Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Ter inleiding
De rijke verzameling schepenprotocollen uit het oud archief van vóór 1811 biedt legio mogelijkheden om voor de komende periode een serie historische nieuwtjes samen te stellen. We baseren ons dan in eerste instantie op alle zgn. getuigenverklaringen en interrogaties [= ondervragingen] over allerlei gebeurtenissen van uiteenlopende aard en lengte. Gelet op wat we in deze moderne tijd allemaal meemaken zal iedere lezer tot de conclusie komen dat er in wezen niets nieuws onder de zon is, alleen de omstandigheden waren anders.
Herbergbezoek liep slecht af [1]
Jan Lammerts [20] is door de vorster opgeroepen om getuigenis der waarheid te komen afleggen op verzoek van de Heer Alexander Soete de Laecke van Villers kwartierschout van kwartier Peelland. Deze jongeman verklaart dat hij op de 20e februari 1701 in de avondstond uit het huis van Jenneken de weduwe van Hendrik van de Laarschot was vertrokken, samen met Jan Aarts van der Schoot, diens zoon Goort en Adriaan van der Steen. Ze gingen onder het gehucht Elschot op weg naar de Voort. Aangekomen bij een bepaalde akker raakten Jan, Goort en Adriaan verwikkeld in een twistgesprek. Het liep hoog op en er vielen harde woorden. Jan Lammerts probeerde alles te sussen maar tevergeefs. Op een bepaald moment hoorde hij Jan Aarts roepen: “Ik sal u vermoorden!”.
Het liep met een sisser af en de twee gingen ten slotte naar het huis van Paulus Peijnenborg, een bekende herbergier. Daar eenmaal binnen bespeurde Paulus dat Goort een pittige hoofdwond had en ook Van der Steen bloedde aan zijn hoofd en arm en bovendien constateerde hij dat ze met gescheurde kleren binnenkwamen, vermoedelijk veroorzaakt door messteken. Ze namen nog een biertje maar kwamen allesbehalve tot bedaren. De adrenaline deed z’n werk want op een gegeven moment pakte Van der Schoot een bierkan in zijn hand en smeet die richting Van der Steen en raakte daarbij wederom diens hoofd. Wat er nadien nog passeerde blijft gissen, want de getuigenverklaring ging niet verder!
Een biddende inwoonster [2]
Harman Heijligers en Jan Jansse van de Ven schepenen te Schijndel maakten duidelijk dat voor hen verschenen waren 1] Willem Corstiaans, 2] Jan Antonis Vuchts, 3] Gerit Janss. van der Sande, 4] Jan Corst Hendriks, 5] Boudewijn van de Ven, 6] Goijart Janss. en 7] Peter Martens allen van competente ouderdom. Ze hadden zich verenigd en getuigden op verzoek van de bloedverwanten van wijlen Jenneken Arien Lamberts nagelaten weduwe van Jan Willems.
De eerste van de zeven verklaarde dat Jenneken enige jaren geleden bij hem had gewoond en gisteren de 28e maart 1689 voor de middag omtrent 7 uur het gebeurde het, dat Jenneken van haar bed was opgestaan en hij had haar zien zitten bidden voor de ‘beddekoets’ of bedstede, Vervolgens ging hij zelf naar het achterhuis om naar de beesten te kijken en hoorde de deur opengaan. Onmiddellijk schoot hij van achter naar voren om te zien wie er aan de deur was, zag dat die open stond en naar buiten kijkend ontdekte hij dat Jenneken daar liep om water te halen, maar zover kwam het niet want ze bleek in de sloot gevallen te zijn die vol met water stond. Hij schoot er op af, vatte haar lichaam vast en hoorde haar roepen: Jesu Marie”. Met krachtige stem riep hij om hulp en met succes want de buren kwamen aangerend en wisten Jenneken uit die sloot te trekken en terug in huis te brengen in de hoop dat ze weer tot zichzelf zou komen. Rond 11 uur merkte eenieder dat Jenneken behoorlijk verzwakt was en even later zou overlijden.
Bonje bij het Sint Catharinagilde [3]
Ondervraagd werden Dirk Eijmerts van Kessel [30], Mathijs Jans van den Bogaart [23] en Joost van de Sande [25]. Het waren alle drie gildebroeders van het St.Catharinagilde. Hen werd gevraagd of ze op zondag 10 juni 1715 samen met de gildedeken Peter Aarts van Kessel en enige anderen in de herberg waren geweest van Jenneken de weduwe van Adriaan van de Sande en of daar rond de klok van 8 uur een zekere Tonis Bogaerts kwam binnenstappen. Dat bleek volgens hun getuigenverklaring inderdaad zo te zijn. Er zou toen een discussie of twistgesprek plaatsgevonden te hebben tussen genoemde Peter en Tonis. De deponenten hadden het van horen zeggen verklaarden ze.
Het zou gegaan zijn over de koning van het gilde en over twee schellingen die Tonis gegeven zou hebben aan de broer van de gildedeken. Dat gekibbel onderling wekte de nodige irritatie op. Peter Aarts van Kessel kon zich niet langer beheersen en greep op een gegeven moment naar een kan of een stuk hout, welke voorwerpen op tafel lagen, en gaf Tonis een stevige klap. Gevolg was een fikse bloeding, waarbij Tonis in elkaar gezakt zou zijn in het bijzijn van Cornelis en Joost van de Sande. Aan het slot van die herbergscêne zou Peter een akkoord gesloten hebben met Rijnder de zoon van Tonis en werd de kwestie alsnog opgelost. Deze getuigenverklaring werd afgelegd op verzoek van de kwartierschout van Peelland de Weledelgestrenge Heer Balthasar Repelaer.
Bronvermelding
- [1] BHIC 5122 inv.nr.145 scan 292
- [2] BHIC 5122 inv.nr.142 scan 491 t/m 493
- [3] BHIC 5122 inv.nr.149 scan 403 en 404
Deponenten = degenen die een getuigenverklaring afleggen
Oorspronkelijke publicatiedatum: 27 mei 2016 (nr. 86)
