Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
In het verre verleden werden heel veel getuigenverklaringen opgeschreven die vaak werden afgelegd door oudere inwoners van Schijndel. Het zijn veelal verklaringen van zeer uiteenlopende aard. In de komende ‘historische nieuwtjes’ zullen we wat tipjes van die historische sluier oplichten. Spectaculair zijn ze zeker niet, maar ze geven wel een beeld van wat er in de vroegere historie zoal speelde. Ze zijn alle gedateerd in de 17e eeuw en, gezien het handschrift, slechts toegankelijk voor geroutineerde oud-schrift-lezers. Het zal de lezer daarbij opvallen dat de voornamen en familienamen in de echte oude spelling staan weergegeven. Stamboomonderzoekers die op zoek zijn of gaan naar Schijndelse families uit het verleden, krijgen daar regelmatig mee te maken. Zo betekent bv. Dirck Aert Dircxss. van Kessel niets anders dan Dirk de zoon van Aart een zoon van Dirk van Kessel als we het in eigentijdse bewoordingen willen vertalen. Hier heb je dus in 1620 in één klap drie generaties van Kessels te pakken. Wie historisch geïnteresseerd is zal deze verklaringen lezen en wie niets om het verleden geeft zal ze misschien terzijde schuiven. Kijk zelf wat u ermee wilt doen……
Twee gekochte paarden
In een van de vorige getuigenverklaringen was sprake van twee ruinen die waren aangekocht. Over die twee paarden volgt nog een nieuwe verklaring. Lambert Symon Janssen van der Hagen en Hendrik Willem van den Oetelaer schepenen van Schijndel verklaren dat voor hen is verschenen de eerzame Adam Gerartss. van Gerwen mede-schepen, vergezeld van Willem Gijsbertss. van den Bogaert [48 jaar], die zijn gedaagd ter instantie van Daniel Henricxss. van Gerwen inwoners van Schijndel en nabuur. Zij affirmeren dat het waar en waarachtig is en dat het hen beiden goed bekend is, dat Lambert twee ruinen in eigendom heeft, de ene roodbruin met zwarte manen en een zwarte staart, een witte kol op ’t voorhoofd en achter twee witte voeten en ook nog iets wits aan beiden voorvoeten net boven de hoeven, de andere met dezelfde kenmerken, maar alleen bij de voorvoeten niets wits boven de hoeven. Volgens hun verklaring heeft Lambert ze in 1606 aangekocht, de ene via Anthonis Reijnders te Lith en een dag later de andere op de hoeve de Pettelaer te Sint Michielsgestel. Gedateerd 30 maart 1620.
Los briefje…..
Soms komt het voor dat tussen de geschreven akten een los briefje met informatie is ingestoken in het schepen protocol. Zo dook na pagina 8 het volgende kattebelletje op, waarin interessante historische informatie staat uit rond 1620 m.b.t. enkele functionarissen uit het dorp nl. Anthonis Jans Geerlings schepen, Gijsbert Anthonis Smits schepen, Ardt Janssen van Helmont schout, Jan Joris Peterss. vorster en Wouter Willem Bucincx hopmeter, allen inwoners van Schijndel. Ongedateerd.
Een gezonken schip met hop
Het hoeft geen betoog dat Schijndel in het verleden een belangrijke hopproducent is geweest, waar men er een levendige hophandel op nahield. Soms ging er bij transporten echter ook wel eens iets mis, getuige de volgende verklaring.
Delis Hanrick Laureijnssen en Ardt Jans Geerlings ontvangen op de raadkamer enige gasten nl. Roel Ruth Roeloffss. [58 jaar] en Laurens Jacops [53 jaar]. Hen is gevraagd om ten behoeve van een zekere Jan Jans Michielss. inwoner en nabuur van Schijndel, een getuigenis der waarheid af te leggen. Zij bevestigen dat Jan Jans Michiels en Laureijns Jacops samen een schip met hop hebben geladen om daarmee naar Holland te varen om de hop aldaar te verhandelen. Op de vaarroute arriveren ze ter hoogte van Krimpen op de waterweg tussen Dordrecht en de stad Rotterdam. Hoe het kon gebeuren wordt niet vermeld, misschien mist, maar ze komen plotseling in aanvaring met een ander zeilvaartuig en wel dusdanig krachtig, dat het schip met de hop ter plekke is gezonken. De kostbare hop voor een bedrag van maar liefst 600 gulden is niet meer te redden en gaat volledig verloren. Roeloff die met een ander schip voer heeft het ongeluk niet zien gebeuren. Eenmaal thuis gekomen slaat Jan Jans Michiels de schrik om het hart, want zijn huis in bezet door een groep ruiters te paard van een van de vijandelijke legers. Die brengen grote schade toe aan Jan z’n goederen. Hij wordt zelfs bedreigd met gevangenisstraf. Het is uit de akte niet op te maken of er een verband bestaat tussen deze militaire actie en die rampzalige aanvaring of dat er een ander voorval geleid heeft tot de bezetting van zijn huis. Gedateerd 7 mei 1620.
[Bron: BHIC toegang 5122 inv.nr.87 folio 8 en 9]
Verklaring van enige termen:
affirmeren = bevestigen
folio = pagina
Oorspronkelijke publicatiedatum: 12 mei 2010 (nr. 29)
