Van 2006 tot 2017 schreef Henk Beijers als coördinator van de historische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel de rubriek 'Historische nieuwtjes' voor het Schijndels Weekblad. Daarin bracht hij zijn lezers op de hoogte van bijzondere archiefstukken die nieuw licht werpen op de geschiedenis van Schijndel.
Boerenknecht zwaar gewond
Het verhaal speelt zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog [1568-1648]. De stad ’s-Hertogenbosch is inmiddels gevallen en het wemelt hier in de regio van ‘militair gespuis’ waar de plattelandsbewoners echt niet op zaten te wachten. Ze waren er voortdurend op bedacht dat er onder die oorlogsomstandigheden geheel onverwacht van alles kon gebeuren. De secretaris van schout en schepenen tekende diverse verhalen op, waarvan er hieronder twee volgen.
Gisteren, de 17e juli 1633, zijn ‘omtrent de kercke in de gemeijn ackeren’ verschillende ruiters met wagens en karren het land op gereden om er de nodige foerage binnen te halen. Op dat moment is juist een 80-jarige vrouw druk doende om wat klaver af te snijden. Ze wordt echter bruut opzij geduwd. Gelukkig dat haar knecht haar te hulp schiet en weet te verhinderen dat de soldaten nog brutaler zouden optreden. Zijn dappere daad heeft hij overigens wel moeten bekopen, want een korporaal komt op hem aflopen en trekt, volgens de beschrijving, zijn degen of zijn geweer, zodat én de vrouw én de dienstknecht terugdeinzen.
Op dat moment komt er een voerman met zijn kar het land op en begint de afgesneden klaver te verzamelen en met een riek op zijn kar te laden. Blijkbaar sputtert de knecht Gerit Willems nog tegen, maar de voerman reageert fel en slaat hem met de riek op zijn voorhoofd en bracht hem een diepe wond toe. Willems viel kermend ter aarde en de omstanders dachten dat hij dood was. Daarover doet de kroniek geen melding. Ook een zekere Jan Laureijns verklaart bedreigd te zijn geweest met een degen, trok zich snel terug, maar tijdens de actie verloor hij zijn hoed. Jacop Willems, als ook een zekere Philips en Gijsbert legden allen een verklaring af, dat niemand de met zijn degen zwaaiende korporaal ook maar een strobreed in de weg had gelegd.
Dronkaard de laan uit gestuurd
Schout en schepenen van Schijndel melden dat twee inwoners zijn opgeroepen om een getuigenis der waarheid te komen afleggen. Het zijn achtereenvolgens Thomas, de zoon van schout Aert Janssen van Helmont [25 jaar oud] en Peter de zoon van vorster Jan Joris [26]. Ze leggen hun verklaring af over een zekere Marten van Schoonenbergh, ruiter in een compagnie onder aanvoering van de Graaf van Swartenburch.
Op de 18e augustus komt hij ten huize van de schout aangereden met twee karren met maar liefst vijf soldatenvrouwen en een kind en is driftig op zoek naar onderdak. Schout Aert van Helmont had blijkbaar niet zo’n behoefte aan dit soort gasten, wimpelde hem af en zou zorgen voor een ander logeeradres. Hij laat door een van zijn knechten het gezelschap begeleiden naar een andere herberg, welke melden de archieven niet.
Schijndel had er in die tijd overigens geen gebrek aan als we denken aan de Zwaan, de Valk, de Drie Haringen, de Drie Kronen, de Gouden Leeuw, het Klaverblad, de Koperen Knop, de Moriaan, de Rode Molen onder Wijbosch, de Roskam, Sint Barbara, Sint Anthonis, de Keulse Kar, de Roode Leeuw, de Wildeman, de Roos, de Arend etc. om de belangrijkste te noemen. In ieder geval had men daar voldoende kost en drank op voorraad om die soldaat met zijn gevolg van logies te voorzien.
De volgende morgen schijnt Schoonenbergh weer vertrokken te zijn. Wat er zich die nacht heeft afgespeeld, daarover lezen we in het schepenbankarchief verder niets. Wel sluit het verslag van de secretaris met de mededeling dat de soldaat op een gegeven moment stomdronken of ladderzat wordt aangetroffen in de stal of schuur van schout Van Helmont. Die maakte Schoonenbergh echter onomwonden duidelijk dat hij daar allesbehalve van gediend was en riep hem toe: “Gij dronckaert maeckt u van hier!”. Wie weet is daarop nog een schermutseling gevolgd, wie zal het zeggen!
Verklaring van termen:
De gemeijn ackeren = het akkerland dat achter de Servatiuskerk was gelegen richting Beemd is uit het verre verleden bekend als een van de grote dorpsakkercomplexen van Schijndel de zgn. Helakkers, naast twee andere akkergebieden nl. die van de Bunders en de zgn. Papentiend tussen de huidige Markt en ‘bloemenkerkje’ van architect Steven Woudstra. Ze lagen geconcentreerd om het oude centrum of ‘die Cluse’. Het woordje ‘gemeijn’ duidt erop dat dit een uitgestrekte bouwlandcomplex in gemeenschappelijk gebruik was bij de bewoners; het ligt nu onder de bebouwing, maar is archeologisch gezien vermoedelijk een gebied met een hoge attentiewaarde zoals men dat tegenwoordig binnen de archeologische terminologie aanduidt. Vroeger waren dat de zgn. ‘bolle akkers’ die in zowat elk Brabants dorp interessant opgravingsmateriaal hebben opgeleverd, vaak verwijzend naar zeer vroege bewoning.
[Bron: BHIC, toegang 5122 inventarisnummer 88 folio 77-79 – datering juli/augustus 1633.]
Oorspronkelijke publicatiedatum: 2 juni 2011 (nr. 41)
