Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Korte reactie uit het publiek
Naar aanleiding van de uit de Tweede Wereldoorlog stammende kerststalletjes van de firma Bolsius schrijft Will Jonkers dat zijn vader destijds een klein zakcentje wist bij te verdienen door de befaamde kunstwerkjes te beschilderen. Ze zouden niet van gips maar gewoon van klei zijn, aan de onderkant zelfs voorzien van een stempelafdruk ‘de Beemd Schijndel’.
Geschiedenis….een vertelvak
Er is tegenwoordig veel discussie over het vak geschiedenis in het onderwijs, een van de mooiste schoolvakken voor wie er gevoelig voor is en een van de verfoeilijkste voor degenen die zich blind staren op alleen maar feitenkennis. Maar…..de historie van het eigen dorp is een verhaal apart. Die ligt als het ware ingebed in de vaderlandse geschiedenis, maar dan met een uitgesproken lokaal kleurtje. De heemkundekring ziet het als een van haar concrete opdrachten om juist het leef-, werk- en woonpatroon voor alle Schijndelaren die ons voorgingen aan het licht te brengen. Dat kun je het beste doen door heel veel boeiende verhalen te vertellen, af en toe vermengd met zinvolle feitenkennis van ‘de grote lijn’, zodat je die anekdotes en vertellingen ook in het juiste kader kunt plaatsen.
Dat veel Schijndelaren toch gevoeliger worden voor die lokale historie bewijst de toename van het aantal leden van onze heemkundekring. Sinds kort staan we op 175 belangstellenden die zich bij onze kring hebben aangesloten en het bestuur heeft als doelstelling om in 2007 de 200 te halen. Een lofwaardig streven en dan maar te hopen dat er zich mensen aanbieden die actief onderzoek willen doen om werkelijk alle historische anekdotes van de Schijndelse mensen, die in wezen hun eigen historie geschreven hebben, uit alle archieven op te diepen. Dat zou helemaal prachtig zijn! Eén telefoontje naar onze voorzitter of onze secretaris is al voldoende. Hieronder weer enkele van die ‘historische vertellingen’ die een sfeerbeeld geven van de tijd van toen.
De secretaris bedreigd
We verplaatsen ons even in de periode waarin hier op het platteland vanaf 1701 de Spaanse Successieoorlog woedt, met als inzet de opvolging van de overleden kinderloze koning Karel II in de Spaanse gebieden. Een felle strijd die aan de Meierij van ’s-Hertogenbosch niet ongemerkt is voorbijgegaan. Uiteindelijk zal de bekende Vrede van Utrecht in 1713 een einde maken aan het strijdgewoel. De Schijndelse bevolking heeft het op dat moment niet breed en veel van hun schrale inkomsten moeten ze afstaan aan al die legertroepen die in de Meierij rondzwerven.
Wie dán nog de moed heeft om voor extra belastinggeld deur voor deur rond te komen, kan de reactie van de bevolking op z’n vingers uittellen en zeker als het protestante ambtenaren betrof. Die minderheidsgroepering had het in het katholieke zuiden toch al zwaar te verduren. Dat ondervond in 1702 secretaris Gijsbertus De Jongh, zijnde van de zgn. ‘ware gereformeerde religie’. Bij het collecteren, om tenslotte alle achterstallige restanten in te kunnen vorderen van de verpondingen [een landelijke belasting in die dagen], haalt hij zich de woede van de inwoners op de hals. Sommige ingezetenen gaan zelfs zo ver dat ze hem met de dood of gevangenneming bedreigen. Ook zijn kostbare bezittingen zouden allesbehalve veilig meer zijn.
Pure intimidatie, maar De Jongh krijgt het toch benauwd van al die directe dreigingen. Hij wendt zich tot de Staten-Generaal met een smeekschrift, waarin hij uitdrukkelijk verzoekt om een sauvegarde of vrijgeleide en vooral extra bescherming of protectie zoals men het toen uitdrukte, voor hem zelf en zijn familie. Bovendien vraagt hij om, indien schade wordt toegebracht aan zijn goederen, dat die prompt vergoed zal worden. Ten slotte staat hij er op dat, indien iemand hem zou willen doden of verwonden of boosdoeners een listige overval zouden bedenken, dat hij zich dan uit alle macht en met alle middelen zal mogen verdedigen, in de hoop dat justitie hem dit dan ook niet zal aanrekenen. Het gaat dan immers om pure zelfverdediging. De Staten Generaal besluit hem een akte van sauvegarde te verlenen.
[Resolutie van de Staten Generaal inv.nr. 40 – folio 105 – 25 februari 1702]
Heibel rond gemeentefunctionarissen
Rond 1713 leeft er in Schijndel een vorster of veldwachter, een ambt dat reeds sinds de middeleeuwen bekend is in de Meierijse dorpen. Samen met de klepperman of nachtwaker is hij verantwoordelijk voor de openbare orde, treedt vaak op als deurwaarder, speelt een rol als marktmeester, zorgt voor het ophangen van alle publicaties die van de Staten Generaal worden uitgegeven en meer van dergelijke dorpstaken.
Voor herberg de Wildeman [het huidige pand van modezaak Ausems] stond destijds in de buurt van de gemeentepomp een lindeboom en onder die boom was een groot aanplakbord getimmerd. Iedere passant die lezen kon werd op die manier de gelegenheid geboden zich op de hoogte te stellen van alle belangrijke dorpszaken.
Maar de toenmalige vorster komt in opspraak. Over het functioneren van vorster Rijsterborg had op z’n minst één invloedrijke man in de gemeente grote twijfels, blijkens een rekest of verzoekschrift van de regenten van Schijndel. Op 28 oktober 1713 is het de substituut-secretaris Gerardus de Jongh, de zoon van erfsecretaris Gijsbert de Jongh, die in een volle vierschaar als aanklager recht tegenover de gedaagde vorster staat. De term vierschaar is afgeleid van de vier banken waarop bij een middeleeuwse rechtszitting de schout, de schepenen, de aanklager en de gedaagde gezeten waren. In later tijd bedoelde men de rechtszitting zelf of de plaats waar die plaats vond.
Beide heren maken elkaar in ferme bewoordingen de nodige verwijten. De substituut-secretaris heeft toen o.a. tegen de vorster gezegd: “Gij staet hier reets als een schelm te boeck”. De vorster heeft hier laconiek op geantwoord: “ Het is zelf een schelm die sulcks geschreven heeft”. De regenten van het dorp zitten in hun maag met deze conflictsituatie en zijn over dit alles nogal gebelgd. Ze hebben daarop de substituut-secretaris te kennen gegeven, dat ze zich in de toekomst niet door hem kunnen laten bedienen, al hij zich niet zuivert van alles wat binnen de vierschaar is uitgesproken. Het rekest van de Schijndelse bestuurders wordt doorgestuurd naar de kwartierschout van Peelland om het geschil op te lossen of anders hierover te berichten aan de Staten Generaal. Ook Gerard de Jongh schrijft op zijn beurt een rekest naar de overheid. Uiteindelijk wordt het schepencollege, zeg maar het voltallige dorpsbestuur, gemaand beide partijen hun spijt te laten betuigen over al die scheldwoorden over en weer.
[Bron: Resoluties van de Staten Generaal inv.nr.51 folio’s 1545, 1648 en 1662 – december 1713]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 15 maart 2007 (nr. 6)
