Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Aartsbroederschap van de Heilige Familie
Wie zich nog iets kan herinneren van de periode van het ‘rijke roomse leven’ zal de benaming van allerhande kerkelijke of pauselijke lidmaatschappen zoals dat van het genootschap van ‘de voortplanting des geloofs’, de ‘heilige kindsheid’, het ‘apostolaat des gebeds’ e.d. nog wel bekend in de oren klinken. Zo bestond er ook sinds de 19e eeuw een ‘Aartsbroederschap van de Heilige Familie’.
In een zondagsblad voor het katholiek huisgezin uit 1874, mij aangereikt door zr. Annita van Laarhoven op het moederhuis, wordt uitvoerig en in het typisch uit die tijd daterende romantisch getinte taalgebruik melding gemaakt van het koperen feest van de Schijndelse afdeling van dat aartsbroederschap. Het genootschap maakt hier in Schijndel immers een schitterende bloeiperiode door.
In september 1861 gepromoot door de toenmalige pastoor Ceelen is het aantal volgelingen op 23 maart 1862 al uitgegroeid tot 200 leden, die in tegenwoordigheid van niemand anders dan mgr. Johannes Zwijsen, tot de aartsbroederschap worden toegelaten. Ook onder kapelaan van Luijtelaer zet die groei door. Het koperen feest wordt dan ook feestelijk gevierd. De weleerwaarde directeur houdt, volgens de kroniekschrijver, een klinkende feestrede en men brengt de nodige feest- en dankliederen ten gehore. Blijkbaar beschikt deze geestelijke leider over een ongekunstelde welsprekendheid waarmee hij voor alle aanwezigen nog eens helder uiteenzet welke voordelen aan dit lidmaatschap zijn verbonden en laat niet na nog even de daarop rustende verplichtingen de revue te laten passeren.
En dan vervolgt de kroniekschrijver: “Maar grootsch en treffend werd de plechtigheid, toen daarop de ruim 650 leden gezamenlijk neerknielden en met hunne forsche mannenstemmen luidop de akte van opdracht herhaalden, hen door den gewijden redenaar van den kansel voorgezegd’. Van ontroering werd met trillende stemmen een nieuw feestgezang ingezet op de melodie van het Piuslied, dat ze ‘ langs de hooge tempelgewelven deden galmen’. Vermoedelijk een lied dat herinnert aan paus Pius IX. Na een plechtig Tantum Ergo verliet het gezelschap tevreden de kerk. Volgens de inschatting van de kroniekschrijver ‘gingen alle harten warmer kloppen voor de schoone broederschap en voor Jezus, Maria en Joseph’. Achter dit feestartikel heeft men meteen de strofen van het feestlied gepubliceerd.
Op bedevaart naar Handel
Al jarenlang is het in Schijndel de gewoonte op bedevaart te gaan naar Handel om er Maria te vereren, volgens de kroniekschrijver de plek bij uitstek voor ‘gebed en godsvrucht vanwege haar stille eenzaamheid, waar al, volgens mondelinge overlevering, zoveel wonderbaarlijke genezingen’ hebben plaatsgevonden. Heel in het bijzonder voor de ‘lijdenden uit Schijndel’. Al degenen die zijn aangesloten bij het aartsbroederschap van de Heilige Familie gaan eens per jaar richting Handel. Ook daarvan weer een ooggetuigenverslag uit het zondagsblad van de H.Familie anno 1876.
Op zondag 20 augustus verzamelen zich alle pelgrims, met natuurlijk hun medaille van de aartsbroederschap op de borst, om 12 uur in de Servatiuskerk, ontvangen er de zegen met het Allerheiligste, zingen een lied ter ere van de Heilige Geest en smeken in een reisgebed Gods rijkste zegen af over de komende pelgrimstocht. In ordelijke rijen trekken ze vijf uren lang al biddend en zingend naar het dorpje Handel. Binnen de ringmuur van de Handelse Mariakapel stelt men zich in processie op en trekt men rond. Het prachtige banier met de beeltenis van O.L.Vrouw voorop, een grote groep sierlijk geklede koorknapen en een viertal ouderlingen van de broederschap lopen voorop, heel fier de kaarsen dragend die geofferd zullen worden aan Maria. Achter hen de 26 Brabantse afdelingen voorafgegaan door de prefecten, met blauwe sjerpen omhangen, de afdelingsvaandels dragend. De onderprefecten zorgen voor de gewenste orde en discipline. Twee koorknapen met ieder een vaantje van Onze Lieve Vrouw in de hand besluiten de processiestoet. Onder het gelui der klokken trekken de processiegangers driemaal om de kapel heen luidop zingend: “Gelukkig betreden wij, Handel, uw grond!”en andere vrome gezangen. Pater Emilianus van de paters capucijnen spreekt de menigte toe tijdens een plechtig gezongen Lof.
Maandagmorgen 21 augustus, al om 6 uur in de morgen, kunnen de mannen en jongelingen de H.Mis bijwonen, eventueel ook om 8 uur bij de viering voor de overleden leden van de broederschap, om half 10 gevolgd door de feestelijke Hoogmis. ’s Middags om half 2 nog een kort plechtig Lof, waarna de stoet nog ’n keer in processie om de kapel heen trekt. En de kroniekschrijver vervolgt: “Toen keerden wij naar Schijndel weder, met dankend en blij gemoed, al zingend…..moeder zoet en teeder, wat zij gij groot, wat zijt gij goed!”.
En eenmaal gearriveerd te Schijndel worden de pelgrims door een onafzienbare menigte verwelkomd. De predikant hoopt vervolgens dat ze zich ‘deze schoone pelgrimstocht tot aan hun sterfuur als aangenaam zullen herinneren’. De ontvangst wordt besloten met de woorden: “Jezus, Maria, Jozef zegen onze broederschap, zegen allen die haren bloei beoogen!”.
[Bron: Heilige Familie – zondagsblad voor het katholiek huisgezin – 1874 en 1876, aanwezig in het kloosterarchief van de Zusters van Schijndel]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 21 juni 2007 (nr. 9)
