sluier oplichten. Spectaculair zijn ze zeker niet, maar ze geven wel een beeld van wat er in de vroegere historie zoal speelde. Ze zijn alle gedateerd in de 17e eeuw en, gezien het handschrift, slechts toegankelijk voor geroutineerde oud-schrift-lezers. Het zal de lezer daarbij opvallen dat de voornamen en familienamen in de echte oude spelling staan weergegeven. Stamboomonderzoekers die op zoek zijn of gaan naar Schijndelse families uit het verleden, krijgen daar regelmatig mee te maken. Zo betekent bv. Dirck Aert Dircxss. van Kessel niets anders dan Dirk de zoon van Aart een zoon van Dirk van Kessel als we het in eigentijdse bewoordingen willen vertalen. Hier heb je dus in 1620 in één klap drie generaties van Kessels te pakken. Wie historisch geïnteresseerd is zal deze verklaringen lezen en wie niets om het verleden geeft zal ze misschien terzijde schuiven. Kijk zelf wat u ermee wilt doen……
De vogel was gevlogen
Deze getuigenverklaring begint wel heel formeel nl. ‘allen den geenen die dese onse opene letteren van certificatien zullen worden verthoont Saluijt”.
De schepenen Gijsbert Anthonis Smits en Adam van Gerwen, twee van de in totaal zeven dorpsbestuurders, zijn op hun post en belijden, dat door de vorster is gedagvaard een zekere Anthonis Goossen Corstiaens oud 36 jaar. Van hem wordt verwacht dat hij eerst voor de schout een eed aflegt en vervolgens een heldere verklaring aflegt over een zekere Coen Gortssen uit het plaatsje Dülken. Dat is een gehucht bij het Duitse Vierssen voorheen in het land van Gülick, later het Overkwartier Gelder ressorterende onder de toenmalige Zuidelijke Nederlanden en nu in Nordrhein Westfalen gelegen.
Het gaat om een gebeurtenis die zowat 8 jaren geleden gepasseerd schijnt te zijn en Anthonis geeft dan ook ruiterlijk toe dat hij zich de precieze dag echt niet meer kan herinneren. Hij heeft ten huize van genoemde Coen destijds twee malder tarwe gekocht, ieder malder voor 10 Dülkense daalders, waarvoor hij in Nederlands geld één rozenobel heeft betaald. Ook kocht hij 65 pond hopzakken waarvoor hij 65 pond hop zou leveren. Zo gezegd zo gedaan. Met de lokale smid genaamd Roes verteerde Anthonis ook nog eens het nodige bier en wijn. Juriaen Beukens ‘in het Gasthuijs’ zou de betaling verder regelen via Coen Gortssen, maar die bleek ineens spoorloos verdwenen! Waarom deze persoon ‘voortvluchtig’ was is uit de akte niet op te maken. Gedateerd 30 maart 1620.
Twee jonge paarden in opspraak
Adam van Gerwen en Henrick van den Oetelaer bevinden zich in de raadkamer. Op een dag verschijnt voor hen de 42-jarige Claes Willem Delis van Beeck en met hem de 27-jarige Lambert Melis Lamberts, beiden geboren en getogen Schijndelaren. Blijkbaar bestaat er in die dagen enige onduidelijkheid of twijfel over de herkomst van twee jonge paarden nl. een roodbruine ruin die in mei 6 jaar zou worden en een 4-jarig donkerbruin paard met zwarte manen, een zwarte staart, een witte voet en een witte kol op ’t voorhoofd. De juiste voorgeschiedenis die geleid heeft tot een nadere getuigenverklaring wordt verder niet omschreven. De beide getuigen bevestigen nu in ieder geval plechtig dat beide paarden zijn geboren en grootgebracht in de stal van Lambert Symonssoen van der Haigen en nooit buiten Schijndel zijn geweest. Gedateerd 30 maart 1620.
Onenigheid over de huurprijs
Jan Joris Peters is vorster in Schijndel in 1620. Op de 31e december 1619 is er ten huize van secretaris Peeter Willems. mede in aanwezigheid van Dirck Claessen van Berckel en Pauwels Jan Pauwels, een erfdeling aan de orde. Genoemde Dirck en een zekere Delis van der Aa zijn hierbij betrokken. Aan Dirck valt het oude huis ten deel waar nu Pauwels Jan Pauwels in woont, die het gepacht of in huur verkregen had van Hendrick Claessen van Berckel.
De vorster staat op en vraagt beleefd aan Dirck of hij als vorster dat huis eventueel zou mogen huren ten behoeve van een zekere Jan Claessen. Dirck gaat vooreerst nog niet op dat verzoek in en zegt, dat hij in eerste instantie wil weten of Pauwels de huur misschien verlengd wil hebben, want dan zal hij daarmee instemmen. Dus wendt hij zich tot Pauwels met die vraag, maar die geeft hem te verstaan daarvan af te zien, want de huurprijs is veel te hoog. Door de aanwezige getuigen wordt inderdaad bevestigd, dat Pauwels dit letterlijk zo gezegd schijnt te hebben. Zo is het ook in het schepenprotocol opgenomen. Gedateerd 30 maart 1620.
Verklaring van enige termen:
Certificatie = verklaring
Malder = een inhoudsmaat voor een hoeveelheid graan – men spreekt ook van mauwer, molder en mouwer; in de regio ’s-Hertogenbosch was een malder in de 16e eeuw gelijk aan een ½ mud
Rozenobel = soms ook rosenobel, is eigenlijk de Nederlandse benaming voor de Engelse gouden munt, zo genoemd naar de roos op de zijkant van het schip, die de rozenobels onderscheidde van de lichtere nobel. Ze werden tot in de 17e eeuw veelvuldig gebruikt in de Nederlanden
Vorster = de gerechtsdienaar in een dorp vergelijkbaar met de latere veldwachter; hij regelde bv. naast orde en veiligheid ook alle dagvaardingen
Bronnen: BHIC toegang 5122 inv.nr.87 folio 6 en 7; J.M.Verhoeff - De oude Nederlandse maten en gewichten [1983]; Dr.H.E. van Gelder – De Nederlandse munten [1965]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 22 april 2010 (nr. 28)
